lesplan

horeca jaar 1 blok 1 2425

Wil je met dit lesplan aan de slag? Klik op de knop hieronder om een eigen kopie te maken in 'Mijn Lessen'. Vervolgens kun je de lessen aanpassen naar jouw wensen.

periodeplanning:
  1. vlaflip/ schoonmaak
  2. fruitsalade
  3. appelflap
  4. snijtechnieken
  5. groentesoep
  6. tomatensoep
  7. macaroni
  8. br kruidenboter
  9. kruidnoten
  10. uitloopweek.
  11. toets: Ik kan volgens opgestelde criteria mijn gebruikte materialen en werkplek met de hand schoonmaken na het maken van een smoothie.

doelen periode 1:
  • Ik kan omschrijven wat persoonlijke hygiëne betekent en hier een voorbeeld geven.
  • Ik kan omschrijven wat levensmiddelenhygiëne betekent en hier een voorbeeld van geven.
  • Ik kan omschrijven wat bedrijfshygiëne betekent en hier een voorbeeld van geven.
  • Ik kan beschrijven van welke materialen de keukenapparatuur en keukengereedschappen gemaakt zijn.
  • Ik kan keukenapparatuur herkennen en benoemen.
  • Ik kan minimaal 5 keukengereedschappen benoemen die bij keukentechnieken worden gebruikt.
  • Ik kan de verschillende pannen benoemen en uitleggen waar ze voor worden gebruikt.
  • Ik kan apparatuur en gereedschappen schoonmaken volgens de schoonmaakkaarten.
  • Ik kan uitleggen waarom het belangrijk is om producten goed te wegen en/of te meten.
  • Ik kan afwegen met behulp van een weegschaal
  • Ik kan afmeten met behulp van een maatbeker
Eindopdracht: 
Ik kan volgens opgestelde criteria mijn gebruikte materialen en werkplek met de hand schoonmaken na het maken van een smoothie. (30 minuten)

les 1 vlavlip/intro schoonmaak ☑

theorie: hygiene, afmeten van vloeistoffen
praktijk: vlaflip/ schoonmaak
 leerdoelen:
  • Ik kan omschrijven wat persoonlijke hygiëne betekent en hier een voorbeeld geven.
  • Ik kan omschrijven wat levensmiddelenhygiëne betekent en hier een voorbeeld van geven.
  • Ik kan omschrijven wat bedrijfshygiëne betekent en hier een voorbeeld van geven.
  • Ik kan afmeten met behulp van een maatbeker
vaktaal woorden:
  • persoonlijke hygiene
  • bedrijfshygiene
  • levensmiddelenhygiene
  • afwasmiddel
  • allesreiniger
  • handzeep
  • schoonmaakazijn
ingredienten:
  • 100 ml vla
  • 100 ml yoghurt
  • 1 theelepel chocolade hagelslag
  • 2 eetlepels limonade-siroop

les 2 fruitsalade ☑

theorie: hygiene persoonlijk/bedrijfs
praktijk: fruitsalade
 leerdoelen:
  • Ik kan omschrijven wat persoonlijke hygiëne betekent en hier een voorbeeld geven.
  • Ik kan omschrijven wat bedrijfshygiëne betekent en hier een voorbeeld van geven.
  • ik kan mijn hand in kattenklauw houden tijdens snijden
vaktaal woorden:
  • pitten
  • klokhuis
  • partjes
  • kroontje
  • lengte
  • persoonlijke hygiene
  • bedrijfshygiene
ingredienten:
  • 2 druiven
  •  1/4 appel
  •  1/4 kiwi
  • 1/2 mandarijn
  •  3 cm banaan
  •  1 aardbei  

les 3 appelflap ☑

theorie: levensmiddelenhygiene, snijplanken
praktijk: appeflap
 leerdoelen:
  • Ik kan omschrijven wat levensmiddelenhygiëne betekent en hier een voorbeeld van geven.
  • Ik kan afwegen met behulp van een weegschaal
  • Ik kan uitleggen waarom het belangrijk is om producten goed te wegen en/of te meten.
vaktaal woorden:
  • micro-organismen
  • voedselbederf
  • snijplank rood
  • snijplank bruin
  • snijplank blauw
  • snijplank groen
  • snijplank geel
  • snijplank wit 
ingredienten:
  • 0,5 appel
  • 2 bladerdeeg
  • 20 gr rozijnen
  • 2 eetlepelsuiker
  • 1/2 thl kaneel

les 4 snijtechnieken/salade ☑

theorie: gereedschap eigenschap, groot apparatuur
praktijk: snijtechnieken/salade 
 leerdoelen:
  • Ik kan beschrijven van welke materialen de keukenapparatuur en keukengereedschappen gemaakt zijn.
  • Ik kan keukenapparatuur herkennen en benoemen.
vaktaal woorden:
  • eminiceren
  • jullienne
  • brunoise
  • snipperen
  • hakken
  • kokend water
ingredienten:
  • 1 takje peterselie
  • Peper/zout
  • 2 blaadjes Sla
  • ⅛ Komkommer
  • ½ wortel
  • 1 Ei
  • ½ Ui
  • 1 eetlepel slasaus

les 5 groentensoep☑

theorie: klein apparatuur, messen
praktijk: groentensoep
 leerdoelen:
  • Ik kan minimaal 5 keukengereedschappen benoemen die bij keukentechnieken worden gebruikt.
  • Ik kan uitleggen waarom het belangrijk is om producten goed te wegen en/of te meten.
  • Ik kan afwegen met behulp van een weegschaal
  • Ik kan afmeten met behulp van een maatbeker
vaktaal woorden:

ingredienten:
  • 500 ml water
  • 20 grvermicelli
  • 1 stuks bouillonblokje
  • 1 eetlepel olie
  • 50 gr halal gehakt
  • 1/2 ui
  • 2 takjes peterselie
  • 1/3 wortel
  • 1/6 prei
  • nootmuskaat, peper en zout

les 6 tomatensoep☑

theorie:  gereedschap deel 1
praktijk:tomatensoep
 leerdoelen:
  • Ik kan minimaal 5 keukengereedschappen benoemen die bij keukentechnieken worden gebruikt.
  • Ik kan de verschillende pannen benoemen en uitleggen waar ze voor worden gebruikt.
vaktaal woorden:

ingredienten:
  • 15 gr boter
  • 15 gr bloem
  • 500 ml water
  • 1 bouillonblok
  • 70gr tomatenpuree
  • 20 vermicelli
  • 1 a 2 takjes peterselie

les 7 macaroni

theorie: gereedschap deel 2, pannen
 
praktijk:
 leerdoelen:
  • Ik kan minimaal 5 keukengereedschappen benoemen die bij keukentechnieken worden gebruikt.
  • Ik kan de verschillende pannen benoemen en uitleggen waar ze voor worden gebruikt.
vaktaal woorden:

ingredienten:

les 8 stokbrood kruidenboter ☑

theorie: schoonmaken apparatuur en gereedschap, herhaling
praktijk: stokbrood kruidenboter
 leerdoelen:
  • Ik kan apparatuur en gereedschappen schoonmaken volgens de schoonmaakkaarten.
vaktaal woorden:
  • pistolet
  • ovenrek
  • bieslook
  • basilicum
  • insnijden
ingredienten:

les 9 kruidennoten

theorie: herhaling keukenmaterialen
praktijk:
 leerdoelen:

vaktaal woorden:

ingredienten:

les 10 uitloopweek pizza

theorie:
praktijk:
 leerdoelen:
vaktaal woorden:
ingredienten:
t

les 12 schoonmaakweek

theorie:
praktijk:
 leerdoelen:
vaktaal woorden:
ingredienten:

toetsweek blok 1 

theorie: materialentoets
praktijk: Ik kan volgens opgestelde criteria mijn gebruikte materialen en werkplek met de hand schoonmaken na het maken van een smoothie. (30 minuten)
 leerdoelen:
ingredienten: