Gelijkwaardige breuken
Gelijkwaardige breuken
Open de les visueel: breuken gaan over delen van een geheel, maar ook over een plaats op de getallenlijn. Benoem dat leerlingen vandaag breuken niet alleen rekenen, maar vooral leren herkennen en vergelijken.
Lesdoel
Ik kan gelijkwaardige breuken herkennen, breuken op een getallenlijn plaatsen en breuken vereenvoudigen.
Deze slide heeft geen instructies
Wat weet je nog over breuken van de vorige les?
Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen. Let op woorden als half, deel, teller, noemer, lijn, gelijk.
Gelijkwaardige breuken
Gelijkwaardige breuken zijn anders geschreven, maar hebben dezelfde waarde.
Leg uit dat de stukken kleiner kunnen worden, terwijl de totale hoeveelheid gelijk blijft. Gebruik eventueel een cirkel of reep die eerst in 2 en daarna in 4 gelijke delen is verdeeld.
Hoe maak je een gelijkwaardige breuk?
Je maakt een gelijkwaardige breuk door teller en noemer met hetzelfde getal te vermenigvuldigen.
Benadruk dat je teller en noemer allebei met hetzelfde getal moet vermenigvuldigen. Anders verandert de waarde van de breuk.
Breuken op een getallenlijn
Een breuk is niet alleen een deel van een taart.
Een breuk is ook een getal.
Op de getallenlijn krijgt elke breuk een vaste plaats tussen 0 en 1, of soms verder dan 1.
Veel leerlingen zien breuken alleen als plaatjes. Deze slide maakt de overgang naar breuken als getallen.
Hoe plaats je op de getallenlijn?
Deze slide heeft geen instructies
Van 0 tot 1 verdelen
Om 1/3 te plaatsen:
kijk naar de noemer 3
verdeel het stuk van 0 tot 1 in 3 gelijke delen
neem daarna 1 deel
Dus 1/3 ligt op het eerste streepje.
Noem het stappenplan hardop: eerst noemer, dan verdelen, dan teller. Dit helpt straks ook bij 3/4 en 5/6.
Breuken vereenvoudigen
Een breuk vereenvoudigen betekent:
de breuk kleiner opschrijven
maar de waarde blijft gelijk
Voorbeeld:
2/4 = 1/2
6/8 = 3/4
Verbind dit direct met gelijkwaardige breuken: vereenvoudigen is een gelijkwaardige breuk zoeken met kleinere getallen.
Hoe vereenvoudig je?
Je deelt teller en noemer door hetzelfde getal.
Benadruk opnieuw de regel: beide getallen door hetzelfde getal delen. Laat zien dat vermenigvuldigen en delen elkaars omgekeerde zijn.
Welke breuk is gelijkwaardig aan 1/2?
2/4
1/4
2/3
3/4
Controleert het kernidee van dezelfde waarde. Afleiders zijn veelvoorkomende verwarringen met teller of noemer.
Hoe vereenvoudig je 4/6?
2/3
3/4
4/12
5/6
Toetst of leerlingen begrijpen dat je teller en noemer door hetzelfde getal deelt.
Maak de tekst compleet
Een breuk vereenvoudigen betekent: kleiner opschrijven, maar de waarde blijft gelijk. Je deelt teller en noemer door hetzelfde getal. De breuk 3/4 is al helemaal eenvoudig.
Verbindt slides 11, 12 en 14: gelijke waarde, delen door hetzelfde getal, en herkennen van een al vereenvoudigde breuk.
Wat onthoud jij van 2/4 en 1/2?
Bespreek antwoorden als: 2/4 en 1/2 zijn gelijkwaardig, liggen op dezelfde plek op de getallenlijn, en vereenvoudigen verbindt beide vormen.
Begrippen
breuk - een getal dat bestaat uit een teller en een noemer
teller - het getal boven de breukstreep
noemer - het getal onder de breukstreep
gelijkwaardige breuken - breuken met dezelfde waarde
getallenlijn - een lijn waarop getallen een vaste plaats hebben
vereenvoudigen - een breuk kleiner opschrijven zonder de waarde te veranderen
gelijke delen - stukken die precies even groot zijn
Deze slide heeft geen instructies