cross

wk 12: koppelwerkwoord 2N

Lesplanning week 12
Deze week staat grammatica  op de planning. We starten de les altijd samen op via de app Zoom. We kijken of de lesplanning begrijpen en of er vragen zijn. Ik blijf dat uur bereikbaar voor vragen van jullie kant. Uiteraard mag je mij buiten de lessen om ook mailen met een vraag. Ik kijk dan of ik deze via de mail kan beantwoorden of liever Zoom gebruik om uitleg te geven.

Opdrachten maak je uiteraard nog steeds gewoon in je schrift. Zorg dat alles er iedere keer in staat aan het einde van de les of week.

1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Lesplanning week 12
Deze week staat grammatica  op de planning. We starten de les altijd samen op via de app Zoom. We kijken of de lesplanning begrijpen en of er vragen zijn. Ik blijf dat uur bereikbaar voor vragen van jullie kant. Uiteraard mag je mij buiten de lessen om ook mailen met een vraag. Ik kijk dan of ik deze via de mail kan beantwoorden of liever Zoom gebruik om uitleg te geven.

Opdrachten maak je uiteraard nog steeds gewoon in je schrift. Zorg dat alles er iedere keer in staat aan het einde van de les of week.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we bij grammatica doen?
  • De woordsoorten uit leerjaar 1 worden herhaald (dia 3 t/m 4)
  • Het persoonlijk voornaamwoord (pers.vnw) en bezittelijk voornaamwoord (bez.vnw) worden herhaald. (dia 5 en 6)
  • Je leert het vragend voornaamwoord
  • Je leert het koppelwerkwoord te herkennen

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling vorige les:
Mocht je deze woordsoorten nog niet op je gele kaartje of in je schrift hebben staan, doet dit dan eerst.

Zelfstandige naamwoord (znw):
- Er kan een lidwoord voor staan en 
- Alle namen zijn zelfstandige naamwoorden.

Bijvoeglijk naamwoord (bnw):
Zegt iets over een zelfstandig naamwoord.


Slide 4 - Tekstslide

Voorzetsel:
- .... de kast
- .... het feest





Voorzetsel (vz)

... de kast
....het feest

zww/hww:
1 ww in de zin --> zww (kan zelfstandig voorkomen in de zin)

Meerdere werkwoorden?
1. Staat er een vdw in de zin? --> zww (zo nee, ga naar stap 2)
2. Laatste ww in de zin --> zww

Alle overige ww zijn hulpwerkwoorden (hww)

Slide 5 - Tekstslide

Pers.vnw
Je kunt er een naam voor in de plaats zetten.

Voorbeeld: Hij de tas in het kluisje.
Peter legde de tas in het kluisje.

Let op 'het': dit is een lidwoord als het bij een zelfstandig naamwoord hoort, anders is het een pers.vnw.
Voorbeeld: Het(pers.vnw) blijft een lastige kwestie.
Het (lidw) meisje kijt zenuwachtig om zich heen.

Slide 6 - Tekstslide

Bez.vnw
Geeft aan van wie iets of iemand is. Als je er een naam voor in de plaats zet, krijgt de naam een 's' erachter. Kijk maar;

Peter heeft haar tas in het kluisje gelegd.
Peter heeft Linda's tas in het kluisje gelegd.

Is dat jullie docent Frans?
Is dat Peter en Linda's docent Frans?



Slide 7 - Tekstslide

Vragend voornaamwoord (vr.vnw)
Je hebt voor deze week blz. 75 en 76 moeten bestuderen over het vragend voornaamwoord.  Je weet dus dat er maar 4 vr.vnw zijn: wie, wat, welke, wat (voor een)

Ze kunnen overal in de zin staan (niet per se vooraan in een vraagzin dus).
Maak een aantekening op je gele kaartje van deze 2 bladzijden (of in je schrift als het kaartje foetsie is).

Slide 8 - Tekstslide

Koppelwerkwoord (kww)
Beluister de uitleg over het koppelwerkwoord in: Drive --> grammatica --> digitale lessen --> het koppelwerkwoord

Maak hiervan een aantekening in je schrift.

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht maken
Methode (Schooltas): blz. 124 maken opdracht 10.

Controleer zelf je gemaakte opdracht: Drive --> grammatica --> antwoordenboek --> kies blok 3 (Let op dat je het juiste niveau kiest)

Slide 10 - Tekstslide

Wanneer is het nou een kww, zww of hww?
Je kent nu een 3e werkwoord: het koppelwerkwoord. Dit betekent dat je voortaan in een zin moet kiezen tussen bovenstaande drie werkwoorden. Hoe je dit doet? 

Beluister mijn instructiefilmpje: Drive --> grammatica --> digitale lessen --> het verschil tussen kww/zww/hww
Maak hiervan een aantekening in je schrift

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht maken:
  1. Drive --> grammatica --> blok 4 t/m 6 --> 'extra oefening persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord' maken + nakijken
  2. Drive --> blok 1 t/m 3 --> opdracht vragend voornaamwoord maken + nakijken.
  3. Schooltas: blz. 126 opdracht 12 maken + nakijken


(Deze week even geen onderscheid in de blauwe of gele groep. Het koppelwerkwoord is voor iedereen nieuw en lastig).

Slide 12 - Tekstslide