lesson 3

UNIT 3 - LESSON 3
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsVoortgezet speciaal onderwijs

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

UNIT 3 - LESSON 3

Slide 1 - Tekstslide

Plan

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

TRANSLATE:
betalen

Slide 4 - Open vraag

TRANSLATE:
shopping

Slide 5 - Open vraag

TRANSLATE:
Wat is er aan de hand?

Slide 6 - Open vraag

TRANSLATE:
My husband is very famous.

Slide 7 - Open vraag

Leerdoel
  • I will learn how to say what I am doing right now.
  • Ik ga leren hoe ik moet zeggen wat ik op dit moment aan het doen ben.


Hoe leren we dit?
  • Instructie
  • Voorbeelden
  • Zelf proberen

Slide 8 - Tekstslide

Time to refresh!
I'm           - I am
She's      - she is
He's        - he is
It's           - it is
They're  - they are
We're      - we are
You're     - you are
 

Slide 9 - Tekstslide

What are you doing? (bevestigend)
Als iets NU aan de gang is in het Engels gebruik je...

 am / are / is + werkwoord + -ing

Voorbeeld:
(work) I'm working in the shop (now).
(get)    She's getting good stories (now).

BLIJ GEZICHTJE :)

Slide 10 - Tekstslide

:) FILL IN:
(work) She ....... at the office.

Slide 11 - Open vraag

ONTKENNEND

Er is iets NIET aan de gang...

am / are / is + not + ww + -ing

DROEVIG GEZICHTJE :(




VOORBEELD

I am not walking
It is not walking
She / he is not walking
We are not walking
They are not walking
You are not walking

Slide 12 - Tekstslide

:( FILL IN:
(walk) They ..... home.

Slide 13 - Open vraag

VRAGEND 

Je vraagt of iets nu aan de gang is

am / are / is + ... + ww + -ing.

VRAAGTEKEN ?
VOORBEELD

What am I doing?
What is it doing?
What is he/she doing?
What are we doing?
What are they doing?
What are you doing?

Slide 14 - Tekstslide

FILL IN:
(sleep) When ..... they ..... ?

Slide 15 - Open vraag

Get to work!
  • Ik maak opdracht 17 t/m 22 van unit 3!
  • Extra instructie? AAN DE INSTRUCTIETAFEL.

Ik stel vragen door mijn hand op te steken!

Klaar?
  • Ik kijk mijn werk na.
  • Ik doe iets voor mezelf (lezen, tekenen, niet op de mobiel...)

Slide 16 - Tekstslide

Evaluation
  • What went well?
  • What can go better next time?

Slide 17 - Tekstslide