H4 Chapitre 1 Grammaire C Les comparaisons

Les comparaisons
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 3,4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Les comparaisons

Slide 1 - Tekstslide

Herhaling bijvoeglijke naamwoorden


Denk aan vorm en plaats!

Slide 2 - Tekstslide

Om dingen/mensen met elkaar te vergelijken 
gebruik je de trappen van vergelijking





Nummer 1 is groot, nummer 2 is groter, nummer 3 is het grootst

Slide 3 - Tekstslide

Le comparatif = de vergrotende trap


= even ....... als
je gebruikt plus/moins + bijvoeglijk naamwoord
bijvoorbeeld:
= groter dan >  plus grand que
of
= minder groot dan > moins grand que
je gebruikt aussi  + bijvoegijk naamwoord

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Le superlatif = de overtreffende trap
je gebruikt le/la/les plus + bijvoeglijk naamwoord
= het grootst > le plus grand

=de rustigste leerling > l'élève le plus calme


Slide 7 - Tekstslide

Let op!

De bijvoeglijke naamwoorden die voor het zelfstandig naamwoord staan, staan bij de trappen van vergelijking ook voor het zelfstandig naamwoord
* het grootste meisje: la plus grande fille

Slide 8 - Tekstslide

Welke waren dat ook alweer?


beau, bon, joli,
haut, long, petit,
jeune, mauvais, grand,
nouveau, vieux, méchant, 
autre, dernier, en
de rangtelwoorden (premier, deuxième, troisième etc.)

Slide 9 - Tekstslide

Kijk naar het volgende filmpje, daar wordt alles nog een keer uitgelegd

Slide 10 - Tekstslide

Natuurlijk zijn er een paar uitzonderingen..... bijv.:
bon (ne) (s) (nes)      meilleur (e) (s) (es)     le, la, les meilleur (e) (s) (es)
goed                               beter                               de/het best(e)

Bijwoord (onveranderlijk):
bien                                mieux                              le mieux

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Questions?

Slide 13 - Tekstslide

Le quiz!!!!
bij sommige vragen zie je  +      vergrotende trap met plus
                                                   ++   overtreffende trap met plus
                                                   -       vergrotende trap met moins
                                                   --     overtreffende trap met le moins
                                                   =       even......als

Slide 14 - Tekstslide

Jean est né en 2005. Paul est né en 2006. Jean est donc....
A
plus âgé
B
moins âgé
C
aussi âgé

Slide 15 - Quizvraag

Marianne mesure 1m67. Monique mesure 1m80. Monique est donc......
A
plus grande
B
aussi grande
C
moins grande

Slide 16 - Quizvraag

Obélix est (intelligent -) qu'Astérix.

Slide 17 - Open vraag

Marianne est (= gentil) que sa soeur.

Slide 18 - Open vraag