Bijeenkomst 5 - Begrijpend lezen 2

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Werken van Guus Kuijer: Madelief, Polleke, De Bijbel voor ongelovigen.. Voor volwassenen en kinderen. Een tip voor je leeslogboek.

Antwoord aan
Arjen Lubach

Slide 3 - Woordweb

Wat was Arjen Lubachs voornaamste kritiek?

Slide 4 - Tekstslide

Theorie en praktijk met elkaar verbinden.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Herhaling van vorige keer

Dit zijn allemaal voorwaarden die bij leerlingen aanwezig moeten zijn voor een succesvolle ervaring met begrijpend lezen. 
Hierbij is de omgeving waar kinderen in opgroeien belangrijk. Is een kind opgegroeid in een geletterde omgeving, dan zal het ook makkelijker nieuwe woorden leren, en nieuwe kennis opdoen.

Slide 7 - Tekstslide

Verwijzen naar blog – Anneke Smits – 2016 op Its: (vorige week besproken)

Taalbegrip is gegrond in concrete ervaringen met taal, daarna zijn schoolse kennis en talige uitleg pas bepalende factoren. Dat wil zeggen, dat de ervaringen die leerlingen met taal hebben buiten school om, een belangrijke factor zijn voor dat taalbegrip. Hoe meer talige ervaringen en daarmee verbonden kennis in het brein zijn opgeslagen, hoe gemakkelijker leerlingen nieuwe informatie zullen begrijpen

In de schoolpraktijk kan daaraan worden gewerkt door begrijpend lezen contextgericht vorm te geven. Te lezen teksten en boeken worden verbonden door motiverende en uitdagende thema's die bijvoorbeeld betrekking hebben op wereldoriëntatie of op de actualiteit.
Vandaag gaan we ons richten op die andere zaakvakken.

Slide 8 - Tekstslide

En de theoretische verdieping, die gaan jullie verzorgen!

Groep 2: H2
Groep 3: H1
20 minuten.
Daarna wijs ik random iemand aan van groepje 1, 2 of 3 die het woord gaat voeren en de begrippen uitlegt aan de rest.

Bespreken

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De toegevoegde waarde van taal en zaakvakteksten?

Slide 10 - Tekstslide

Bespreken: 10 min.
Vraag 1: groep 3: wat is het nut van taal en zaakvakteksten?
- Je kunt winst boeken aan twee kanten: de kinderen leren van de taal die zo kenmerkend is voor de zaakvakken en leren tegelijkertijd de vakinhouden.
Vraag 2: Groep 1: welke leesmodellen onderscheiden we? plus leesstrategie?
Vraag 3: Groep 1: welke leesstrategie is het meest effectief?
Vraag 4: Groep 2: Cognitieve belasting en contextuele inbedding?
Vraag 5: Groep 2: Hoe kunnen we dit inzetten?
Vraag 6: Groep 3: win win situatie?

Modellen voor leesproces?

Slide 11 - Tekstslide

Bespreken: 10 min.
Vraag 1: groep 3: wat is het nut van taal en zaakvakteksten?
Vraag 2: Groep 1: welke leesmodellen onderscheiden we?
Vraag 3: Groep 1: welke leesstrategie is het meest effectief?
Vraag 4: Groep 2: Cognitieve belasting en contextuele inbedding?
Vraag 5: Groep 2: Hoe kunnen we dit inzetten?
Vraag 6: Groep 3: win win situatie?

Slide 12 - Tekstslide


Ofwel: het voorspellend of woord-voor-woord-lezen.

