Natuurwetenschappen: Druk

DRUK 
Druk op een vaste stof/vloeistof/gas
BV2_06.43.BV2_06.43.01 Ik leg uit hoe druk, oppervlakte en kracht samenhangen met voorbeelden uit het dagelijks leven en gebruik de formule p = F ÷ A.
BV2_06.43.BV2_06.43.02 Ik leg uit hoe dichtheid, zwaartekracht, diepte en luchtdruk samen bepalen hoe hoog de druk in een vloeistof is met de formule p = p₀ + ρ × g × h.
BV2_06.43.BV2_06.43.03 Ik leg uit hoe druk, luchtdruk en waterdruk dingen in het dagelijks leven beïnvloeden.

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurwetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

DRUK 
Druk op een vaste stof/vloeistof/gas
BV2_06.43.BV2_06.43.01 Ik leg uit hoe druk, oppervlakte en kracht samenhangen met voorbeelden uit het dagelijks leven en gebruik de formule p = F ÷ A.
BV2_06.43.BV2_06.43.02 Ik leg uit hoe dichtheid, zwaartekracht, diepte en luchtdruk samen bepalen hoe hoog de druk in een vloeistof is met de formule p = p₀ + ρ × g × h.
BV2_06.43.BV2_06.43.03 Ik leg uit hoe druk, luchtdruk en waterdruk dingen in het dagelijks leven beïnvloeden.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Druk

Slide 3 - Woordweb

Bepalende factoren bij druk op een vaste stof
opdracht: 
Veroorzaak een zo groot mogelijke vervorming met 3 voorwerpen op een spons zonder je handen te gebruiken. 

Slide 4 - Tekstslide

Welke factoren bepalen de druk?
A
kracht en oppervlakte
B
kracht en hoogte van voorwerp
C
oppervlakte en hoogte van voorwerp
D
enkel de kracht

Slide 5 - Quizvraag

Formule druk
AF=p
Kracht
Kracht (F) wordt uitgedrukt in Newton (N). De kracht kan je berekenen met de formule F=m . g
oppervlakte
Oppervlakte (A) in m²
noteer op p73 de formules voor de oppervlakte van een vierkant, een rechthoek, een driehoek en een cirkel
druk
druk (p) wordt uitgdrukt met de eenheid Pascal (Pa).
Hectopascal (hPa) is een veelgebruikt voorbeeld.
1hPa = 100Pa = 1 . 10²Pa
1 bar = 1 . 105Pa

Slide 6 - Tekstslide

Omzetting?

Slide 7 - Tekstslide

Vorm de formule voor druk om zodat je de oppervlakte kan berekenen.

Slide 8 - Open vraag

Indien je de kracht wil berekenen kan je volgende formule gebruiken
A
F=p/A
B
F=A/p
C
F=P . A
D
F = p . A

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Vraagstukken/oefeningen

Slide 11 - Tekstslide

Het contactoppervlak tussen deze damesschoen en de vloer is (geschat) 1,7 dm². De zwaartekracht op de dame die 2 schoenen draagt is 730 N. Hoe groot is de druk op de vloer?

Slide 12 - Open vraag

Is de druk op de vloer groter of kleiner als een dame naaldhakken draagt in plaats van de sportschoenen
A
Groter
B
Kleiner
C
gelijk
D
ik weet het niet

Slide 13 - Quizvraag


Slide 14 - Open vraag

naald
Vrachtwagen
Geldt voor beide voorbeelden
p = F/A
Door de grote oppervlakte verlaagt de druk
Er is weinig kracht nodig voor een grote druk
verkleinde druk
Vergrote druk
Eenheid is Pa

Slide 15 - Sleepvraag

Druk OP een vloeistof
* Wet van Pascal kennen
* Hydraulische pers kunnen/kennen

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Wet van Pascal

De drukverandering die op een afgesloten hoeveelheid vloeistof wordt uitgeoefend, wordt ongewijzigd doorgegeven in alle richtingen.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Toepassingen?
--> Hydraulische pers

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide