9.1 Reactiesnelheid


    9.1 Reactiesnelheid  
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les


    9.1 Reactiesnelheid  

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Deeltjesmodel
  • iedere stof is uit hele kleine deeltjes opgebouwd, meestal moleculen
  • iedere stof heeft zijn eigen molecuulsoort
  • moleculen bewegen voortdurend
  • moleculen trekken elkaar aan 

Slide 3 - Tekstslide

Effectieve botsing
Voor een reactie is een effectieve botsing nodig. Als moleculen van de beginstoffen met voldoende snelheid en op de juiste plek tegen elkaar botsen vindt er een chemische reactie plaats. 

Slide 4 - Tekstslide

Reactiesnelheid
De reactiesnelheid is de snelheid waarmee reactieproducten worden gevormd of  beginstoffen verdwijnen.



Slide 5 - Tekstslide

Reactiesnelheid verhogen
Snelheid van een reactie verhogen:
  • Temperatuur verhogen
  • Concentratie vergroten
  • Verdelingsgraad verhogen
  • Katalysator toevoegen

Slide 6 - Tekstslide

Temperatuur verhogen
Temperatuur verhogen -> deeltjes bewegen sneller -> deeltjes botsen vaker en harder tegen elkaar aan, dus grotere kans op een effectieve botsing.


Fietsers: stel ze fietsen samen op het plein. Als ze harder fietsen, grotere kans tegen elkaar aan te botsen. 

Slide 7 - Tekstslide

Concentratie vergroten
Meer deeltjes in hetzelfde volume -> vaker effectieve botsingen grotere kans dat deeltjes tegen elkaar aan botsen.



Fietsers: zelfde schoolplein: meer fietsers op het plein -> grotere kans op botsen. 

Slide 8 - Tekstslide

Verdelingsgraad vergroten
Verdelingsgraad = groter contactoppervlak
Bij een groter contactoppervlak kunnen er vaker effectieve botsingen plaatsvinden en zal de reactiesnelheid dus groter worden.
Fietsers: als alle fietsers
in het peloton fietsen, kunnen de middelste 
fietsers nooit botsen, alleen de buitenste. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Katalysator
 Een katalysator is een hulpstof waardoor de reactie sneller kan verlopen. 
Katalysator doet wel mee aan de reactie, maar raakt niet op. Het wordt wel gebruikt, maar niet verbruikt 
Kan niet worden verklaard met het botsende deeltjesmodel. 
Fietsers: alle fietsers worden zo opgesteld zodat ze kunnen botsen. 

Slide 11 - Tekstslide

Katalysator
Katalysator zorgt ervoor dat de activeringsenergie ( Eact) wordt verlaagd.

Slide 12 - Tekstslide

Reactiesnelheid berekenen

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld
  • concentratieverandering: 8,0 x 10-2 - 7,1 x 10-2 = 9,0 x 10-3
  • gemiddelde snelheid = 9,0 x 10-3 / 10 = 9,0 x 10-4 mol/L.s

Slide 14 - Tekstslide

Wat is een effectieve botsing?
A
Een botsing van deeltjes waarbij geen reactie plaats vindt.
B
Elke botsing van deeltjes.
C
Een botsing van deeltjes die een reactie laat plaatsvinden.

Slide 15 - Quizvraag

Aan welke voorwaarden moeten deeltjes voldoen voor een effectieve botsing?
A
Ze moeten op de juiste plaats botsen
B
Ze moeten met voldoende snelheid botsen bij de juiste temperatuur.
C
Ze moeten op kamertemperatuur botsen op de juiste plaats
D
Ze moeten met voldoende snelheid op de juiste plaats botsen

Slide 16 - Quizvraag

Welk van de methoden om reactiesnelheid te beïnvloeden kan niet worden verklaard met het botsende deeltjes model?
A
Verdelingsgraad
B
Concentratie
C
Temperatuur
D
Katalysator

Slide 17 - Quizvraag

De reactiesnelheid is hoger bij
A
Hoge temperatuur
B
Lage temperatuur

Slide 18 - Quizvraag

Met schoonmaakazijn kun je kalk verwijderen. Er ontstaan daarbij gasbellen. Wat is de invloed van de concentratie azijnzuur op de hoeveelheid gasbelletjes die ontstaan in een bepaalde tijd?
A
een hogere concentratie azijnzuur -> minder belletjes
B
een hogere concentratie azijnzuur -> meer belletjes
C
concentraties azijnzuur -> geen invloed op hoeveelheid belletjes

Slide 19 - Quizvraag

Welke manier om een reactie te versnellen kun je slechts bij een specifieke reactie toepassen?
A
een katalysator
B
de verdelingsgraad
C
de temperatuur
D
de concentratie

Slide 20 - Quizvraag

De reactiesnelheid is lager bij
A
een fijnere verdelingsgraad
B
een minder fijne verdelingsgraad
C
de verdelingsgraad is niet van invloed

Slide 21 - Quizvraag

Aantekening

Slide 22 - Tekstslide