Lagere-ordeprocessen: letter en woordherkenning, dus het decoderen. Automatiseren van technisch lezen staat centraal. Weinig oog voor invloeden van allerlei vormen van kennis die al aanwezig is. Maar hoe kan het dan dat bekende woorden eerder gelezen worden (herkenning) dan onzinwoorden? En dat goed voorlezen met intonatie pas kan als de zin begrepen is?
 - Je leest eerst de woorden -> daarna begrijp je de tekst
Hogere-ordeprocessen: Op basis van wat de lln ziet activeert hij zijn eerder opgedane kennis en vormt tijdens het lezen verwachtingen over het verdere verloop van de zin. Ik moet mijn lekke band nog …. (plakken is hier heel logisch, zeker wanneer de letter p al gegeven zou zijn). Dit model verklaart dat een lezer een tekst over een bekend onderwerp sneller kan lezen dan een tekst over een onbekend onderwerp. 
 - Je kan een tekst over een bekend onderwerp (met bekende woorden) sneller begrijpen, dan een onbekend onderwerp.
Recente interactieve modellen van begrijpend lezen benadrukken echter dat leesbegrip tot stand komt door de combinatie van bottomup en top-down processen.
Het mag dan ook duidelijk zijn dat mensen begrijpendleesvaardigheid niet op korte termijn kunnen verwerven. Het ontwikkelen van zo’n complexe, actieve vaardigheid vergt vele jaren en professionele ondersteuning.
Het uitgangspunt voor begrijpend lezen is dat de lezer een doel heeft om te lezen, bijvoorbeeld om een specifieke vraag te beantwoorden, om nieuwe informatie te vergaren, om een probleem op te lossen, en/of zich te amuseren.
Om het begrijpendleesproces te ondersteunen is het dan ook belangrijk dat het leesmateriaal zoveel mogelijk op die talige competenties van lezers aansluit en inspeelt.
De mate waarin een leerling gemotiveerd is om een tekst actief te interpreteren, is sterk gerelateerd aan de manier waarop een lezer met teksten omgaat.
Het aanreiken van een gevarieerd pallet aan teksten – gaande van teksten met frequent gebruikte woorden tot teksten met complexe en minder frequent gebruikte woorden – is essentieel om leerlingen optimaal te ondersteunen in hun ontwikkeling tot begrijpendlezer.
Het inbedden van de didactische sleutels zal essentieel zijn om van digitaal lezen een succesverhaal te maken.

Cognitieve belasting en contextuele inbedding?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Stukje van website Lesintaal.nl: 
Taal speelt een belangrijke rol bij het onderwijs in alle vakken (wereldoriëntatie, rekenen). Door talige barrières, vooral bij taalzwakke en anderstalige leerlingen, komen de informatie uit de methoden en de informatie die de leerkracht tijdens de lessen geeft, vaak onvoldoende over. Een beperkte woordenschat, met name wat betreft schooltaal- en vaktaalwoorden, is daarvan een van de belangrijkste oorzaken.  
Het is daarom belangrijk dat leraren zich bewust zijn van de moeilijkheden die leerlingen bij het woordgebruik in methoden ondervinden.
Wat betreft woordenschat zijn de twee belangrijkste barrières in schoolteksten:
  •  - de cognitieve belasting (door veel moeilijke/onbekende woorden in een tekst, een hoge informatiedichtheid met weinig mogelijkheid tot het afleiden van betekenissen uit de context)
  • ; - de contextuele inbedding (door het ontbreken vaneen relatie met (bekende) gebeurtenissen uit het dagelijks leven).
Taalontwikkelend vakonderwijs wil de mogelijkheden benutten die vaklessen bieden voor het werken aan taalvaardigheid en vooral ook aan het uitbreiden van de woordenschat. Wanneer intentioneel woordenschatonderwijs gecombineerd wordt met vakonderwijs, zullen zowel de taalontwikkeling als de kennisontwikkeling binnen dat vak daar wel bij varen.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Bespreek de cognitieve last en contextuele inbedding van de bovenstaande tekst.

Cognitief:
- zuidpool? waar ligt dat? daar is het dus koud?
- waarom is er een tegenstelling?
- welke bijzondere voorzieningen?

Contextueel:
- ll moeten weten wat pinguins zijn, waar ze leven. 
- plaatjes, introductie ontbreekt

Slide 18 - Tekstslide

Groepje 2 heeft er ook over nagedacht hoe je dit kunt oplossen.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Van een 'min-min-situatie' naar een 
'win-win-situatie'

Slide 20 - Tekstslide

Groepje 3: wat verstaan we daaronder? 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

- Leerkrachten moeten goed zicht hebben op waar de knelpunten in een tekst liggen. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Didactische werkvorm

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Wat valt jullie op aan deze werkvorm?
Die hebben jullie net zelf gedaan.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassing
1. Pak de meegenomen tekst erbij.

2. Analyseer de tekst: 
  • Hoe vind je bij deze tekst de contextuele inbedding en de cognitieve belasting? 
  • Wil je er iets aan veranderen?
3. Win-win-model.
  • Werk uit voor in de praktijk. Hoe pas je dit model toe?
4. Uitwisselen



Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen behaald?
Aan het einde van de les:
  • Kun je drie modellen voor het leesproces uitleggen;
  • Kun je de termen cognitieve belasting en contextuele inbedding uitleggen
  • Weet je welke aanpassingen je kan doen in de praktijk om een win-win situatie te creëren.
  • Kun je een les begrijpend lezen geven aan de hand van een zaakvaktekst.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De volgende keer
  • Artikel Schrijfplezier van Tjalling Brouwer
  • Basiskennis Taalonderwijs: hoofdstuk 8
  • Meenemen: een stelles
  • Maak de toepassingsopdracht af van je zaakvakles

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies