Werkwoordspelling

Werkwoordspelling
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Werkwoordspelling

Slide 1 - Tekstslide

Na deze les kan ik...
  1. ...de werkwoorden correct vervoegen in de t.t. en de v.t.

Slide 2 - Tekstslide

D, T of DT??
Vaak "hoor" je het gelukkig. Anders: de regels!

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Regelmatige werkwoorden
Tegenwoordige tijd
UITZONDERING: Schrijf geen -t als het werkwoord vóór het onderwerp van de tweede persoon je of jij staat.
  • Antwoord jij?
  • Hark jij veel in de tuin?
toch met -t
- Harkt je zoon vaak? (niet je maar je zoon is onderwerp in deze zin)

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Je moeder ..... jullie!
A
roep
B
roept

Slide 10 - Quizvraag

Ik .... deze les stom!
A
vindt
B
vind

Slide 11 - Quizvraag

Hij .... mijn app niet.
A
beantwoord
B
beantwoordt
C
beantwoort

Slide 12 - Quizvraag

..... u maar door!
A
Rijdt
B
Rijd

Slide 13 - Quizvraag

....je nu door?
A
Rijdt
B
Rijd

Slide 14 - Quizvraag

.... je zus nu echt door?
A
Rijdt
B
Rijd

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Regelmatige werkwoorden
Verleden tijd
  • Haal van het hele werkwoord -en af (je behoudt dus de stam)
  • Zit de laatste letter in 't sexy fokschaap (/t/, /k/, /f/, /s/, /ch/, /p/,/x/) of de stemloze medeklinker /sj/zoals in lunchen?
  • Ja? Schrijf in de verleden tijd stam + te(n)
    Bv.
    ik harkte, jij kaartte, zij douchten
  • Nee? Schrijf in de verleden tijd stam + de(n)
    Bv.
    ik antwoordde, jij dweilde, jullie gromden



Slide 19 - Tekstslide

Regelmatige werkwoorden
Voltooid deelwoord
  • Voeg de uitgang -t aan de stam toe als de verleden tijd eindigt op -te(n). Voeg de uitgang -d toe als de verleden tijd eindigt op -de(n).
  • Bv. ik heb geharkt (zoals ik harkte), ik heb gekaart (zoals ik kaartte)
    Bv.
    ik heb gedweild (zoals ik dweilde), dat is gebeurd (zoals het gebeurde)
  • Voeg geen extra -t of -d toe als de stam al eindigt op een -t of -d. 
    Bv. jij hebt geantwoord

Slide 20 - Tekstslide

We gaan  oefenen

Slide 21 - Tekstslide