Vlakke Meetkunde les 3

Vlakke Meetkunde les 3
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Vlakke Meetkunde les 3

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Vierkant
De eigenschappen van een vierkant zijn:
  • De zijden van een vierkant staan loodrecht op elkaar.
  • Alle zijden zijn even lang.
  • Een diagonaal is een lijnstuk tussen 2 niet-aangrenzende hoekpunten.
  • Een vierkant heeft altijd 2 diagonalen die even lang zijn.
  • Diagonalen zijn lijnen die dwars door de figuur heen lopen van hoekpunt naar hoekpunt.
  • De twee diagonalen staan loodrecht op elkaar.
  • De twee diagonalen delen elkaar middendoor.






Slide 3 - Tekstslide

Rechthoek
De eigenschappen van een rechthoek zijn: 
  • De zijden van een rechthoek staan loodrecht op elkaar.
  • De zijden die tegenover elkaar liggen zijn even lang
  • De twee diagonalen van een rechthoek zijn even lang. EG is dus even lang als FH
  • De twee diagonalen delen elkaar middendoor. Van E naar het midden is dus even lang als van G naar het midden. 

Slide 4 - Tekstslide

Wat zijn de eigenschappen van een vierkant?
A
Heeft drie zijden
B
Heeft vier rechte hoeken
C
Heeft vijf rechte hoeken
D
Heeft vier gelijke zijden

Slide 5 - Quizvraag

Wat is geen eigenschap van een rechthoek?
A
Heeft vier hoeken
B
Heeft twee paar evenwijdige zijden
C
Heeft diagonaal van gelijke lengte
D
Heeft vier gelijke zijden

Slide 6 - Quizvraag

Cirkel
Eigenschappen van een Cirkel:
  • Een Cirkel is 360 graden.
  • Een Cirkel heeft een Middelpunt die je met een hoofdletter beschrijft, M bijvoorbeeld.
  • De afstand van de cirkel tot de middelpunt wordt Straal genoemd en je schrijft het met kleine letter r
  • De lijn die tussen twee punten op de Cirkel die door het Middelpunt gaat, wordt Diameter genoemd
  • Diameter is gelijk aan 2 X de lengte van  de straal. 


Slide 7 - Tekstslide

Welke eigenschap heeft de diameter van een cirkel?
A
De diameter is twee keer de straal
B
De diameter is gelijk aan de omtrek
C
De diameter is gelijk aan de oppervlakte
D
Diameter gaat niet altijd door midden

Slide 8 - Quizvraag

Wat is het middelpunt van een cirkel?
A
Het middelpunt is het punt dat even ver van elk punt op de cirkel ligt
B
Het middelpunt is het punt waar de diameter begint
C
Het middelpunt is het punt waar de cirkel eindigt

Slide 9 - Quizvraag

Driehoek

Slide 10 - Tekstslide

0

Slide 11 - Video

Bijzondere driehoeken
Eigenschappen

Slide 12 - Tekstslide

Hoogte Lijnen
In verschillende Driehoeken

Slide 13 - Tekstslide

Hoeveel zijden heeft een driehoek?
A
6
B
4
C
3
D
5

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de som van de hoeken in een driehoek?
A
De som van de hoeken in een driehoek is altijd 360 graden.
B
De som van de hoeken in een driehoek is altijd 45 graden.
C
De som van de hoeken in een driehoek is altijd 90 graden.
D
De som van de hoeken in een driehoek is altijd 180 graden.

Slide 15 - Quizvraag

Hoe teken je vlakke figuren?
Wat heb je nodig:
  • Potlood
  • Passer
  • Geodriehoek 
  • Gum
Hoe teken je Vlakke Figuren?
Wat heb je nodig?
  • Potlood
  • Geodriehoek
  • Passer
  • Gum

Slide 16 - Tekstslide

Wat zijn eigenschappen van een gelijkbenige driehoek?
A
Twee hoeken zijn even groot
B
Twee zijden zijn even lang
C
Alle zijden zijn even lang
D
Alle hoeken zijn even groot

Slide 17 - Quizvraag

Welke eigenschap heeft een gelijkbenige driehoek niet?
A
Twee hoeken zijn even groot
B
Alle zijden zijn even lang
C
Alle hoeken zijn even groot
D
Twee zijden zijn even lang

Slide 18 - Quizvraag

Wat zijn eigenschappen van een gelijkzijdige driehoek?
A
Alle hoeken zijn even groot
B
De zijden hebben verschillende lengtes
C
De hoeken zijn ongelijk
D
Alle zijden zijn even lang

Slide 19 - Quizvraag

Hoeveel graden is elke hoek in een gelijkzijdige driehoek?
A
120 graden
B
45 graden
C
60 graden
D
90 graden

Slide 20 - Quizvraag

Wat is een hoogtelijn in een driehoek?
A
Een lijn die een hoek van een driehoek met de overstaande zijde loodrecht doorsnijdt.
B
Een lijn die de langste zijde van een driehoek in twee gelijke delen verdeelt.
C
Een lijn die alle zijden van een driehoek even lang maakt.
D
Een lijn die de basis van een driehoek in twee gelijke delen verdeelt.

Slide 21 - Quizvraag

Hoeveel hoogtelijnen heeft een willekeurige driehoek?
A
Een driehoek heeft één hoogtelijn.
B
Een driehoek heeft geen hoogtelijnen.
C
Een driehoek heeft altijd drie hoogtelijnen.
D
Een driehoek heeft twee hoogtelijnen.

Slide 22 - Quizvraag