Herhaling Verbranding en ademhaling

Verbranding en ademhaling
Herhaling 1.1 t/m 1.5
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Verbranding en ademhaling
Herhaling 1.1 t/m 1.5

Slide 1 - Tekstslide

Wat moet er op plek 1?

A
Water
B
Zuurstof
C
Koolstofdioxide
D
Glucose

Slide 2 - Quizvraag

Waar of niet waar:
Het strottenklepje sluit de neusholte af als je slikt.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Als er te weinig wordt geventileerd kan er teveel koolstofdioxide in een lokaal komen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Wat is de functie van de trilharen in het neusslijmvlies?
A
Het tegenhouden van ziekteverwekkers
B
Het keuren van de lucht
C
Het verwarmen van de lucht
D
Het verplaatsen van slijm naar de keelholte

Slide 5 - Quizvraag

Welke stof is een indicator voor koolstofdioxide?
A
CO2
B
Zuurstof
C
Helder kalkwater
D
Bruisend water

Slide 6 - Quizvraag

Je kunt beter ademhalen door je neus omdat
A
de lucht dan wordt verwarmd
B
je gewaarschuwd wordt voor gevaarlijke stoffen
C
de lucht vochtig gemaakt wordt
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 7 - Quizvraag

Waar of niet waar:
Als je sport heb je meer verbranding
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Wat moet er op plek 2
staan?
A
Veel
B
Weinig

Slide 9 - Quizvraag

Ingeademde lucht bevat veel __1__ en weinig __2__
A
1:Koolstofdioxide 2: Zuurstof
B
1: Zuurstof 2: Koolstofdioxide

Slide 10 - Quizvraag

Welk onderdeel wijst nummer 5 aan?
A
Bronchie
B
Luchtpijp
C
Keelholte
D
Strottenhoofd

Slide 11 - Quizvraag

Welk gas wordt in de longblaasjes opgenomen in het bloed?
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide
C
Koolstofmonoxide
D
Stikstof

Slide 12 - Quizvraag

Wanneer gaat je hart sneller pompen?
A
Als de ademhaling sneller gaat
B
Als je meer gaat bewegen
C
Als je het warm hebt
D
Als je het koud hebt

Slide 13 - Quizvraag

Als je longblaasjes zijn beschadigd dan kan je sneller moe zijn. Waarom is dat?
A
Doordat je minder zuurstof binnen krijgt voor verbranding
B
Doordat je koolstofdioxide minder goed kwijt kan
C
Doordat je minder brandstof binnen krijgt voor verbranding
D
Doordat je meer verbranding hebt.

Slide 14 - Quizvraag

Welke lichaamscellen doen aan verbranding?
A
Alleen Spiercellen
B
Alleen je hersencellen
C
Alle cellen die in je lichaam zit
D
Spiercellen en hersencellen

Slide 15 - Quizvraag

Wat is smog?

A
Minder zuurstof in de lucht
B
Meer CO2 in de lucht
C
Veel fijnstof in de lucht
D
Weinig waterdamp in de lucht

Slide 16 - Quizvraag

een indicator is een
A
een stof die voor kleur zorgt
B
een stof die een andere stof aantoont
C
een stof die een andere stof bindt

Slide 17 - Quizvraag

Welk onderdeel wijst nummer 4 aan?
A
Bronchie
B
Luchtpijp
C
Keelholte
D
Strottenhoofd

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de functie van de kraakbeenringen in de luchtpijp
A
Stevigheid
B
De luchtpijp rond maken
C
De luchtpijp open houden
D
Slijm verplaatsen

Slide 19 - Quizvraag



Thema 1
Basisstof 1 t/m 5
Blz 8 t/m 43


Leren via 1 van de methodes;

Vragen verzinnen
Opdrachten opnieuw maken
Test jezelf
Aan de slag 

Slide 20 - Tekstslide