CSE SPAANS TIPS

JAS UIT
cuelga la chaqueta
KOPTELEFOON IN JE RUGZAK
los auriculares en la mochila
TELEFOON IN JE RUGTAS
El teléfono en la bolsa/mochila
IK HEB MIJN SCHOOLMATERIAAL KLAAR
Tengo el material escolar preparado
IK HEB MIJN LAPTOP IN DE RUGTAS
tengo el laptop en la mochila
RUGTAS/TAS OP DE GROND
la bolsa en el suelo
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

JAS UIT
cuelga la chaqueta
KOPTELEFOON IN JE RUGZAK
los auriculares en la mochila
TELEFOON IN JE RUGTAS
El teléfono en la bolsa/mochila
IK HEB MIJN SCHOOLMATERIAAL KLAAR
Tengo el material escolar preparado
IK HEB MIJN LAPTOP IN DE RUGTAS
tengo el laptop en la mochila
RUGTAS/TAS OP DE GROND
la bolsa en el suelo

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
CSE I: instructies begrijpen

Woordenboek gebruiken

Slide 2 - Tekstslide

¿CÓMO? HOE?
1. HUISWERK
2. PROGRAMMA
3. INSTRUCTIES in het SPAANS
4. WOORDENBOEK - how to?
pausa

Slide 3 - Tekstslide

DELEN PROGRAMMA
DAG 1. LEZEN - Algemeen over de toets - vragen leren
DAG 2 OEFENTOETS - pas de tips aan en doe een toets in een Examensituatie
DAG 3 CORRECTIE - 1 uur nakijken in groepen
                                          1 uur samen antwoorden bespreken (speels)

Slide 4 - Tekstslide

OBSERVACIONES GENERALES (5)

  • Duur: tweeënhalf uur (120 minuten, 150 met extra tijd)
  • Circa 45 punten te behalen -> ±4 minuten per te behalen punt.
  • Het opzoeken van een woord in het woordenboek kost 1 minuut. -> Noteer de vertaling meteen in de kantlijn. 
  • Examen is opgebouwd in moeilijkheidsgraad (elefant)
  • Je kunt de teksten in willekeurige volgorde maken. Sla je een tekst voorlopig over? Altijd controleren of je overal antwoord hebt ingevuld!
  • meerkeuze? gokken better dan overslaan!

Slide 5 - Tekstslide

TIPOS DE TEXTOS

1. Artículo de fondo (Achtergrondartikel)
2. Entrevista (Interview)
3. Manual (handleiding, kookrecept e.d.) -> vaak als scantekst
4. Carta al director (Brief naar de redactie van een krant) -> meestal met 1 of        vragen naar de bedoeling/mening/emotie van de schrijver
- Zorg dat je de Spaans vraagstelling goed begrijpt. 
  in je "Cultuur" boekje en "opdrachten lezen". vind je veel voorbeelden per      
  thema

Slide 6 - Tekstslide

TIPOS DE PREGUNTAS (4)

  • Gesloten vraag (abcd, kan ook een gatenvraag zijn)
  • Gatenvraag: lees het stukje ervóór en erna -> bepaal het verband -> bepaal daarna je antwoord
  • Waar / niet waar (= beweringenvraag) -> levert 2/3 punten op.
  • Open vragen -> 


Slide 7 - Tekstslide

VOLGORDE + WOORDENBOEK (4+2)
1. Begin met je te oriënteren op de tekst (plaatjes, titels, koppen, voetnoten)
2. Lees daarna de vragen die in het Nederlands zijn gesteld -> je krijgt een beeld van de inhoud.
3. Zorg dat je de titels, koppen en vragen goed begrijpt. 
     Zoek een woord zonodig op in het woordenboek + noteer vertaling in de kantlijn !!!
                                      Let op: de ñ is in sommige woordenboeken een aparte letter, pas NA de n.
4. Daarna de vragen van boven naar beneden behandelen. 

VEEL TEKST, WEINIG TIJD? 
  • Let op opvallende woorden, schuingedrukte woorden.
  • Gebruik ELZA (eerst zin + laatste zin v.d. alinea). Daar staat vaak de essentie van de alinea. Soms staat de essentie niet in de eerste zin, maar in de tweede zin.

