Lentebloemen en bollen

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
WeroLager onderwijs

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van dit hoofdstuk kun je de verschillende delen van een bloemstengel benoemen en hun functie uitleggen.
Je kan dan ook de delen van een ui benoemen en je kan vertellen hoe een bloembol ontwikkelt.

Slide 2 - Tekstslide

Geef de leerdoelen duidelijk aan het begin van de les, zodat de studenten weten wat ze aan het einde van de les moeten begrijpen.
De bouw van een bloemstengel

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je nog over de bouw van een bloemstengel?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

De bloemstengel
De bloemstengel is het deel van de plant dat de bloem draagt. Het bestaat uit verschillende delen: de knop, de bloeiwijze, de bladeren en de stengel.

Slide 5 - Tekstslide

Leg uit dat de bloemstengel het deel van de plant is dat de bloem draagt. Laat afbeeldingen van een bloemstengel zien.
De knop
De knop is het deel van de bloemstengel waaruit de bloem zal groeien. Het bestaat uit verschillende lagen beschermende schubben. Uit een knop kan ook een nieuw stukje stengel groeien.

Slide 6 - Tekstslide

Laat afbeeldingen zien van de knop en leg uit dat het het deel van de bloemstengel is waaruit de bloem zal groeien.
De bloem
De bloem is het deel met de mooi gekleurde blaadjes. De bloeiwijze is de verzameling van bloemen op een bloemstengel. Dit kan een enkele bloem zijn of een verzameling van bloemen.

Slide 7 - Tekstslide

Laat afbeeldingen zien van verschillende soorten bloeiwijzen en leg uit wat een bloeiwijze is.
De bladeren
De bladeren zijn belangrijk voor de fotosynthese van de plant en ondersteunen de bloem. Ze zitten ook rond de bloeiwijze.

Slide 8 - Tekstslide

Leg uit waarom bladeren belangrijk zijn voor de plant en waar ze zich bevinden op de bloemstengel.
De stengel
De stengel verbindt alle delen van de bloemstengel en transporteert water en voedingsstoffen van de wortels naar de bloem en de bladeren.

Slide 9 - Tekstslide

Leg uit wat de functie van de stengel is en hoe het werkt om water en voedingsstoffen te transporteren.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderzoek van een bol:
 de ui, laagje na laagje

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Buitenste laag (bruine rokken)
De buitenste laag van een ui staat bekend als de papery skin of de schil. Het beschermt de ui en houdt voedingsstoffen vast.
De verschillende lagen van een ui noemen we rokken.  De schil van de ui zijn eigenlijk droge bruine rokken.

Slide 13 - Tekstslide

Toon een afbeelding van de buitenste laag van een ui en vraag de studenten om te beschrijven wat ze zien.
Bol van de ui (witte rokken)
De bol van de ui is de grootste laag. Het bevat de meeste voedingsstoffen en is het meest eetbare deel van de ui. Deze bol bestaat uit witte rokken.  De rokken kunnen we vergelijken met de bladeren van een stengel.  De verschillende rokken kunnen we uit elkaar halen. Er zit telkens een klein, dun vliesje tussen.  De witte rokken voelen ook nat aan.

Slide 14 - Tekstslide

Toon een afbeelding van de bol van de ui en vraag de studenten om te beschrijven wat ze zien.
Binnenste laag (kiem)
De binnenste laag van een ui staat bekend als de kiem. Het is meestal kleiner dan de bol en bevat de meeste voedingsstoffen. De kiem is een knop die net als de knoppen van een stengel kan uitlopen.

Slide 15 - Tekstslide

Toon een afbeelding van de binnenste laag van een ui en vraag de studenten om te beschrijven wat ze zien.
Wortel van de ui (bolschijf)
De wortel van de ui is het onderste deel van de ui en wordt vaak afgesneden voordat de ui wordt gekookt. Dit noemen we de bolschijf.
Eigenlijk is dit de stengel van de ui waarop de rokken en de kiem staan.

Slide 16 - Tekstslide

Toon een afbeelding van de wortel van de ui en vraag de studenten om te beschrijven wat ze zien.
Interactief element: ui ontleden

Slide 17 - Tekstslide

Dit is een interactief element van de les. Zorg ervoor dat alle studenten handschoenen en veiligheidsbrillen dragen bij het snijden van de ui.
Samenvatting
Een ui bestaat uit verschillende lagen, waaronder de buitenste laag met bruine rokken, de binnenste laag met witte rokken, de kiem en de bolschijf. De witte rokken is het meest eetbare deel van de ui en bevat de meeste voedingsstoffen.

Slide 18 - Tekstslide

Vat de belangrijkste punten van de les samen en beantwoord eventuele vragen die de studenten nog hebben.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Andere bollen!

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn bloembollen?
Bloembollen zijn ondergrondse voedselopslagorganen die de voedingsstoffen bevatten die planten nodig hebben om te groeien en te bloeien. Ze stapelen voedsel op in een ondergronds plantendeel, de bol. Zo kunnen ze de volgende lente heel vlug groeien en bloeien.

Slide 22 - Tekstslide

De docent kan de definitie van bloembollen uitleggen en de leerlingen vragen om voorbeelden te geven van bloembollen die ze kennen.
Populaire bloembollen
Enkele populaire bloembollen zijn tulpen, narcissen, hyacinten en krokussen.

Slide 23 - Tekstslide

De docent kan de leerlingen vragen om andere populaire bloembollen te noemen en waarom ze populair zijn.
Hoe groeien bloembollen?
Bloembollen hebben een rustperiode nodig voordat ze kunnen groeien. Ze hebben ook zonlicht, water en voedingsstoffen nodig om te kunnen groeien.

Slide 24 - Tekstslide

De docent kan de leerlingen vragen om te beschrijven wat bloembollen nodig hebben om te groeien en te bloeien.

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 2 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 27 - Open vraag

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 1 ding op waarover je meer wilt weten.

Slide 28 - Open vraag

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 29 - Open vraag

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.