Formuleren 4V - les 4

do. 20 apr. - 4V3 - 5e uur
Lesdoel: aan het einde van de les weet je in hoeverre je fouten met verwijswoorden en incongruenties herkent. Ook weet je wat een dat/als-constructie is en hoe je die moet voorkomen.
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

do. 20 apr. - 4V3 - 5e uur
Lesdoel: aan het einde van de les weet je in hoeverre je fouten met verwijswoorden en incongruenties herkent. Ook weet je wat een dat/als-constructie is en hoe je die moet voorkomen.

Slide 1 - Tekstslide

do. 20 apr. - 4V1 - 6e uur
  • Opfrissen uitleg incongruentie
  • Bespr. huiswerk: opdr. 4 t/m 9 --> zin 1 t/m 5 blz. 136-137  &   opdr. 11 op blz. 139-140.
  • Uitleg dat/als-constructie
  • Zelfstandig werken

Slide 2 - Tekstslide

Incongruentie
  • Tanja hebben haar huiswerk gemaakt.
  • Piet en Kees heeft hun huiswerk gemaakt. 

Slide 3 - Tekstslide

Incongruentie
  • Tanja heeft haar huiswerk gemaakt.
  • Piet en Kees hebben hun huiswerk gemaakt.

Slide 4 - Tekstslide

Incongruentie
Congruentie = goed
Dat wil zeggen dat onderwerp (ow) en persoonsvorm (pv) hetzelfde ‘getal’ hebben: ze zijn allebei meervoud of allebei enkelvoud.



Slide 5 - Tekstslide

Incongruentie
Congruentie = goed
Dat wil zeggen dat onderwerp (ow) en persoonsvorm (pv) hetzelfde ‘getal’ hebben: ze zijn allebei meervoud of allebei enkelvoud.

Incongruentie = fout
Dat wil zeggen dat onderwerp en persoonsvorm niet hetzelfde ‘getal’ hebben:
     Een enkelvoudig ow wordt gecombineerd met een meervoudige pv.
     Een meervoudig ow wordt gecombineerd met een enkelvoudige pv.

Slide 6 - Tekstslide

Incongruentie
Risicovolle voorbeelden:
  • *Een aantal leerlingen waren het er niet mee eens.
  • *De V.S. heeft besloten te stoppen met… 
  • *De media wordt helaas overal buiten gehouden. 
  • *Eneco verwacht dat het gebruik van gas, water en licht de komende jaren bij de meeste huishoudens flink zullen toenemen. 

Slide 7 - Tekstslide

Incongruentie
Risicovolle voorbeelden:
  • Een aantal leerlingen was het er niet mee eens.
  • De V.S. hebben besloten te stoppen met… 
  • De media worden helaas overal buiten gehouden. 
  • Eneco verwacht dat het gebruik van gas, water en licht de komende jaren bij de meeste huishoudens flink zal toenemen. 

Slide 8 - Tekstslide

Bespreken huiswerk
  • opdr. 4 t/m 9 --> zin 1 t/m 5 blz. 136-137 
  • opdr. 11 op blz. 139-140

Slide 9 - Tekstslide

Dat/als-constructie

  • Als jij goed oplet, dan haal je waarschijnlijk een voldoende.
  • Ik denk dat jij een voldoende haalt als je goed oplet.
  • Wanneer je die beslissing neemt, kun je niet meer terug. 
  • Ik vind dat je niet meer terug kunt, wanneer je die beslissing neemt. 

Slide 10 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Bijzinnen van voorwaarde:
  • Als jij goed oplet, dan haal je waarschijnlijk een voldoende.
  • Ik denk dat jij een voldoende haalt als je goed oplet.
  • Wanneer je die beslissing neemt, kun je niet meer terug. 
  • Ik vind dat je niet meer terug kunt, wanneer je die beslissing neemt

Slide 11 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Een ‘bijzin van voorwaarde’ begint meestal met als of wanneer.

Dat/als-constructie:
Er is sprake van een dat/als-constructie als de ‘bijzin van voorwaarde’ niet vooraan of niet helemaal achteraan in de zin staat: de woorden dat en als staan naast elkaar, waardoor de kans groot is dat de zin 'ontspoort'.

Slide 12 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Voorbeelden dat/als-constructie:

  • Ik denk dat als je goed oplet dat je een voldoende haalt.
  • Ik vind dat wanneer je die beslissing neemt dat je niet meer terug kunt.


Slide 13 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Voorbeelden dat/als-constructie:

  • Ik denk dat als je goed oplet dat je een voldoende haalt.
  • Ik vind dat wanneer je die beslissing neemt dat je niet meer terug kunt.
Oplossing? --> Zet de 'bijzin van voorwaarde' helemaal achteraan in de zin.

Slide 14 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Oplossing? --> Zet de 'bijzin van voorwaarde' helemaal achteraan in de zin:
  • Ik denk dat als je goed oplet dat je een voldoende haalt.
  • Ik vind dat wanneer je die beslissing neemt dat je niet meer terug kunt.

Slide 15 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Oplossing? --> Zet de 'bijzin van voorwaarde' helemaal achteraan in de zin:
  • Ik denk dat                                   dat je een voldoende haalt.
  • Ik vind dat                                    dat je niet meer terug kunt.

Slide 16 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Oplossing? --> Zet de 'bijzin van voorwaarde' helemaal achteraan in de zin:
  • Ik denk dat                                   dat je een voldoende haalt, als je goed oplet.
  • Ik vind dat                                    dat je niet meer terug kunt, wanneer je die beslissing neemt.

Slide 17 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Oplossing? --> Zet de 'bijzin van voorwaarde' helemaal achteraan in de zin:
  • Ik denk dat dat je een voldoende haalt, als je goed oplet.
  • Ik vind dat dat je niet meer terug kunt, wanneer je die beslissing neemt.

Slide 18 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Oplossing? --> Zet de 'bijzin van voorwaarde' helemaal achteraan in de zin:
  • Ik denk dat je een voldoende haalt, als je goed oplet.
  • Ik vind dat je niet meer terug kunt, wanneer je die beslissing neemt.

Slide 19 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Verschillende varianten dat/als-constructie:
  • dat/als
  • omdat/als
  • doordat/als
  • dat/wanneer
  • omdat/wanneer
  • doordat/wanneer
  • enzovoort

Slide 20 - Tekstslide

Dat/als-constructie
Nu jullie!
Maak opdracht 12 op blz. 141 = huiswerk morgen (vr. 21/4)

Slide 21 - Tekstslide