Schrijfhulp Thema 1 Tekstopbouw

Schrijfhulp Thema 1 Tekstopbouw

Ezmé, Thomas, Selma, Charlize

1 / 27
volgende
Slide 1: Slide
newEditorCommunicatieHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Schrijfhulp Thema 1 Tekstopbouw

Ezmé, Thomas, Selma, Charlize

1.1 Een goed begin

Een goede inleiding laat meteen zien waar je tekst over gaat en zorgt ervoor dat de lezer weet wat hij of zij kan verwachten. De eerste paar zinnen bepalen namelijk voor een groot deel of iemand geïnteresseerd raakt en verder wil lezen.


Ook wordt uitgelegd dat je een tekst het beste stap voor stap kunt opbouwen. Eerst bepaal je wat je precies wilt vertellen, daarna zet je de belangrijkste punten in een logische volgorde. Zo wordt het schrijven uiteindelijk een stuk makkelijker.


Kort gezegd: een goed begin zorgt ervoor dat de rest van je tekst ook goed van de grond komt.

Wat vinden jullie belangrijker in een tekst: een goede inleiding of een sterk slot? En waarom?

Wanneer vinden jullie een inleiding interessant genoeg om verder te willen lezen?

1.2 Inleiding, kern en slot

Eigenlijk bestaat een goede tekst uit drie delen: de inleiding, de kern en het slot. In de inleiding vertel je waar de tekst over gaat en maak je duidelijk wat je precies wilt bespreken.


Daarna komt de kern. Dit is het belangrijkste gedeelte van je tekst. Hier geef je de informatie, leg je dingen uit en gebruik je bijvoorbeeld voorbeelden, oorzaken en gevolgen. De informatie moet wel logisch opgebouwd zijn, zodat de lezer het goed kan volgen.


Tot slot heb je het slot. Daar rond je de tekst af. Je kunt bijvoorbeeld een conclusie of samenvatting geven of aangeven wat de volgende stap is.

Stel: je leest een tekst en de schrijver springt steeds van het ene onderwerp naar het andere. Zou je dan verder lezen? Waarom wel of niet?

Als jullie zelf een tekst zouden moeten schrijven, welk onderdeel zouden jullie het lastigst vinden?

A

De Inleiding

B

Het Slot

C

De Kern

D

De Opmaak

1.3 Alinea's en witregels

Een alinea bestaat uit meerdere zinnen over hetzelfde deelonderwerp. Alinea’s geven structuur aan een tekst en ook zorgt het ervoor dat een tekst makkelijker te lezen is. De alinea-indeling volgt meestel de logische indeling van de tekst.


Naast alinea’s zijn witregels ook belangerijk om een tekst overzichtelijkere te maken. Een witregel is namelijk een lege regel tussen twee tekstgedeelten. Witregels verdelen een tekst in kleinere stukken, waardoor de tekst leesbaarder word.


Wel moeten witregels op logische plaatsen staan. Als je weer teveel wit regels gebruikt word de tekst rommelig. Alinea’s die sterk bij elkaar horen hoeven daarom niet altijd door een witregel te worden gescheiden.

Moet ieder deelonderwerp altijd uit precies één alinea bestaan?

A

Ja

B

Moet niet maar word wel gedaan

C

Moet wel maar word niet gedaan

D

Nee

Wat is de functie van witregels in een tekst?

A

Overzichtelijker en makkelijker

B

Geen speciale functie

C

Geeft een nieuw hoofdstuk aan

D

Ziet er mooier uit

1.4 Alinea opbouw en Signaalwoorden

Alineaopbouw

Een goede alinea behandeld één duidelijk gedachten. Als je een pakkende eerste zin hebt in elk alinea waarin het gelijk duidelijk word waar het onderwerp overgaat houd je de lezer aandachtig. Signaalwoorden en verwijswoorden zorgen ervoor dat de zinnen goed met elkaat verbonden zijn.


Signaalwoorden

Signaawoorden zijn woorden die aangeven hoe zinnen en alinea’s met elkaar samenhangen. Voorbeelden zijn ten eerste, vervolgens, bovendien, maar, omdat, en dus. Ze helpen de lezer de structuur van de tekst beter te begrijpen

Wat is het doel van signaalwoorden in de tekst?

