Dag allemaal! Ga volgens de plattegrond zitten. Zorg dat je een boek en pen op tafel hebt liggen.
timer
4:00
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1
In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Dag allemaal! Ga volgens de plattegrond zitten. Zorg dat je een boek en pen op tafel hebt liggen.
timer
4:00
Slide 1 - Tekstslide
§ 3.2 Fasen van water
Slide 2 - Tekstslide
Hoofdstuk 3: Water
1. Soorten water
2. Fasen van water
3. Smeltpunt en kookpunt
4. Water als oplosmiddel
5. Stoffen scheiden
6. Drinkwater maken
Slide 3 - Tekstslide
Leerdoelen
-Je kunt de drie fasen van water benoemen.
-Je kunt beschrijven wat er gebeurt als water bevriest (stolt) of ijs smelt.
-Je kunt beschrijven wat er gebeurt als water verdampt of condenseert.
-Je kunt beschrijven wat stoom is.
Slide 4 - Tekstslide
Vast
Vloeibaar
Gas
Slide 5 - Tekstslide
Let op: Waterdamp zelf is niet zichtbaar=water in gasvormige toestand
Vast(ijs)
Vloeibaar(water)
Gas(waterdamp)
3 fasen van water:
Slide 6 - Tekstslide
Vragen
a) Welke fase is het water bij A? b) Welke fase is het water bij B? c) Hete waterdamp wordt ook wel stoom genoemd. Waar is het water stoom, bij A of bij B? Licht je antwoord toe.
Slide 7 - Tekstslide
Smelten
Een vaste stof word een vloeistof.
Chocola smelten.
Slide 8 - Tekstslide
Stollen
Een vloeistof wordt een vaste stof.
Ook wel bevriezen (water).
Denk aan kaarsvet! Als een kaarsje afkoelt, wordt het weer vast.
Slide 9 - Tekstslide
Verdampen
Een vloeistof wordt een gas!
(Let op, stoom wat je ziet is geen waterdamp!)
Parfum is ook een mooi voorbeeld.
Slide 10 - Tekstslide
Condenseren
Een gas wordt vloeistof!
Denk aan de spiegel in de badkamer als je gedoucht hebt
Slide 11 - Tekstslide
Fase overgangen
Slide 12 - Tekstslide
In welke fase bevinden zich deze ijsblokjes?
A
Vloeibare fase
B
gasvormige fase
C
vaste fase
D
alle drie de fasen
Slide 13 - Quizvraag
Stoffen komen voor in maximaal drie fasen, welke zijn dat?
A
hard, zacht en wolken
B
vast, beweegbaar en los
C
ijs, water en damp
D
vast, vloeibaar en gas
Slide 14 - Quizvraag
In welke fase bevindt zich een wolk?
A
vaste fase
B
vloeibare fase
C
gasvormige fase
D
geen enkele fase
Slide 15 - Quizvraag
Welke fase-overgang vindt er plaats als je een ijsblokje in een hete kop thee gooit?
A
condenseren
B
verdampen
C
smelten
D
stollen
Slide 16 - Quizvraag
Welke fase-overgang vindt er plaats als je brillenglazen beslaan?
A
condenseren
B
verdampen
C
smelten
D
stollen
Slide 17 - Quizvraag
Ga aan de slag
Wat? 3.2: maken: opdracht 1 t/m 14 op blz 144
Hoe? Je mag overleggen
Klaar? Maak de test jezelf van H3.2 op de laptop in de online methode.