Bedrijfsplan week 5

Bedrijfsplan
De externe analyse
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfsplanMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 41 slides, met tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Bedrijfsplan
De externe analyse

Slide 1 - Tekstslide

Agenda
Week 1: Omschrijving van de organisatie
Week 2: Omschrijving van de organisatie 2
Week 3: Imago-onderzoek
Week 4: Imago-onderzoek 2
Week 5: Analyse van de omgeving en concurrentie
Week 6: Analyse van commerciële beleid
Week 7: Analyse van financiële beleid
Week 8: SWOT-analyse

Slide 2 - Tekstslide

Doelen van de les
Aan het einde van de les..

.. weet je wat een imago is.
.. zoek je uit wat precies je doelgroep is.

Slide 3 - Tekstslide

Examenopdracht
Voor deze examenopdracht stel je een bedrijfsplan en een activiteitenplan op.

Je geeft een presentatie over het product en voert een verantwoordingsgesprek.

Slide 4 - Tekstslide

Periode 3 & 4
In periode 3 maak je het bedrijfsplan (H1 t/m 5).

In periode 4 maak je het activiteitenplan en start je bij je stage met de uitvoering van het plan (H6 t/m7).

Vervolgens komt er een eindpresentatie en verantwoordingsgesprek. 

Slide 5 - Tekstslide

Bedrijfsplan P3
Een ondernemingsplan is een plan waarin je informatie geeft over jouw bedrijf, idee, de markt en ondernemerskwaliteiten.

In het bedrijfsplan doe je een uitvoerige analyse van je stagebedrijf.

Slide 6 - Tekstslide

Opstellen van bedrijfsplan
H1: Omschrijving van de organisatie

H2: Imago-onderzoek
H3: Analyse van de omgeving en concurrentie (externe analyse)
H4: Analyse van commercieel en financieel beleid (interne analyse)
H5: SWOT-analyse



Slide 7 - Tekstslide

H2: Imago onderzoek
Onderzoek het imago van jouw bedrijf om er achter te komen wat de wensen en behoefte zijn van je doelgroep. 

Overleg met je leidinggevende welke vraag/vragen je gaat onderzoeken. 
Bijvoorbeeld:
-> Welk beeld heeft de (potentiele) doelgroep van jouw bedrijf, van de producten en van de diensten?
-> Welk beeld heeft de (potentiele)doelgroep van de concurrenten van jouw bedrijf?
-> Sluit het assortiment aan op de wensen van de verschillende doelgroepen?

Slide 8 - Tekstslide

Doelgroep
Een doelgroep is eenvoudig gezegd een groep mensen die je met een bepaalde boodschap wilt bereiken. 

De mensen die binnen een gekozen doelgroep vallen hebben vaak gemeenschappelijke overeenkomsten of kenmerken die passen bij een bedrijf, product of dienst.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Doelgroep
Je doelgroep is een nauwkeurig omschreven groep potentiele klanten waarop je je marketingactiviteiten richt.

De doelgroep heeft gelijksoortige kenmerken en behoeften.

Slide 11 - Tekstslide

Behoefte
Een behoefte is iets wat de (potentiele)klant nodig heeft of graag wil hebben

Slide 12 - Tekstslide

Bijv. fietsenwinkel
Een fietsenwinkel kan meerdere doelgroepen hebben waar hij zijn marketing specifiek op richt:

Zijn de fietsen race/ mtb / stad/ tweedehands/ goedkope merken/ dure merken/ service belangrijk/ online webshop belangrijk etc etc.

Slide 13 - Tekstslide

Segmentatiecriteria
Om het aanbod van je bedrijf op de doelgroep af te stemmen, heb je een nauwkeurige beschrijving nodig van de kenmerken van de (potentiele) klanten.

Bij segmentatie deel je de markt in gedeeltes, dit doe je via segmentatiecriteria. 

Slide 14 - Tekstslide

Segmentatiecriteria
Demografische criteria
Geografische criteria
Socio-economische criteria
psychografische criteria
gedragscriteria

Slide 15 - Tekstslide

Demografische criteria
Leeftijd
Geslacht
Burgerlijke staat
Godsdienst
Etniciteit
Gezinsgrootte
Gezinssamenstelling

Slide 16 - Tekstslide

Geografische criteria
In welk gebied woont jou doelgroep?

Mensen in de randstad hebben bijvoorbeeld andere behoefte als mensen op het platteland. 

Slide 17 - Tekstslide

Socio-economische criteria
Inkomen
Opleiding
Beroep
Kennis die de klant heeft
Sociale klasse
Koopkracht van de consument

Slide 18 - Tekstslide

Psychografische criteria
Persoonlijkheid
Levensstijl van de doelgroep
Gedrag en smaak van de consument

Dit kun je achterhalen door in gesprek te gaan met de consument, marktonderzoek. 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Link

Gedragscriteria
Loyaliteit
Mate van gebruik
Koopfrequentie


Slide 21 - Tekstslide

H2: Onderzoekopdracht
Onderzoek het imago van jouw bedrijf om er achter te komen wat de wensen en behoefte zijn van je doelgroep.


Overleg met je leidinggevende welke vraag/vragen je gaat onderzoeken.
Bijvoorbeeld:
-> Welk beeld heeft de (potentiele) doelgroep van jouw bedrijf, van de producten en van de diensten?
-> Welk beeld heeft de (potentiele)doelgroep van de concurrenten van jouw bedrijf?
-> Sluit het assortiment aan op de wensen van de verschillende doelgroepen?

Slide 22 - Tekstslide

H2: Imago onderzoek
1. Voer het onderzoek uit. Beschrijf hoe je het onderzoek uitgevoerd hebt.

2. Bespreek de resultaten met je leidinggevende.

3. Beschrijf wat de bevindingen zijn van het onderzoek.

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Field research
In contact met de mens

Interview
enquêtes
etc. 

Slide 25 - Tekstslide

Deskresearch
Onderzoek achter de pc

Reviews
indrukken concurrent 
etc. 

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Gebruik de lessen
Commercieel beleid P3 les 6-9

Slide 28 - Tekstslide

H3: De externe analyse
Onderzoek de invloed van de omgeving en de concurrentie op het bedrijf. 

Slide 29 - Tekstslide

Onderzoek de invloed van de omgeving en de concurrentie op het bedrijf.
1.  Beschrijf de externe omgevingsfactoren van het bedrijf/bedrijfsonderdeel, gebruik hiervoor de DESTEP en/of Porter
2.  Beschrijf de directe concurrenten.
3.  Maak van de twee belangrijkste concurrenten een sterkte/zwakte-analyse.
4. Beschrijf de indirecte concurrenten.

Slide 30 - Tekstslide

5 Krachten model van Porter
Het model heeft als doel het winstpotentieel van een markt, oftewel bedrijfstak, te bepalen. In elke bedrijfstak wordt, volgens Porter, dit potentieel beïnvloed door vijf factoren die hij 'krachten' noemt.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Video

Slide 34 - Tekstslide

Beschrijf de directe concurrenten
Directe concurrenten bieden een product of dienst aan dat overeenkomt met jouw product of dienst. 
Indirecte concurrenten verkopen een product of dienst dat lijkt op jouw product of dienst of hier een alternatief op is. 

Een indirecte concurrent kan ook in een regio gevestigd zijn waar jouw bedrijf zich juist niet op richt. Richt je met je onderzoek op je directe concurrenten.

Slide 35 - Tekstslide

SWOT-analyse

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

SWOT analyse
Externe herkomst: 
Dat betekent dat ze ook zouden bestaan als je onderneming er niet was.

Kansen 
&
Bedreigingen

Slide 38 - Tekstslide

Externe herkomst
Branche
Klanten
Concurrenten
Economische ontwikkelingen
Politieke ontwikkelingen
Juridische ontwikkelingen

Slide 39 - Tekstslide

Kansen
Voorbeelden:
 - Groeiende vraag naar kennis van bijvoorbeeld afslanken
- Gunstige veranderingen in de wet (bedrijf krijgt komend jaar subsidie)
- Concurrentie staat onder druk en heeft het zwaar
- Technologische ontwikkelingen (het bedrijf kan wellicht processen sneller uitvoeren)
- Men heeft meer te besteden (groeiende economie)
- Toename van behoeftes bij bepaalde (doel)groepen in de markt
- De doelgroep is actiever op het internet (wellicht een kans om online marketingcampagnes te realiseren)

Slide 40 - Tekstslide

Bedreigingen
- Er zijn te weinig leveranciers (mocht een leverancier wegvallen, heeft het bedrijf een probleem)
- Concurrenten bieden een breder en beter aanbod aan
- De marges zijn laag en zullen in de toekomst verder zakken
- Hevige concurrentie op prijs
- Economie gaat achteruit (bedrijven hebben minder te besteden)
- Nadelige veranderingen van wetten (bedrijf heeft bijv. geen recht meer op bepaalde subsidies)
- De concurrentie is hevig in de markt/omgeving.
- Hoge macht van de afnemers (zij hebben veel keus)e
- Weinig aanbod van personeel (mocht er ooit personeel wegvallen, is het vinden van vervanging erg moeilijk)
- Stijgende prijs van grondstoffen
- Wisselkoersen kunnen stijgen/dalen
- Concurrent is de marktleider
- Ouder worden van de bevolking (vergrijzing)

Slide 41 - Tekstslide