Waar staat de kernzin van een alinea meestal?

A

Aan het eind van de alinea

B

Aan het begin van de alinea

C

Ergens tussen in de alinea

D

Aan het eind van het verslag

1.5 Titel, Kopkes en Koppenhierarchie


Kies een pakkende titel voor je tekst, Kort maar krachtig.


Het kan handig zijn om tijdens het maken van je tekst een werktitel te hebben, een werktitel is een tijdelijke titel die vaak wat uitgebreider is, zodat je het voor jezelf makkelijker maakt om te tekst te schrijven. Gaandeweg je tekst kom je er wel achter wat je daadwerkelijke titel wordt. 

Hoe noem je een tijdelijke titel voor je verslag, die vaak wat langer is dan de definitieve titel?

A

Proeftitel

B

Koptitel

C

Werktitel

D

Voortitel

1.5 Titel, Kopjes en Koppenhierachie


Je moet er ook voor zorgen dat je in je verslag duidelijke tussenkopjes gebruikt, zodat de lezer gemakkelijk jouw verslag kan scannen.  Een handigheidje hierin is dat je om de drie tot vijf alinea's een tussenkopje gebruikt. 


Alleen te veel of te weinig kopjes kunnen je verslag minder goed leesbaar maken. Ga dan ook bij een tekst indeling met hoofdstukken, paragrafen en subparagrafen het liefst uit van drie lagen aan kopjes. 

Is het handig om heel veel tussenkopjes te gebruiken in je verslag?

A

Ja

B

Nee

1.6 Tekst en Beeld

Ook is het handig om niet al je teksten uit alleen woorden te laten bestaan, soms kan een illustratie een beter beeld geven van het verhaal dat je over wilt brengen.


Als je bijvoorbeeld een verslag aan het schrijven bent over een enquête die je hebt gedaan kan het handig zijn om een diagram met percentages te maken om de uitkomst van je enquête te verduidelijken.  


Want soms kan een illustratie meer zeggen dan tekst. 

Wanneer is het handig om een illustratie te gebruiken in je tekst?

1.7 APA - Richtlijnen

Als je met informatie tekst bezig bent, zoals een artikel of verslag. Gebruik je diverse bronnen, zoals een boek of een webdocument. De bronvermeldingen daarvan neem je op in een literatuurlijst, en wel zodanig dat de betreffende publicatie teruggevonden kan worden door de lezer.


APA: American Psychology Association.


In de APA handleiding staan de standaarden die internationaal gehanteerd worden voor referenties (bronvermeldingen) en verwijzingen in de tekst.

Wat is de betekenis van de afkorting APA?

A

Association voor Psychologisch Onderzoek

B

American Publicatie Autoriteit

C

Academische Psychologie Association

D

American Psychology Association

Wat staat er in de APA handeleiding?

1.8 Literatuurlijst samenstellen

Bij het maken van een onderzoek of projectverslag neem je alle bronvermeldingen op in de literatuurlijst of biografie. Het gaat dan om de titelbeschrijvingen van bronnen die je hebt gebruikt.


De gebruikte Bronnen worden alfabetisch opgesomd. Bronnen zijn om een aantal redenen belangrijk. Ze geven andere de eer die hun toekomt, laten zien waar de informatie vandaan kom ten maken het mogelijk om de inhoud te controleren en eventueel te herhalen.

Bij het maken van een onderzoek neem je alleen bronvermeldingen op in een?

A

Biografie

B

Literatuurlijst

C

Alfabet

D

Biologie

1.8 Literatuurlijst Samenstellen

Wanner er minder dan vier bronnen te vermelden zijn, kan je volstaan met het opnemen van voet- of eindnoten in de lopende tekst.


Voetnoten staan onderaan de pagina, eindnoten staan aan het eind van een hoofdstuk of aan het eind van een verslag.


Het samenstellen van een literatuurlijst is een nauwkeurig werkje omdat bronnen allemaal een heel bepaalde volgorde hebben.  

Waar staan Voetnoten?

A

Bovenaan de pagina

B

Einde van het verslag

C

Einde van de hoofdstuk

D

Onderaan de pagina