ik vertrek naar.... persoonlijk voornaamwoord

persoonlijke voornaamwoorden
blz 104-105 taalboek
Lesdoel: persoonlijke voornaamwoorden herkennen en benoemen in een zin
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

persoonlijke voornaamwoorden
blz 104-105 taalboek
Lesdoel: persoonlijke voornaamwoorden herkennen en benoemen in een zin

Slide 1 - Tekstslide

Wat ga ik leren?
één of meerdere persoonlijke voornaamwoorden in een zin 

Jij leert deze :
herkennen
opzoeken 
schrijven 

Slide 2 - Tekstslide

verhaaltje
Tom is niet Thuis, Tom sport 4 keren per week. Tom is op de tennisbaan. Tom is de beste uit zijn dorp
Tom vervangen door hij 
dus we kunnen het persoonlijk voornaamwoord vervangen door een naam

Slide 3 - Tekstslide

Wat is een persoonlijk voornaamwoord?





of je kan het vervangen door een zelfstandig naamwoord

                                          Een zelfstandig naamwoord?

                                                   Wat is  dat ook al weer?

Slide 4 - Tekstslide

1. je zet het lidwoord "het" voor het hele werkwoord
2. je gebruikt een vorm van het werkwoord
3. je plakt er een voor-of achtervoegsel aan

Slide 5 - Tekstslide

Dus: vervang het persvnw door een naam


Ga je met mij mee naar de speeltuin? → Gaat Marc met Rosa mee naar de speeltuin?
Vraag je dat aan ons? → Vraagt Marc dat aan Rosa en Ivo?
Ik parkeer voor ons huis → Rosa parkeert voor ons huis.


Slide 6 - Tekstslide

De opdracht
Jij gaat een verhaal schrijven over jouw ideale plek om te wonen... "ik vertrek naar......"
Daarbij ga jij aanstrepen bij elke zin, in jouw schrift, wat het persoonlijk voornaamwoord is.

Jij mag kiezen in welk land jij wil gaan wonen, hoe het eruit ziet, 
in welke plaats jij zou willen wonen.

Maar.... Ik ken het land niet, dus ik wil graag dat jij het allemaal opschrijft: 
- hoe het er daar uit ziet
- waarom jij in dat land zou willen wonen
- schrijf alles op wat je wilt en kunt vertellen

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Welke woorden kunnen een persoonlijk voornaamwoord zijn
Dus hoe kan je ze herkennen ?
ik,
 je, jij, jou, 
me, mij, u, hij, zij, het, we, wij, ons, jullie,
zij (meervoud), ,hem haar, hen hun.

Slide 9 - Tekstslide

nog een voorbeeld:
“Die boom is niet van ons, maar van jullie! Vraag maar aan hen!” 

Deze onderstreepte persoonlijke voornaamwoorden vervangen door namen van personen. 
Daarom zijn het persoonlijke voornaamwoorden:

“Die boom is niet van Peter en Annie, maar van Arie en Saskia! Vraag maar aan Ans en Henk!”

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

De opdracht
Jij gaat een verhaal schrijven over jouw ideale plek om te wonen... "ik vertrek naar......"
Daarbij ga jij aanstrepen bij elke zin, in jouw schrift, wat het persoonlijk voornaamwoord is.

Jij mag kiezen in welk land jij wil gaan wonen, hoe het eruit ziet, 
in welke plaats jij zou willen wonen.

Maar.... Ik ken het land niet, dus ik wil graag dat jij het allemaal opschrijft: 
- hoe het er daar uit ziet
- waarom jij in dat land zou willen wonen
- schrijf alles op wat je wilt en kunt vertellen

Slide 12 - Tekstslide

Klaar?
Heb jij alles opgeschreven, één bladzijde vol, met hoofdletters, punten. Zet dan onder alle persoonlijke voornaamwoorden 
een streep met je potlood.
Lever je schrift in, in de blauwe taalbak.

Succes met de opdracht!
Heb je vragen, kom bij meester of juf!!

Slide 13 - Tekstslide