Slide 8 - Tekstslide

Correctievoorschrift open vraag
  • 3.3 indien een antwoord op een open vraag niet in het beoordelingsmodel voorkomt en dit antwoord op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, moeten scorepunten worden toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel
  • 3.4 indien slechts één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerstgegeven antwoord beoordeeld;
  • 3.5 indien meer dan één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal;
  • 3.6 indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven

VAKSPECIFIEK: 
  1. Open vragen dienen in het Nederlands beantwoord te worden, tenzij uit de vraagstelling blijkt dat het antwoord in de vreemde taal mag of moet staan. Indien toch de vreemde taal is gebruikt, worden aan het antwoord 0 scorepunten toegekend.
  2. Met taalfouten wordt in de beoordeling geen rekening gehouden.

Slide 9 - Tekstslide

COMENTARIOS PRÁCTICOS

  1. Denk goed na: WEL /  NIET de gehele tekst lezen?
  2. ALTIJD voor het lezen van de tekst naar de vragen kijken + oriënteren op de tekst.
  3. TIPS: 
  • 1. Lees de vraag eerst zonder de opties. 
  • 2. Kijk daarna in de tekst en bedenk hoe je de vraag zelf zou beantwoorden. 
  • 3. Kies het meest passende antwoord (bij multiple-choice) of formuleer zorgvuldig (bij open vraag)

Slide 10 - Tekstslide

¿CÓMO? HOE?
1. HUISWERK
2. PROGRAMMA
3. INSTRUCTIES in het SPAANS
4. WOORDENBOEK - how to?
pausa

Slide 11 - Tekstslide

WERKBLAD - ONTHOUDEN voor de volgende sessie

Slide 12 - Tekstslide

1. De vraagwoorden. Sleep het Spaanse woord naar de vertaling:
Hoe?
Wat?
Welke?
Wanneer?
Waar?
Hoeveel?
¿Cómo?
¿Qué?
¿Cuál?
¿Cuándo?
¿Dónde?
¿Cuánto?

Slide 13 - Sleepvraag

woorden instructies/wat betekent?
dice 
(se)habla
(se) trata
FALTA
(SE) DA
QUIERE
HACE

Slide 14 - Tekstslide

woorden instructies/wat betekent?
dice 
zegd
(se)habla
wordt gezegd
(se) trata
word behandeld
FALTA
ontbreekt
(SE) DA
wordt gegeven
QUIERE
wil
HACE
doet

Slide 15 - Tekstslide

¿CÓMO? HOE?
1. HUISWERK
2. PROGRAMMA
3. INSTRUCTIES in het SPAANS
4. VOORZETSELS

Slide 16 - Tekstslide



A          --> NAAR - AAN
CON     --> MET
DE        --> VAN
DESDE --> VANAF


EN       --> IN
PARA   --> VOOR
SIN       --> ZONDER
SOBRE --> OVER


Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

¿CÓMO? HOE?
1. REFRESHER + EL DICCIONARIO
2. PALABRAS
3. VERBOS
4. WERKBLAD
5. REFLECTIE

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Link

VOLGENDE LES
HEB JE EEN WOORDENBOEK?

BRING JE WOORDENBOEK NAAR DE VOLGENDE LES MEE
TIJDENS HET EXAMEN BRENG JE JE EIGEN WOORDENBOEK

Slide 22 - Tekstslide

EL USO DEL DICCIONARIO
WERKBLAD

Slide 23 - Tekstslide

Consejos importantes 
  • Leer.
  • Geen haast, maar denk: 4min per vraag = 1 minuut woordenboek
  • Context
  • Woorden: in het enkelvoud
  • Werkwoorden: in het hele vorm!!!

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

¿CÓMO? HOE?
1. EL DICCIONARIO
2. PALABRAS
3. VERBOS
4. WERKBLAD
5. REFLECTIE

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

¿CÓMO? HOE?
1. EL DICCIONARIO
2. PALABRAS
3. VERBOS
4. WERKBLAD
5. REFLECTIE

Slide 30 - Tekstslide

¿CÓMO? HOE?
1. EL DICCIONARIO
2. PALABRAS
3. VERBOS
4. WERKBLAD
5. REFLECTIE

Slide 31 - Tekstslide

¿QUÉ QUIERE EL CITO?

1. GROTE LIJN zien in het verhaal
2. SIGNAALWOORDEN
                       a. herkennen, en kunnen invullen
                       b. analyseren (weten wat de functie van zo’n signaalwoord is)
3. EXPERTS. Bij interviews: de meningen van deze mensen snappen en weergeven
4. VOORBEELDEN herkennen en weergeven
5. SCANNEN van een tekst met maar één of twee vragen

Slide 32 - Tekstslide

Welke van de tips ga jij onthouden voor jouw examen?

Slide 33 - Open vraag