Breuken delen en vermenigvuldigen
Breuken delen en vermenigvuldigen
Leerdoel van deze les
Aan het eind van de les kun je breuken delen en vermenigvuldigen en kun je deze stappen toepassen in opgaven.
Wat is een breuk?
Een breuk is een getal dat bestaat uit een teller en een noemer. Voorbeeld: 3/4.
Voorbeelden van breuken
Breuken kunnen verschillende vormen aannemen, zoals 1/2, 2/3 en 5/8.
Delen versus vermenigvuldigen
Delen betekent uitzoeken hoeveel keer een breuk in een andere past.
Delen van breuken
Vermenigvuldigen betekent een breuk een aantal keer nemen.
Vermenigvuldigen van breuken
Stappenplan breuken vermenigvuldigen
Tellers met elkaar vermenigvuldigen. Noemers met elkaar vermenigvuldigen. Vereenvoudig als het kan.
Voorbeeld vermenigvuldigen
1/2 × 3/4 = (1×3)/(2×4) = 3/8.
Stappenplan breuken delen
Draai de tweede breuk om (reken met het omgekeerde). Vermenigvuldig daarna beide breuken. Vereenvoudig als het kan.
Voorbeeld delen
2/3 ÷ 1/4 = 2/3 × 4/1 = 8/3.
Vereenvoudigen van breuken
De uitkomst kan vaak kleiner gemaakt worden. Deel teller en noemer door hetzelfde getal.
Handige tip
Controleer altijd je antwoord en kijk of je verder kunt vereenvoudigen.
Oefenen met een voorbeeld
Probeer: 3/5 × 2/7. Antwoord: (3×2)/(5×7) = 6/35.
Oefenen met delen
Probeer: 5/6 ÷ 1/3. Antwoord: 5/6 × 3/1 = 15/6 = 5/2.
Quizvraag 1
Wat is het resultaat van 1/3 × 3/4? A. 4/7 B. 1/4 C. 3/12 D. 1/7
Quizvraag 2
Wat is 2/5 ÷ 1/2? A. 1/5 B. 4/5 C. 2/10 D. 4/3
Quizvraag 3
Wat is 7/8 × 2/7? A. 2/8 B. 2/7 C. 14/56 D. 1/7
Quizvraag 4
Wat is 3/4 ÷ 3/8? A. 2 B. 1/2 C. 8/12 D. 3/8
Quizvraag 5
Wat is het vereenvoudigde antwoord van 6/12 × 4/6? A. 24/72 B. 2/6 C. 1/3 D. 2/3
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.