GWP3_45H_H2-P1


Paragraaf 2.1
Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les


Paragraaf 2.1
Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat

Planning

  • Kort de toets inkijken

  • Doelen van de les

  • Voorkennis ophalen

  • Instructie

  • Opdracht samen doen

  • Zelfstandig aan het werk

Doelen van de les

Ik kan uitleggen hoe de klassieke cultuur van de Griekse stadstaten tot ontwikkeling kwam.

Ik kan uitleggen hoe Grieken dachten over burgerschap en politiek.

Ik kan uitleggen hoe het Griekse wetenschappelijk denken ontstond.


Kenmerkend aspecten:

  • ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek
    in de Griekse stadstaat

  • de vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

Wat kenmerkt de Prehistorie?

Wat verandert er, waardoor een nieuw tijdvak start?

Schrijf op in je schrift.

De cultuur van de Griekse stadstaten 1/3

Met de uitvinding van het schrift begon de oudheid of de tijd van Grieken en Romeinen: tweede tijdvak (3000 v.C.-500 n.C.).


De Grieken

  • leefden in een landbouwstedelijke samenleving met onafhankelijke stadstaten

  • hadden een bloeiende economie, daardoor snelle bevolkingsgroei

  • vertrokken per schip en stichtten langs Middellandse Zeekust koloniën. Door deze kolonisatie groeit de handel en welvaart.










kolonie: plaats waar een groep mensen zich vestigt


kolonisatie: koloniën stichten

De Griekse cultuur bloeit vanaf 5e eeuw v.C.

  • klassiek: zo goed dat het wordt nagedaan.

    • De gedachten

    • Vormentaal: stijl, gebruikte vormen.


Het dak van het Parthenon (Athene) rustte op zuilen: stenen palen. De Grieken maakten als eersten beelden van mensen in natuurlijke houding met levendige gezichten.

De cultuur van de Griekse stadstaten 2/3

De antieke Grieken voelden zich met elkaar verbonden tegenover barbaren.


De Griekse stadstaten voerden vaak onderling oorlog tot ze in 338 v.C. in één rijk kwamen.

  • Onderworpen door het koninkrijk Macedonië.


Alexander de Grote verspreidde de Griekse cultuur over een groot gebied.

  • Na zijn dood heerste een Griekse elite over de inheemse bevolking in West-Azië en Egypte.



De cultuur van de Griekse stadstaten 3/3

Maak opdracht 1

Overleg.

Schrijf op in je schrift.

Burgerschap en politiek 1/2

De politiek van de Griekse stadstaten ontwikkelde zich:

  • het bestond in het begin uit een erfelijke koning, een monarchie

  • of uit edelen uit adellijke families, deze bestuursvorm heet aristocratie

  • later maakten naast de edelen ook rijke handelaren deel uit van het bestuur, een oligarchie: regering van een kleine groep

  • soms veroverde één edelman op onwettige manier alle macht, er ontstond een tirannie.




politiek: betreft het bestuur


monarchie: staat met één vorst


adel (edelen): groep aanzienlijke personen met voorrechten in de samenleving


aristocratie: regering van een groep aanzienlijke mensen


tirannie: regering van een tiran, alleenheerser die met geweld de macht heeft gegrepen

In Athene werd in 507 v.C. de laatste tiran de stad uit gejaagd. Het werd een democratie, zelfs een directe democratie:

  • burgers kozen geen volksvertegenwoordi-gers, maar mochten zelf stemmen en spreken in de volksvergadering

  • alleen autochtone vrije mannen hadden het burgerschap


Denkers als Plato en Aristoteles noemden ook nadelen van de democratie.



democratie: (volksregering) bestuur waarbij het volk beslist


directe democratie: democratie waarin alle burgers over politieke besluiten beslissen


burger: inwoner met bepaalde rechten


autochtoon: oorspronkelijk bewoner


Burgerschap en politiek 2/2

Een kleroterion, een apparaat waarmee via loting werd
bepaald welke Atheense burgers mochten deelnemen aan de
juryrechtbanken.

Maak opdracht 4

Overleg.

Schrijft op in je schrift.

Wetenschappelijk denken

Grieken geloofden dat hun goden menselijke eigenschappen hadden. Griekse filosofen kregen misschien het idee dat goden door mensen verzonnen waren.


De Grieken maakten wetenschap los van de praktijk. Ze gingen nadenken over abstracte begrippen en zochten naar wetmatigheden.





filosofie: 1 bij de Grieken: alle wetenschappen, 2 tegenwoordig: wijsbegeerte


wetenschap: systematisch onderzoek en de kennis die daardoor ontstaat



Voor nu...

Aan de slag met opdracht 1 t/m 6.


Klaar? Nakijken.


Verlengde instructie

  • Concrete vragen

    • Wie, wat, waar, waarom, wanneer, hoe?