Les psychopathologie: Paniek! Les 1

PANIEK EN ANGST LES 1
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
psychopathologieHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

PANIEK EN ANGST LES 1

Slide 1 - Tekstslide

Lessenserie 'paniek en angst'
In deze lessenserie van drie lessen, ga je zelf online aan de slag 
Inhoud online lessenserie:
Les 1: Je leert  aangeven wat er bedoeld wordt met de angststoornissen zoals die in de DSM-V zijn beschreven
wat is een angststoornis 
Les 2: Je leert verpleegkundige diagnoses benoemen die kunnen voortvloeien uit de verschillende angststoornissen 
Les 3: Je leert welke interventies je kunt inzetten bij een                                  angststoornis          
                                                       Klik telkens door naar de volgende dia

Slide 2 - Tekstslide

Beste toekomstig verpleegkundigen,
In deze online lessenserie, bestaande uit drie lessen, ga je zelf online aan de slag door je te verdiepen in 'angst en paniekstoornissen'. Als vepleegkundige moet je een stoornis kunnen herkennen en een behandelpan kunnen opmaken.
Om deel te nemen aan deze online lessenserie moet je in het bezit zijn van de verplichte lieteratuur 'Psychiatrie in de verpleegkunde, 2016'.

Slide 3 - Tekstslide

Les 1
Wat is een angststoornis 
Lesdoel les 1: je leert aangeven wat er bedoeld wordt met de angststoornissen zoals die in de DSM 5 zijn beschreven

Slide 4 - Tekstslide

Lezen
Lees in de verplichte literatuur
'Psychiatrie in de verpleegkunde, 2016'

Blz. 405 t/m 411 
(Inleiding t/m 11.2)

- Klik naar de volgende pagina voor de pdracht -

Slide 5 - Tekstslide

Maken
Beantwoord aan de hand van de gelezen tekst de volgende vragen:

  1. Benoem de zeven verschillenden angststoornissen zoals deze staan beschreven in de DSM-5.
  2. Beschrijf de symptomen, passend bij een angststoornis, op fysiek, gedargsmatig en cognitief gebied.
  3. Omschrijf het verschil tussen een angst- en een paniekaanval.

Slide 6 - Tekstslide

Antwoorden
Controleer of je de volgende antwoorden hebt gegeven op de vragen;
1. Benoem de zeven verschillenden angststoornissen zoals deze staan beschreven in de DSM-5.
- Agorafobie
- Paniekstoornis zonder agorafobie
- Panikstoornis met agorafobie
- gegeneraliseerde angststoornis
- Specifieke fobie
- Sociale fobie

Slide 7 - Tekstslide

Antwoorden
2. Beschrijf de symptomen, passend bij een angststoornis, op fysiek, gedargsmatig en cognitief gebied.
- Fysiek: geagiteerdheid, zenuwachtigheid, beverigheid, trillerigheid, gespannenheid, drukkend gevoel op de maag of borstkas, hevig stranspireren, klamme handen, duizeligheid, kortademigheid, snelle of bonkende hartslag, koude vingers of ledematen, misselijkheid, droge mond of keel.
- Gedragskenmerken: vermijdingsgedrag, vastklampen of afhankelijk opstellen, geagiteerdheid
- Cognitieve kenmerken: Knagend gevoel van naderend onheil,, preoccupatie met een sterk bewust lichamelijke sensatie, angst voor controleverlies, terugkerend verontrustend gevoel, chaotisch/verwarde gedachten, concentratieproblemen, gedachten dat zaken uit de hand lopen

Slide 8 - Tekstslide

Antwoorden
3. Omschrijf het verschil tussen een angststoornis en een paniekaanval.

- Een angststoornis bestaat uit herhaalde paniekaanvallen. Hieronder vallen de paniekstoornis, gegeneralisreerde angststoornis, specifieke fobie, sociale-angststoornis en agorafobie.

- Een paniekaanval begint plotseling en spontaan, zonder waarschuwing of duidelijke aanleiding. Het is een intense angstreactie die vergezeld gaat met lichamelijke symptomen zoals geagiteerdheid, zenuwachtigheid, beverigheid, trillerigheid, gespannenheid, drukkend gevoel op de maag of borstkas, hevig stranspireren, klamme handen, duizeligheid, kortademigheid, snelle of bonkende hartslag, koude vingers of ledematen, misselijkheid, droge mond of keel.

Slide 9 - Tekstslide

Kijken
Bekijk het filmpje op de volgende pagina en beschrijf wat je ziet.

Na het kijken van het filmpje volgt een korte quiz. Je mag hierbij de gemaakte aantekeningen gebruiken

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Welke gevoelens heeft Jane die passen bij een angststoornis?
A
Neerslachtig en negatief
B
Gespannen en moe
C
Angstig en gespannen
D
Neerslachtig en moe

Slide 12 - Quizvraag

Jane is tijdens haar afspraak bang voor/om
A
Een nieuwe paniekaanval
B
In slaap te vallen
C
Flauw te vallen
D
Een huilbui

Slide 13 - Quizvraag

Welk niveau van stress, op een schaal van 0 - 10 past bij een normaal niveau voor dagelijkse stress?
A
1
B
3
C
6
D
9

Slide 14 - Quizvraag

Wat voelt Jane lichamelijk wanneer ze denkt aan het krijgen van een paniekaanval?
A
Zweetaanval
B
Hoofdpijn
C
Steken in haar buik
D
Haar hart overslaan en hard bonzen

Slide 15 - Quizvraag

Maken
Lees op blz. 409  "diagnostische kenmerken van anststoornissen en veelvoorkomende verpleegkundige diagnoses".
Omschrijf bij onderstaande angststoornissen de verpleegkundige diagnoses uit de DSM-5
  • Agorafobie
  • Gegeneralisserde-angststoornis
  • Specifieke fobie
  • Sociale fobie
  • Obsessieve-compulsieve stoornis

Slide 16 - Tekstslide

Antwoorden
Omschrijf bij onderstaande angststoornissen de verpleegkundige diagnoses uit de DSM-5
- Agorafobie: angst en vrees
- Gegeneralisserde-angststoornis: ineffectieve coping
- Specifieke fobie: zelfreszaamheidstekort
- Sociale fobie: sociaal isolement, negatief zelfbeeld, verstoord                                                              slaappatroon
- Obsessieve-compulsieve stoornis: dwanghandelingen

Slide 17 - Tekstslide

Einde les 1 -> klik door voor reflectie

Slide 18 - Tekstslide

Reflecteren
Lesdoel:
De student kan aangeven wat er bedoeld wordt met de angststoornissen zoals die in de DSM-IV zijn beschreven
.

Deze les zet aan tot zelfstudie en reflectie
Ga door naar les 2   l 

Slide 19 - Tekstslide