H5 Onderzoeksvaardigheden H4 2026

Lesplanning
- Actualiteit
- Begin uitleg PO onderzoek
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
MAWMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Lesplanning
- Actualiteit
- Begin uitleg PO onderzoek

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

- Welke soort machtsbron zie je in de video?
- Heeft de regering gezag in Mexico?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 onderzoeksvaardigheden
Onderzoeken bij maatschappijwetenschappen gaan over maatschappelijke verschijnselen: processen en situaties die zich in de samenleving voordoen. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen van H5
- Je kent het verschil tussen 3 methoden van onderzoek doen
- Je kan een onderzoeksvraag en hypothese maken
- Je weet wat een onafhankelijke en afhankelijke variabele is
- Je kan een conceptueel model maken
- Je kent de 3 onderzoekseisen betrouwbaarheid, Validiteit en representativiteit en kan ze toe passen op een onderzoek

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waar ben jij nieuwsgierig naar mbt sociale ongelijkheid op school of in je omgeving?

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Variabele
Een kenmerk van een object, actor of samenleving dat kan variëren. Er is dan sprake van een verband.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Variabele
Variabele is een kenmerk van een object, actor of samenleving dat kan variëren. Er is dan vaak een verband.
Bijvoorbeeld: des te hoger de leeftijd, 
des te meer rimpels. 
In een onderzoek staan variabelen die te maken 
hebben met je onderwerp.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kijkvraag
Welke variabelen hebben invloed op een winterdepressie?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Variabelen die genoemd worden zijn: zonlicht, afstand tot de evenaar, genetische factoren. 
Welke variabelen spelen een rol bij een herfstdip?
Van welke variabelen is
sprake bij de herfstdip?

Slide 11 - Woordweb

Variabelen die genoemd worden zijn: zonlicht, afstand tot de evenaar, genetische factoren. 
Onderzoeksvraag MAW
In een onderzoeksvraag voor MAW zitten:
- Twee variabelen
- Is SMART geformuleerd
- heeft met sociale ongelijkheid te maken voor dit HD

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hypothese
Een stelling/veronderstelling van hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Het verwachte antwoord/conclusie op je onderzoeksvraag

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hypothese
- Een hypothese is een toetsbare stelling.
Bijvoorbeeld: ‘Sekse is van invloed op het loon dat iemand verdient’
- Een hypothese is een veronderstelling van hoe de werkelijkheid in elkaar zit en hoeft dus niet te kloppen. 
- Na onderzoek naar het verband tussen variabelen kan een hypothese worden aangenomen of verworpen.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de onderzoeksvraag van dit experiment. Gebruik 2 variabelen.

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Conceptueel model
In een conceptueel model wordt de invloed van variabelen weergeven, bijvoorbeeld:  
Sekse
Loon

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak bij het onderzoek van streetlab een conceptueel model.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen: H4MAW2
- Je weet wat een hypothese is en kan er een zelf maken
- Je kan een conceptueel model tekenen
- je kan bepalen wat de onafhankelijke en afhankelijke variabele is in een onderzoek.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen deze week
- Je kan een conceptueel model tekenen
- je kan bepalen wat de onafhankelijke en afhankelijke variabele is in een onderzoek.
- Je kent de verschillende meetinstrumenten
- Je weet wat de begrippen operationaliseren en indicatoren betekenen.
- Je weet hoe je een variabele moet operationaliseren  met indicatoren

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

00:39
Maak een hypothese bij dit experiment

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(On)afhankelijke variabelen
Onafhankelijke variabele
Afhankelijke variabele
De variabele die als oorzaak wordt gezien voor het veranderen van een andere variabele.
De variabele die wordt beïnvloedt door een of meer onafhankelijke variabelen.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderzoeksmethodes: meetinstrumenten
Door middel van een meetinstrument kun je onderzoeksgegevens verzamelen: 
- Enquête - kan zowel kwantitatief als kwalitatief, vragen moeten eenduidig zijn en de volgorde is belangrijk.
- Interview - het verkrijgen van dieperliggende informatie
- Observatie - bestuderen hoe mensen zich gedragen
- Experiment - het gedrag van een proefpersoon wordt in een gecontroleerde omgeving gemeten.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken opdracht: toepassen onderzoeksvaardigheden.

Zie classroom

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Start opdracht: Maak bij deze onderzoeksvraag een conceptueel model en geef aan wat de afhankelijke en onafhankelijke variabele is. Bepaal of er sprake is van een interveniërende variabele.
1. In hoeverre beïnvloedt de woonplaats de kans op alcohol gebruik door jongeren onder de 18 jaar?

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

woonplaats              --------------- kans op drinken alcohol onder 18                                               jaar


Interveniërende variabel bv: aanwezigheid/afwezigheid sociale controle

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§5.4 Deel 2 Indicatoren en categorieën

Slide 27 - Tekstslide

Pagina 84
In deze les leer je
- Wat het operationaliseren van een variabele inhoudt.
- Hoe je een variabele operationaliseert met indicatoren
- Ken je de 3 onderzoekseisen aan een onderzoek

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Operationaliseren
Het meetbaar maken van een variabele.Dit doe je aan de hand van indicatoren benoemen die samen de variabele omschrijven

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indicatoren
Met een indicator maak je een variabele meetbaar op een bepaald niveau, bijvoorbeeld:
Opleidingsniveau
Wat is uw hoogst genoten opleiding? 
- Basisschool
- Vmbo/mavo/mbo
- Havo of vwo
- Hbo
- Universiteit

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

05:22
De onderzoeksvraag is: met welk accent maak je de meeste kans op het versieren van een meisje? Welke variabele in dit onderzoek moet je operationaliseren?

Slide 32 - Open vraag

Variabele accent: welk accent gebruik je? Dus op welke manier varieert accent? Nee, het zijn sociale categorieën: twents, utrechts, brabants

Variabele versieren van een meisje: Wat zijn indicatoren gebruik je om te bepalen of je een meisje hebt versiert?
06:24
Wordt je hypothese aangenomen of verworpen?

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Welke indicatoren zou je gebruiken voor 'maatschappelijke betrokkenheid'?
Welke indicatoren zou je gebruiken voor kans op versieren van een meisje? 

Slide 34 - Open vraag

Voorbeelden zijn: uren vrijwilligerswerk per maand, deelname aan het publieke debat, aantal bijgewoonde demonstraties etc.
Aan de slag:
- Bedenk welke meetinstrument je gaat gebruiken: interview, observatie, experiment of enquête.
- Bedenk wie je doelgroep is.
- Operationaliseer je variabelen als dit nodig is: maak zo nodig indicatoren om de variabele meetbaar te maken.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eisen aan onderzoek
Een meetinstrument is betrouwbaar als dezelfde meting ongeveer dezelfde resultaten oplevert. Het resultaat is niet aan toeval onderhevig. 


Validiteit geeft aan in hoeverre de meting van het beoogde verschijnsel geldig is. Meet ik wat ik wil meten?


Representativiteit houdt in dat een steekproef de beoogde populatie daadwerkelijk weerspiegelt en niet alleen een deel daarvan. 

Slide 36 - Tekstslide

Eventueel kan hier nog in worden gegaan op het verschil tussen interne en externe validiteit (p. 85)
Was het onderzoek van streetlab:
- betrouwbaar
- Valide
- representatief? Beargumenteer je antwoord

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Check of jullie onderzoek voldoet aan de onderzoekseisen?

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies