Inhoud meten en aflezen met DDU(Denken,Delen,Uitwisselen)
Inhoud meten en aflezen met DDU(Denken,Delen,Uitwisselen)
Deze slide heeft geen instructies
Doel van de les
Ik kan de inhoud van voorwerpen zoals doosjes bepalen door te tellen hoeveel erin past, en ik ken de standaardmaten voor inhoud: ml, cl, dl en l. Ook kan ik een maatbeker lezen.
Deze slide heeft geen instructies
Waar denk je aan bij inhoud meten?
DDU
Denk en schrijf op je wisbordje
Deel met je buur
Uitwisselen met de klas
Laat leerlingen losse woorden noemen, zoals water, fles, maatbeker, vol, leeg, tellen of liter. Gebruik de woorden als start van het gesprek.
Wat is inhoud?
Inhoud is hoeveel erin past.
in een doosje
in een fles
in een beker
in een bak
Leg uit dat inhoud niet gaat over hoe zwaar iets is en ook niet over de buitenkant. Het gaat om de ruimte binnenin een voorwerp.
Inhoud zie je van binnen
Twee voorwerpen kunnen er van buiten anders uitzien, maar toch ongeveer dezelfde inhoud hebben.
Bij inhoud kijk je naar de ruimte binnenin. Je vraagt: hoeveel kan erin?
Gebruik eenvoudige voorbeelden zoals een brede lage bak en een smalle hoge fles. Benoem dat 'groot' aan de buitenkant niet altijd betekent 'meer inhoud'.
Inhoud bepalen door te tellen
Je kunt de inhoud van een doosje bepalen door te tellen hoeveel gelijke blokjes erin passen.
elk blokje is even groot
je telt alle blokjes
meer blokjes = meer inhoud
Benadruk dat de blokjes even groot moeten zijn. Anders kun je niet eerlijk vergelijken.
Vergelijken van inhoud
Met tellen kun je vergelijken.
8 blokjes in een doosje
12 blokjes in een ander doosje
Het doosje met 12 blokjes heeft meer inhoud.
Laat leerlingen de vergelijking in woorden zeggen: 'meer inhoud', 'minder inhoud', 'evenveel inhoud'.
Eerst vullen, dan tellen
Zo werk je stap voor stap:
Kies gelijke blokjes of gelijke bekertjes.
Vul het voorwerp zonder gaten.
Tel hoeveel erin past.
Dat aantal vertelt de inhoud.
Noem dat netjes vullen belangrijk is: geen lege plekken, niet scheef stapelen.
Doen
In de klas staan drie dozen
Jullie gaan in drie groepjes werken
schrijf op een post-it hoeveel blokjes denk je dat erin passen?
Je gaat schatten. Je antwoord kan dus niet goed of fout zijn.
Vul samen de doos
Hoeveel blokjes passen in jullie doos/ bak?
Timer gaat op 10 minuten.
Deze slide heeft geen instructies
Wat betekent inhoud?
hoeveel erin past
hoe zwaar iets is
hoe lang iets is
hoe warm iets is
De foutopties sluiten aan bij veelvoorkomende verwarring met gewicht en andere eigenschappen.
Welk doosje heeft meer inhoud: 8 of 12 blokjes?
Verwachte elementen: leerlingen noemen dat 12 blokjes meer is dan 8 blokjes, dus dat doosje heeft meer inhoud. Laat ze de woorden 'meer inhoud' gebruiken.
Standaardmaten voor inhoud
Voor vloeistoffen gebruiken we vaste maten:
ml = milliliter
cl = centiliter
dl = deciliter
l = liter
Spreek de afkortingen rustig uit en koppel ze aan de woorden. Houd het nog bij herkennen en gebruiken.
Van groot naar klein
De maten lopen van klein naar groot:
L → dl → cl → ml
ml is klein
l is groot
een liter is meer dan een deciliter
De pijl laat de volgorde zien. Vermijd hier nog ingewikkeld omrekenen; focus op volgorde en grootte.
Welke maat past erbij?
Kies een maat die logisch is.
beetje water in een lepel: ml
drinken in een glas: cl of dl
fles of pak drinken: l
Bespreek dat je voor kleine hoeveelheden vaak ml gebruikt en voor grotere hoeveelheden vaker l.
Een maatbeker lezen
Op een maatbeker staan streepjes met getallen.
kijk naar de maat: ml of l
zoek het streepje
lees af tot waar de vloeistof komt
Wijs erop dat leerlingen eerst moeten zien in welke eenheid de maatbeker afleest. Dat voorkomt verwarring.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Aflezen stap voor stap
Zo lees je goed af:
Zet de maatbeker recht neer.
Kijk op ooghoogte.
Zoek het juiste streepje.
Lees het getal met ml, cl, dl of l.
Benadruk vooral recht neerzetten en op ooghoogte kijken. Dat zijn veelgemaakte fouten bij aflezen.
Voorbeeld van aflezen
Staat het water bij 500 ml?
Dan zit er vijfhonderd milliliter in de maatbeker.
Staat het bij 1 l?
Dan zit er één liter in.
Je kunt hier hardop voordoen hoe je een getal en de maat samen leest.
Welke rij is van groot naar klein?
l - dl - cl - ml
cl - ml - l - dl
l - dl - ml - cl
dl - l - ml - cl
Toetst de volgorde van de standaardmaten zonder al te rekenen.
Hoe lees je een maatbeker goed af?
scheef houden
op ooghoogte
van boven kijken
liggend neerleggen
Sluit aan bij de stap-voor-stap slide over recht neerzetten en kijken op ooghoogte.
Toepassen
Je krijgt een maatbeker , fles water, siroop en 2 bekertjes.
vul de maatbeker met siroop en schrijf de inhoud op. ( siroop = .....ml)
vul aan met water tot je denkt dat je de juiste smaak hebt (niet proeven).
schrijf de inhoud van nu op. ( limonade = ..................ml)
schrijf op hoeveel water je er dus bij hebt gedaan ( water = .................ml)
Proef of het lekker smaakt of had je er meer of minder siroop in moeten doen.
schrijf op meer of minder.
Deze slide heeft geen instructies
Wat heb jij vandaag geleerd?
Vrije reflectie. Mogelijke antwoorden: inhoud van doosjes tellen, ml/cl/dl/l herkennen, maatbeker aflezen.
Wat hielp jou het meest bij deze les?
Vrije reflectie over leerproces. Mogelijke antwoorden: tellen met blokjes, voorbeeld met maatbeker, stapjes op de slide, samen oefenen.
Hoe moeilijk vond jij deze les?
Deze slide heeft geen instructies
Woordenlijst
inhoud - hoeveel ergens in past
maatbeker - beker met streepjes om inhoud af te lezen
milliliter (ml) - kleine maat voor inhoud
centiliter (cl) - maat voor inhoud
deciliter (dl) - maat voor inhoud
liter (l) - grotere maat voor inhoud
aflezen - kijken welk getal bij de hoogte van de vloeistof hoort
Deze slide heeft geen instructies
Studiemeter
Deze slide heeft geen instructies