Hoofdstuk 8 §4 Water op aarde

Water
Water op aarde 
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 35 min

Onderdelen in deze les

Water
Water op aarde 

Slide 1 - Tekstslide

Vooraf
  • Meld je alvast aan bij Lessonup.com
  • Pak je schrift en een pen 

Slide 2 - Tekstslide

Het Aralmeer en jouw T-shirt? 
In deze les ga je ontdekken wat jouw T-shirt te 
maken heeft met de veranderingen in het Aralmeer.

Ofwel: hoe jij soms invloed hebt op grote gebeurtenissen ver weg. 
Daar ga je straks een onderzoekje naar doen. 

Slide 3 - Tekstslide

Maar eerst even dit....
Vorige les heb je 'ecologische voetafdruk' berekend. Er bestaat ook een 'watervoetafdruk'.  

Slide 4 - Tekstslide

Wat denk je dat bedoeld wordt met de 'watervoetafdruk' ?

Slide 5 - Open vraag

de 'watervoetafdruk' heeft te maken met de hoeveelheid zoet water die jij gebruikt. Wat daar allemaal wel en niet bij hoort gaan we later bekijken. 

Slide 6 - Tekstslide

Hoeveel liter water denk jij dat iemand in Nederland gemiddeld per dag gebruikt?
A
ongeveer 20 liter
B
ongeveer 130 liter
C
ongeveer 1400 liter
D
ongeveer 4400 liter

Slide 7 - Quizvraag

Hoe kan dat nou.. 4.400 liter?
Hoeveelheid kraanwater per persoon per dag in Nederland
Douchen:                                      ca. 42 liter (8 liter per minuut)
WC doortrekken                        ca. 35 liter  
Wasje draaien                             ca. 57 liter per wasbeurt
Drinken (water, koffie thee   ca. 1,8 liter
Koken                                              ca. 1 liter                                              
Totaal:                                              130 liter per persoon/dag                  

Slide 8 - Tekstslide

Wat hoort bij de watervoetafdruk?
De watervoetafdruk gaat om de hoeveelheid water die nodig is om alles wat wij gebruiken te kunnen produceren. 
Dus niet alleen het water wat uit de kraan komt, ook het water voor het maken van bijv: 
  • voedsel (fruit, groenten, vlees, frisdrank)
  • gebruiksproducten (papier). 
  • kleding, schoenen

Slide 9 - Tekstslide

Je doet een klein onderzoek..
Je krijgt 10 minuten om op internet een onderzoek te doen. Je krijgt een aantal vragen waar je antwoord op gaat zoeken. 
Noteer je antwoorden op papier. Iedereen moet straks de antwoorden kunnen geven. Bedenk zelf de goede zoektermen.
Je mag eventueel de taken verdelen met een klasgenoot. 
(Is het maken van breakout-groepen nodig?) 
 

Slide 10 - Tekstslide

Waar is het Aralmeer gebleven?
  1. In welk land/welke landen ligt het Aralmeer?
  2. Welke twee grote rivieren komen uit in het Aralmeer? 
  3. Hoe groot was het Aralmeer in 1960 (ongeveer zo groot als... (noem een land)? En hoe groot is het Aralmeer nu? 
  4. Welk klimaat is er rond het Aralmeer?
  5. Welk gewas wordt er verbouwd langs de genoemde rivieren?
  6. Wat heeft de opdroging van het Aralmeer te maken met jouw T-shirt? 
Wat is er met het Aralmeer gebeurd? 
timer
10:00

Slide 11 - Tekstslide

Leg kort uit wat er met het Aralmeer is gebeurd.

Slide 12 - Open vraag

Aralmeer
Was in 1960 ongeveer zo groot als 2 x België.
Nu nog maar 10% van toen


Slide 13 - Tekstslide

Wat was de oorzaak van het opdrogen van het Aralmeer?

Slide 14 - Open vraag

Aralmeer
Het Aralmeer, tussen twee landen in
Syr Darja
Amu Darja 

Slide 15 - Tekstslide

Katoen
Katoen houdt van zon. Over het algemeen heeft de katoenplant een voorkeur voor een (sub)tropisch klimaat, maar kan zich ook aanpassen aan een wat droger klimaat.

Slide 16 - Tekstslide

Hoeveel water voor een T-shirt?
"De katoenteelt gebruikt ruim 2,5 procent van het wereldwijde watergebruik en behoort daarmee tot de meest waterverslindende gewassen"
Voor het maken van 1 T-shirt is 2500 liter
water nodig. 

Slide 17 - Tekstslide

Zet in de goede volgorde
  1. Het Aralmeer droogt op. 
  2. De rivieren Syr Darja en Amur Darja vervoeren minder water naar het Aralmeer.
  3. De katoen wordt gebruikt voor het maken van T-shirts
  4. Vanaf ongeveer 1960 wordt er katoen verbouwd in Oezbekistan.
  5. Het water uit de Syr Darja en de Amur Darja wordt gebruikt voor irrigatie van de katoenteelt
  6. De T-shirts worden verkocht in onder andere Nederland

Slide 18 - Tekstslide

Iemand zegt: doordat jij T-shirts draagt is het Aralmeer opgedroogd. Wat vind je daarvan?

Slide 19 - Open vraag

Terugblik: Wat is de watervoetafdruk?
A
Hoeveel kraanwater je per dag gebruikt
B
Hoeveel water je per dag of per jaar drinkt
C
Hoeveel oppervlaktewater (rivieren, meren) een land heeft.
D
Hoeveel water er nodig is om alle spullen te produceren die jij gebruikt.

Slide 20 - Quizvraag

Wat wordt bedoeld met 'we importeren water'?
A
In veel producten die we uit het buitenland halen zit vaak nog heel veel water.
B
Ons kraanwater komt via de Rijn uit Duitsland.
C
Voor de spullen die we uit een ander land halen, gebruiken we hun water.
D
Bier en wijn uit het buitenland worden vaak extra verdund met water.

Slide 21 - Quizvraag

Aan de slag...
Maak de opgaven van §8.4 in je papieren werkboek:
Verplicht:  (1 t/m 7)
Verstandig: 8
Leer de paragraaf, ga daarbij uit van de leerdoelen!

Slide 22 - Tekstslide