2.5.voedselbederf

Leerdoel
11. Je kunt manieren beschrijven om voedselbederf tegen te gaan.

Aan het einde van deze les:​
  • Kun je uitleggen hoe voedsel bederft.​
  • Kun je uitleggen hoe je kunt voorkomen dat voedsel bederft.
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Leerdoel
11. Je kunt manieren beschrijven om voedselbederf tegen te gaan.

Aan het einde van deze les:​
  • Kun je uitleggen hoe voedsel bederft.​
  • Kun je uitleggen hoe je kunt voorkomen dat voedsel bederft.

Slide 1 - Tekstslide

Nuttig vs. schadelijk
Nuttige schimmels ruimen dode resten in de natuur op en geven die voedingsstoffen aan planten. Worden ook gebruikt bij eten maken: kaas of gegeten: champignon.
Schadelijke schimmels zorgen voor bederf van voedsel of een zieke huid: zwemmerseczeem.

Slide 2 - Tekstslide

Weetjes
  • Bacteriën kan je bestrijden met antibiotica.
  • Virussen  zijn niet te bestrijden met antibiotica.
  • Bacteriën groeien sneller bij warm weer.
  • Je voedsel bederft dan zeer snel.
  • Te heet is dodelijk voor ze (koken steriliseert!!)

Slide 3 - Tekstslide

Bederf   
Wanneer is voedsel bedorven?
- Als er teveel micro-organismen in voedsel zitten. 
Wat hebben micro-organismen nodig om te groeien (zich te delen)

1.  Temperatuur
2. Water (vocht)
3.  Zuurstof
4. Voeding


Dus als we dit weghalen bederft ons voedsel niet of langzamer!

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Factoren die van invloed zijn bij bederf:
-1- vocht
Door voedsel te drogen, is het langer houdbaar
denk aan cup-a-soup, worst, melkpoeder
-2- warmte
Het voedsel kan bij een lagere temperatuur bewaard worden of juist verhit worden

Slide 6 - Tekstslide

Bacteriën
  • Yoghurt ontstaat door speciale melkzuurbacteriën.
  • Bacteriën gebruiken de energierijke stoffen uit de melk
                        Voorbeeld melksuiker.
                        Melkzuur komt vrij als afvalstof
  • Conserveren = Voedsel kan worden behandeld zodat het minder snel bederft.
  • Zorgt dat voedsel langer houdbaar is
  • De omstandigheden van bacteriën en schimmels worden ongunstig gemaakt. 
         

Conserveren
Salmonella bacterie
Het bederf van rauw dierlijk voedsel wordt meestal door salmonella bacteriën veroorzaakt. 
  • Zij produceren giftige afvalstoffen
  • Vermenigvuldigen zich snel tussen de 20 en 30 graden Celcius
  • Oorzakers van voedselvergifitiging 

Slide 7 - Tekstslide

Bacteriën
  • Yoghurt ontstaat door speciale melkzuurbacteriën.
  • Bacteriën gebruiken de energierijke stoffen uit de melk
                        Voorbeeld melksuiker.
                        Melkzuur komt vrij als afvalstof
Invriezen (temperatuur verlagen naar -20 graden Celsius)
Pasteuriseren (korte tijd verhitten tot 72 graden Celsius) - niet alle ziekteverwekkers dood.
Steriliseren (verhitten tot bijv. 130-140 graden Celsius) - ziekteverwekkers wel dood
Drogen (al uit het water uit voedingsmiddelen onttrekken, voortplanting onmogelijk)


Conserveren

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Conserveringsmethode: Inblikken/vacüum verpakken

In de lucht zitten micro-organismen. Door voedsel te verpakken zonder lucht erbij (in blik of vacüumverpakking) voorkom je bederf.  

Toch wat micro-organismen mee verpakt? Snel dood door gebrek aan zuurstof.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

THT datum: THT is de afkorting van 'ten minste houdbaar tot' en het betekent dat na de datum die erbij staat het product minder van kwaliteit wordt.

Houdbaarheidsdatum: Een houdbaarheidsdatum geeft aan tot wanneer een product (voedsel of geneesmiddelen) houdbaar is. De THT-datum staat op niet-bederfelijke producten. THT betekent: ten minste houdbaar tot. Tot die datum is de kwaliteit (mits ongeopend en op een goede manier bewaard) gegarandeerd. 

TGT datum: De TGT-datum staat op bederfelijke producten. TGT betekent: te gebruiken tot. Voedselproducten kun je na de TGT-datum niet meer gebruiken.

Slide 12 - Tekstslide

2.5. Voedselbederf






Blz. 137 van je boek.

Slide 13 - Tekstslide

Aan de slag
Lees 2.5 (blz. 137 van je boek) en maak opdracht 1 t/m 6
Opdracht 4 maak je in het samenvattings-
boekje op blz. 13
timer
10:00

Slide 14 - Tekstslide

Welke manier van conserveren zie je hier?
A
Drogen
B
Steriliseren
C
Pasteuriseren
D
luchtdicht verpakken

Slide 15 - Quizvraag

Wat is conserveren?
A
Een manier om voedsel te bewaren
B
Een manier hoe bacteriën en schimmels zich voortplanten
C
Een manier om voedsel te maken
D
Een manier om bacteriën en schimmels te doden

Slide 16 - Quizvraag

Als je rijst droogt ben je aan het conserveren.
A
onjuist
B
juist

Slide 17 - Quizvraag

Welke manier van conserveren zie je hier?
A
Geen
B
Luchtdicht verpakken
C
Gasverpakken
D
Met conserveermiddelen

Slide 18 - Quizvraag

Wat voor manier van conserveren is hier gebruikt?
A
Drogen
B
Verhitten
C
Koelen
D
Vacuüm verpakken

Slide 19 - Quizvraag

Wat voor manier van conserveren is hier gebruikt?
A
Drogen
B
Verhitten
C
Inblikken
D
Vacuüm verpakken

Slide 20 - Quizvraag

Wat is geen manier van conserveren?
A
Steriliseren
B
Pasteuriseren
C
Invriezen
D
In water leggen

Slide 21 - Quizvraag

Wat wordt er bij conserveren dood gemaakt?
A
bacterien
B
micro - organismen
C
eten
D
drinken

Slide 22 - Quizvraag

Welke manier van conserveren zie je hier?
A
Drogen
B
Steriliseren
C
Pasteuriseren
D
Luchtdicht verpakken

Slide 23 - Quizvraag

Welke manier van conserveren zie je hier?
A
Koelen
B
Steriliseren
C
Pasteuriseren
D
luchtdicht verpakken

Slide 24 - Quizvraag

Welke manier van conserveren zie je hier?
A
Drogen
B
Steriliseren
C
Pasteuriseren
D
luchtdicht verpakken

Slide 25 - Quizvraag

Aan de slag
Lees 2.5 en maak opdracht 1 t/m 6
timer
10:00

Slide 26 - Tekstslide