lesplan

horeca 2 blok 2 recreatie 25/26 in progress

Wil je met dit lesplan aan de slag? Klik op de knop hieronder om een eigen kopie te maken in 'Mijn Lessen'. Vervolgens kun je de lessen aanpassen naar jouw wensen.

weekplanning:

Document
Document
Document

les 0 menukaart *** reserve les 

theorie:
  • wat is een menukaart
  • menuleer en regels
leerdoelen:
  • R kan uitleggen wat een menukaart is
  • T1 kan een menukaart maken adhv criteria
  • I kan het verschil uitleggen tussen een gerecht en een menu
vaktaal woorden:
  • Á la carte
  • Menuleer
  • Gang
  • Lunch
  • Verrassingsmenu
  • diner
  • ontbijt
hulpmaterialen:
PPT, internet, sturen via magister/email

huiswerkopdracht!!!!!

// wordt broodje gezond hieronder // les 1 kippenragout met bakje

theorie: vrije tijd/recreatie + recreatievormen hst 1
praktijk: kippenragout met bakje
leerdoelen: 
  • Ik kan het verschil tussen vrije tijd en recreatie uitleggen.
  • Ik kan minimaal drie verschillende vormen van recreatie benoemen. 
  • Ik kan uitleggen wat het begrip uurrecreatie betekent.
  • Ik kan uitleggen wat het begrip dagrecreatie betekent. 
 vaktaal:

ingrediënten per koppel:
  • • 60 gr kip
  • • 3 takjes selderij
  • • 25 gram boter
  • • 60 gram bloem
  • • 300ml bouillon kip/groente
  • • 2 pastei bakjes
  • • 1 halve ui
  • • 1 theelepel olie
  • • Peper en zout

les 1 broodje gezond

theorie: product/dienst, recreatievormen hst 2
praktijk: broodje gezond
leerdoelen:
  • Ik kan het verschil uitleggen tussen een product en een dienst aan de hand van voorbeelden. 
  • Ik kan uitleggen wat het begrip uurrecreatie betekent.
  • Ik kan uitleggen wat het begrip dagrecreatie betekent. 

 vaktaal woorden:

ingrediënten per koppel: 
  • 1 bolletje 
  •  1 plak kaas 
  •  1 plak halalham 
  •  1 ei 
  •  0,5 tomaat 
  •  1/6 komkommer 
  •  1 blad kropsla 
  •  1/2 thl margarine

les 2 stokbrood kruidenboter

theorie: doelgroepen, uur en dagrecreatie herhaling Hst 2
praktijk: stokbrood kruidenboter
leerdoelen:
  • Ik kan het verschil benoemen tussen kruiden en specerijen.
  • Ik kan minimaal drie verschillende kruiden benoemen. 
  • Ik kan het begrip doelgroep uitleggen.
  • Ik kan drie voorbeelden noemen van verschillende doelgroepen en uitleggen waarom dit een doelgroep is. 
 vaktaal:

ingrediënten per koppel:
  • • 1 stokbrood (pistolet)
  • • 50 gram boter
  • • 1 takjes peterselie
  • • 1 takjes basilicum
  • • 2 takjes bieslook
  • • 0,5 teentje knoflook
  • • 25 gram kaas (geraspt)

les 3 spaghetti

theorie: draaiboek + voorwoord
praktijk: spagetti
leerdoelen:
  • Ik kan uitleggen uit welke drie fases een draaiboek bestaat met een voorbeeld.
  • Ik kan uitleggen waarom je een draaiboek gebruikt. 
 vaktaal:
  • brunoise
  • julienne
  • garneren
  • tomatenpuree
  • winterpeen

ingrediënten pp:
  • • 0,5 knoflook
  • • 0,5 ui
  • • 0,25 paprika
  • • 0,25 wortel
  • • 1/2 blik tomatenpuree (35gr)
  • • 100 gr tomatenblokjes
  • • 30 gr gehakt
  • • 1 eetlepel olie
  • • 10 gr kaas
  • 30 gr pasta

les 4 macaroni uit de oven

theorie: 5.4 draaiboek voorbereiding
praktijk: macaroni uit oven en draaiboek voorbereiding uitvoeren
leerdoelen:
  • Ik kan benoemen of de activiteit onder uurrecreatie of dagrecreatie valt. 
  • Ik kan een ruimte klaarzetten aan de hand van een plattegrond.
  • Ik kan een taakverdeling maken.
vaktaal:
  • paneermeel
  • margarine
  • beetgaar
  • onderzetter
  • kookvocht
ingrediënten per koppel:
  • 80 gr macaroni
  • 1 eetlepel olie
  • 10 gr boter
  • 10 gr bloem
  • 50 gr kaas
  • 50 gr kalkoenham
  • peper en zout
  • 1 eetlepel paneermeel
  • 5 gr margarine

les 6 R couscoussalade

theorie:

praktijk:
leerdoelen: 
  • Ik kan 5 verschillende schoonmaaktechnieken van producten benoemen, waarbij een voorbeeld product genoemd wordt. 

vaktaal:
  • gele snijplank
  • vershoudfolie
  • snipperen
  • 1/4
  • 1/2
ingrediënten per koppel:
  • 40 gr kip
  • 30gr couscous
  • 1/4 komkommer
  • 1/4 tomaat
  • 1 eetlepel mais
  • 1 eetlepel kikkererwten
  • 1/4 rode ui
  • 1/2 bouillonblokje

les 7 R valentijnkoekjes

theorie:
praktijk:
vaktaal:
  • basterdsuiker
  • pil
  • cacao
  • vanillesuiker
  • kwart
ingrediënten per koppel:
  • 100 gr bloem
  • 75 gr boter
  • 50 gr basterd wit
  • 1/4 vanillesuiker
  • snufje zout
  • cacao poeder 2 theelepels

les 8 R goudse moppen

theorie:
praktijk: 
vaktaal:

ingrediënten per koppel:
  • 125 gr bloem
  • 100 gr boter
  • 65 gr basterdsuiker
  • 15 gr ei
  • 5 gr citroenrasp
  • **4 eetlepel kristal suiker om te rollen

les 9 - aardappel tortilla

theorie:
praktijk: aardappeltortilla
leerdoelen:
  • Ik kan het verschil tussen vastkokende en kruimige aardappelen uitleggen.

  • Ik kan minimaal drie soorten verwerkingen van aardappel benoemen. 

  • Ik kan aardappelen op drie verschillende manieren verwerken. 

 vaktaal:

ingrediënten per koppel:

les 10 - aardappelsalade

theorie:
praktijk:
leerdoelen:
  • Ik kan het verschil benoemen tussen kruiden en specerijen.
  • Ik kan minimaal drie verschillende kruiden benoemen. 

 vaktaal:

ingrediënten per koppel:

les 11 verse ovenfriet met mayonaise

theorie:
praktijk:
leerdoelen:
  • Ik kan de symbolen van 10 allergene voedingsmiddelen herkennen en benoemen. 
  • Ik kan het verschil tussen vastkokende en kruimige aardappelen uitleggen.
 vaktaal:

ingrediënten per koppel:

 

broodje visstick **** verplaatsen naar periode 3

theorie: 
praktijk:
vaktaal:

ingrediënten per koppel:
  • 3 visssticks
  • 15 gr boter
  • 2 lepel mayo
  • 1 takje peterselie
  • 10 gram augurk
  • 10 gr ui
  • peper/zout

les 10 appelflap **** verplaatsen naar periode 3

theorie:
praktijk:
vaktaal:

ingrediënten per koppel:
  • 3 plakjes bladerdeeg
  • 1 appel
  • 1 thl kaneel
  • 3 eetlepel suiker
  • 0,5 ei

les 11 cupcake               ****** verplaatsen naar periode 3

theorie:
praktijk:
vaktaal:

ingrediënten per koppel:
  • 50 bloem
  • 50 boter
  • 50 basterdsuiker
  • 1 ei

les 12 picknick  (bij blok 4 gebleven)

theorie:
leerdoelen:
vaktaal woorden:
ingredienten per koppel:

toetsweek blok 2 recreatie - aardappeltortilla

theorie:
leerdoelen:
vaktaal woorden:
ingredienten per koppel: