H4 Paragraaf 2 "Moleculen in beeld"




H4.2 Moleculen in beeld
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les




H4.2 Moleculen in beeld

Slide 1 - Tekstslide

deeltjesmodel






Vast (s)                         Vloeibaar (l)                         Gas (g)

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Fasedriehoek

Slide 6 - Tekstslide

Fase-overgangen
Verandering van de ene fase naar de andere fase:
  • vloeibaar naar vast = bevriezen (bij andere stoffen:stollen
  • vast naar vloeibaar =  smelten 
  • vloeibaar naar gasvormig (damp) = verdampen 
  • gasvormig naar vloeibaar = condenseren
  • vast naar gas = vervluchtigen 
  • gas naar vast = rijpen

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Water, waterdamp en ijs
Water (H2O) komt voor in drie toestanden:
  1. Vast (sneeuw en ijs)
  2. Vloeibaar (water)
  3. Gasvormig (waterdamp)

Elke dag gaan er grote hoeveelheden water van de ene toestand in de andere.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

De ruimte tussen de moleculen is leeg (er zit geen lucht tussen)
Je kan een behoorlijke hoeveelheid suiker oplossen in water zonder dat het volume toeneemt. Dit komt omdat de suikermoleculen in de ruimte tussen de watermoleculen gaat zitten.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Met het deeltjesmodel kun je de faseovergangen verklaren.

Wat is het belangrijkste verschil tussen de moleculen in een vloeistof en in een gas?

A
In een vloeistof hebben de moleculen een vaste plaats.
B
In een vloeistof zitten de moleculen dichter op elkaar
C
In een vloeistof zijn de moleculen groter.
D
In een vloeistof zijn de moleculen kleiner.

Slide 16 - Quizvraag

A is?
A
Vloeibaar
B
Gasvormig
C
Vast

Slide 17 - Quizvraag

B is?
A
Vloeibaar
B
Gasvormig
C
Vast

Slide 18 - Quizvraag

C is?
A
Vloeibaar
B
Gasvormig
C
Vast

Slide 19 - Quizvraag

Aan de slag
Maak  H4.2
opdracht 4 t/m 10; 12 t/m 18
opdracht 20 t/m 22




Slide 20 - Tekstslide