herhaalvragen

M&N Periode 2: Dier en gedrag
herhaalvragen
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

M&N Periode 2: Dier en gedrag
herhaalvragen

Slide 1 - Tekstslide

H1: opbouw dier

Slide 2 - Tekstslide

Wat zijn organen en wat zijn organismen?
orgaan
organisme

Slide 3 - Sleepvraag

Zet de organisatieniveaus in de juiste volgorde
Orgaan
Weefsel
Organisme
Orgaan
stelsel
Cel

Slide 4 - Sleepvraag

Wat vind je niet in een dierlijke cel?
A
Celwand
B
Cytoplasma
C
Celkern
D
Celmembraan

Slide 5 - Quizvraag

Dit deel regelt alles wat er in de cel gebeurt.
Stroperige vloeistof met water en opgeloste stoffen
Dun vlies: Dit deel regelt welke stoffen de cel in- en uitgaan.
celmembraan
celkern
cytoplasma

Slide 6 - Sleepvraag

Cel
Weefsel
Orgaan
Orgaanstelsel
Tong
Skelet
Huidweefsel
Bacterie

Slide 7 - Sleepvraag

Zijn de hersenen een orgaan, een orgaanstelsel of een weefsel?
A
Een orgaan
B
Een orgaanstelsel
C
Een weefsel

Slide 8 - Quizvraag

Welke orgaanstelsels zie je hier?
Ademhalingsstelsel
bloedvatenstelsel
Spijsverteringsstelsel
spierenstelsel

Slide 9 - Sleepvraag

Welke tekenregel klopt niet voor een schematische tekening?
A
Teken en schrijf met potlood.
B
Benoem de onderdelen van je tekening.
C
Kleur je tekening.
D
Schrijf een titel boven je tekening.

Slide 10 - Quizvraag

De afbeelding van
de plant hiernaast is een
schematische tekening.
A
juist
B
onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Het maakt niks uit of de zon schijnt of dat het ijskoud is, mijn lichaamstemperatuur blijft toch wel ongeveer gelijk. Ze noemen mij ook wel:
A
Koudbloedig
B
Warmbloedig

Slide 12 - Quizvraag

H2: aangepaste dieren

Slide 13 - Tekstslide

Herbivoor
Carnivoor
Omnivoor
Ze hebben snijtanden en plooikiezen.
Ze hebben knobbelkiezen.
Ze hebben knipkiezen en hoektanden.
Langste spijsverteringsstelsel
Kortste spijsverteringsstelsel

Slide 14 - Sleepvraag

Zoolganger
Topganger
Teenganger

Slide 15 - Sleepvraag

Je ziet hier een giraf in zijn/haar leefgebied. Geef de biotische en abiotische factoren in het gebied aan.
Biotische factoren
Abiotische factoren
Hete temperatuur
Planten
Bodem
Giraf
Gras
Wind

Slide 16 - Sleepvraag

Knobbelkies
Plooikies
Knipkies

Slide 17 - Sleepvraag

hoe wordt een alleseter ook wel genoemd?
A
carnivoor
B
herbivoor
C
omnivoor
D
veelvraat

Slide 18 - Quizvraag

Wat voor een soort dier is dit?
A
Warmbloedig
B
Koudbloedig

Slide 19 - Quizvraag

Wanneer is een soort een soort?
A
Wanneer individuen binnen een soort er het zelfde uit zien.
B
Wanneer individuen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
C
Wanneer individuen nakomelingen kunnen krijgen

Slide 20 - Quizvraag

Wat is evolutie?
A
Het veranderen van een individueel organisme
B
De ontwikkeling die een organisme doormaakt
C
Het ontstaan, veranderen en/of verdwijnen van soorten
D
Het groter worden van een populatie

Slide 21 - Quizvraag

Zet de stappen van evolutie in de juiste volgorde:
1
2
3
4

Slide 22 - Sleepvraag

Wat is natuurlijke selectie?
A
Een dier verandert in een ander dier
B
Het dier wat zich het sterkst aangepast heeft aan zijn omgeving overleeft
C
Evolutie op grote schaal

Slide 23 - Quizvraag

H3: gedrag

Slide 24 - Tekstslide

Wat is gedrag?
A
Een verandering in je omgeving
B
Het opmerken van een verandering in omgeving
C
Een reactie op een prikkel uit de omgeving (alles wat mens/dier doet)

Slide 25 - Quizvraag

Uitwendige prikkel
Inwendige prikkel
Iemand roept jouw naam
Je moet plassen
Iemand geeft je een duw
Je hebt honger
Je ziet een auto

Slide 26 - Sleepvraag

Hiernaast zie je een voorbeeld van:
A
imponeergedrag
B
imiteergedrag
C
territoriumgedrag
D
baltsgedrag

Slide 27 - Quizvraag

Aangeboren gedrag
Aangeleerd gedrag

Slide 28 - Sleepvraag

Hiernaast zie je een voorbeeld van:
A
imponeergedrag
B
imiteergedrag
C
territoriumgedrag
D
baltsgedrag

Slide 29 - Quizvraag

Politiepaarden worden getraind met vuur en harde knallen. Hierdoor schrikken ze niet meer
A
Conditionering
B
Imitatie
C
Gewenning
D
Inprenting

Slide 30 - Quizvraag

Met wie je omgaat, hangt af van je waarden en normen
Wat geven jouw waarden aan?

A
Ze geven aan wat jij belangrijk vindt.
B
Ze geven aan wat jij juist wel of niet doet..

Slide 31 - Quizvraag

Norm
Waarde
Geduld
Vriendelijkheid
Respect
Behulpzaamheid
Respect voor privacy
Plaats maken voor een zangere vrouw
Als je verkering hebt, ga je niet met een ander zoenen.
Als iemand je helpt, bedank je diegene.
Iemand uitlachen is niet leuk

Slide 32 - Sleepvraag