4.5 VWO 5BE Breakeven Les 1 Quitte spelen 2025-2026

Begintaak

3 vragen, wie heeft ze alledrie goed?
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 65 min

Onderdelen in deze les

Begintaak

3 vragen, wie heeft ze alledrie goed?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een prijsresultaat?
A
Gekochte grondstof blijkt duurder of goedkoper te zijn
B
De korting door inkoop van grote hoeveelheid grondstof
C
Het verschil tussen de werkelijke betaalde prijs en de standaardprijs
D
Het verschil tussen de voorcalculatie en de nacalculatie

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een negatief bezettingsresultaat is:
A
het verschil tussen de begrote en werkelijke constante kosten bij een hogere bezetting
B
het verschil tussen de begrote en werkelijke totale kosten bij een hogere bezetting
C
het deel van de constante kosten dat niet gedekt is omdat de werkelijke bezetting afwijkt van de verwachte bezetting
D
het deel van de constante kosten dat niet gedekt is omdat de werkelijke bezetting afwijkt van de normale bezetting

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De kostprijs van een scooter is €950,-. De winstmarge is 45% van de kostprijs, de btw is 21%.
Wat wordt de consumentenprijs?
A
2.090,-
B
1377,50
C
1666,78
D
1149,50

Slide 4 - Quizvraag

950/100 x 45 = 427,50 (brutowinst)
950 + 427,50 = 1377,50 (nettoverkoopprijs)
1377,50/100 x 21 = 289,28 (btw)
1377,50 + 289,28 = 1666,78 (brutoverkoopprijs)
Brutoverkoopprijs en consumentenprijs is hetzelfde!
4.5 Quitte spelen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Huiswerk Santa Lucia
  • Terugblik
  • 4.5 Theorie Break-Even en Dekkingsbijdrage
  • Opdrachten 4.65, 4.66, 4.67 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
4.64 Santa Lucia

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 1 en 2

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 3 en 4

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 5

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 6 en 7

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De commerciële kostprijs is € 240,-
De winstopslag is 40% van de kostprijs.
Wat is de verkoopprijs?
A
€ 96,-
B
€ 140,-
C
€ 336,-
D
€ 400,-

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een partij goederen met een vaste kostprijs van €8.000,- wordt verkocht voor €15.125,- inclusief 21% omzetbelasting.
A
Het verkoopresultaat is € 4.500,-
B
Het verkoopresultaat is € 7.125,-
C
Het verkoopresultaat is € 12.500,-
D
Het verkoopresultaat is € 15.125,-

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De formule (W-N)x C/N
berekent het:
A
Verkoopresultaat
B
Break-evenafzet
C
Bezettingsresultaat
D
Bedrijfsresultaat

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kostprijs € 14,40. Verkopen 400 stuks a € 18,50 en 750 stuks a € 18,75 ex BTW. Inkopen 600 stuks a € 11,90 en 500 stuks a € 12,15. Inkoopkosten € 2.800,-. Verkoopresultaat? (€ x.xxx,xx)

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord
400 x ( 18,50 - 14,40 ) = 1.640
750 x ( 18,75 - 14,40 ) = 3.262,50
1.640 + 3.262,50 = €4.902,50

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4.5 Quitte spelen

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  1. Je kunt het verschil tussen constante kosten en proportioneel variabele kosten uitleggen.
  2. Je kunt voor een handelsonderneming en een dienstenonderneming de break-even afzet en break-even omzet berekenen met behulp van TO = TK.
  3. Je kunt de break-even afzet en break-even omzet berekenen op basis van de dekkingsbijdrage in euro’s per uur of product.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer speel je quitte?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleppen dicht

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken opgave 4.65 Quitte spelen
timer
15:00

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak opgave 4.66 Dekkingsbijdrage
timer
15:00

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleppen open

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat is de breakeven afzet? p = 200 OVK = 25 inkoop= 35 TCK = 150.500

Slide 46 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De formule voor de break-even afzet is:
A
constante kosten / (inkoopprijs - variabele kosten)
B
variabele kosten / (inkoopprijs - variabele kosten)
C
constante kosten / (verkoopprijs - variabele kosten)
D
constante kosten / variabele kosten

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

wat is het verschil uit tussen variabele kosten en constante kosten
A
constante kosten zijn afhankelijk van het aantal producten dat wordt gemaakt
B
Variabele kosten zijn afhankelijk van het aantal producten dat wordt gemaakt

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk  
4.67 Grote opgave Break-even in euro's

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies