§ 8.3 Overbrenging

Katrollen en takels
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Katrollen en takels

Slide 1 - Tekstslide

Katrollen en takels
Een takel is een combinatie van minstens 1 vaste en 1 losse katrol.  

-Een vaste katrol is zo vastgemaakt dat hij niet meer op en neer kan bewegen. 
- Een losse katrol beweegt op en neer, samen met het voorwerp dat wordt opgehesen. 

Slide 2 - Tekstslide

📘 Verwondersessie – Leerdoelen (LOR) §8.3 Overbrengingen

Je benoemt het verschil tussen een aandrijfwiel en een aangedreven wiel.
Je gebruikt correct de begrippen: tandwiel, katrol, riem, overbrengingsverhouding.
Je legt uit of een overbrenging versnelt of vertraagt.
Je past de formule voor de overbrengingsverhouding correct toe:
overbrengingsverhouding = tanden aangedreven / tanden aandrijfwiel
Je gebruikt de juiste eenheden en controleert of je uitkomst logisch is.
Je herkent situaties waarin overbrengingen worden toegepast (bijv. fiets, katrolsystemen).

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Katrollen en Takels
De werkkracht meent af met het aantal katrollen/touwen.

De hijslengte van het touw neemt juist toe.
Hijslengte = optilhoogte last x N (aantal katrollen/touwen) 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

tandwielen

Slide 7 - Tekstslide

In elkaar grijpen
Je kunt dingen laten bewegen met tandwielen.
Ook een ander tandwiel.
Twee tandwielen kunnen in elkaar grijpen.
Als de tandwielen even groot zijn, draaien ze even snel

Slide 8 - Tekstslide

Tandwielen
Als het rechter tandwiel 2x zo klein is 
als het linker tandwiel dan is de kracht 
van het linker tandwiel 2x zo groot.
Je moet het rechter tandwiel wel 2x 
ronddraaien.

Slide 9 - Tekstslide

geen afstand tussen de tandwielen       -      wel afstand tussen de tandwielen

Slide 10 - Tekstslide

🧠 Workshop – Opdrachten uit het boek 

  • Laat de leerlingen zelfstandig of klassikaal werken aan:
  • Opdracht 27 t/m B32 – basisbegrippen en draairichting
  • Opdracht C33 & C34 – verdieping met bijv. fietsketting
  • Opdracht C35 (★) – plusopdracht over complexe overbrengingen
  • Opdracht D36 & D37 (★) – extra uitdaging (snelheid, tandwielen)
  • R-opdracht 1 – herhaling sleutelbegrippen

Slide 11 - Tekstslide

🗣️ Communicatiesessie – Criteria (LOR) §8.3 Overbrengingen

  • Je benoemt correct de onderdelen van een tandwieloverbrenging: aandrijfwiel, aangedreven wiel, tandwielen, katrollen, riemen.
  • Je legt uit hoe een overbrenging werkt en of er sprake is van versnelling of vertraging.
  • Je past de formule voor overbrengingsverhouding correct toe met de juiste getallen en eenheden.
  • Je verklaart op basis van je berekening waarom een overbrenging versnelt of vertraagt.
  • Je laat met een schets of voorbeeldsituatie zien dat je de begrippen kunt toepassen.
  • Je controleert of je antwoord logisch is en licht dit mondeling of schriftelijk toe.

Slide 12 - Tekstslide

📚 Huiswerk

  • Samenvatting maken van begrippen: katrol, tandwiel, overbrengingsverhouding, vertraging/versnelling
  • Werk opdrachten B27 t/m B37 af
  • Bedenk een eigen overbrengingssituatie met schets + uitleg
  • Voor vwo-ambitie: Opdracht D36 & D37 opnieuw maken met volledige toelichting

Slide 13 - Tekstslide