Afweer (Biologie havo), les 3: Terugblik quiz

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Quiz

Terugblik: Afweer

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met twaalf vragen over barrières, aangeboren en verworven afweer, resistentie, resusfactor, transplantatie, bloedgroepen, passieve immuniteit, vaccinatie en allergie, en een poll over hoe zeker leerlingen zich voelen.

Items in this lesson

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Quiz

Terugblik: Afweer

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: NIAID / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Welke taak hebben huid en slijmvliezen in de afweer?

A

Ze houden ziekteverwekkers buiten het lichaam

B

Ze maken antistoffen tegen ziekteverwekkers

C

Ze onthouden ziekteverwekkers voor een volgende keer

D

Ze doden geïnfecteerde cellen van het lichaam

Huid en slijmvliezen vormen de eerste barrière. Verwachte fout: antistoffen kiezen.

Vul in

De aangeboren afweer werkt met macrofagen en mestcellen; de verworven afweer werkt met B-cellen en T-cellen en maakt geheugencellen.

aangeboren
verworven
B-cellen
lichaamseigen
passieve
lymfeknoop

Aangeboren: niet-specifiek; verworven: specifiek met B-cellen en T-cellen. Verwachte fout: de twee afweervormen omdraaien.

Wat gebeurt er in de lymfeknoop bij een infectie?

A

De lymfeknoop maakt rode bloedcellen aan

B

Macrofagen maken er antistoffen

C

B-cellen en T-cellen delen zich, de knoop zwelt op

D

Cytotoxische T-cellen worden er plasmacellen

In de lymfeknoop delen afweercellen zich, daarom zwelt hij op. Verwachte fout: beenmerg en lymfeknoop verwarren.

Zet op volgorde: een ontsteking

1

Bloedvaten worden wijder en doorlaatbaarder

2

Bacteriën dringen een wond binnen

3

Witte bloedcellen gaan naar de plek

4

Mestcellen geven histamine af

Volgorde zoals in de uitleg. Verwachte fout: de witte bloedcellen voor het histamine zetten.

Hoe ontstaat een resistente bacterie?

Door een toevallige mutatie is een bacterie niet gevoelig voor het antibioticum; die overleeft de kuur en deelt zich verder. Verwachte fout: zeggen dat de bacterie went aan het middel.

Wat klopt over een virus?

A

Het heeft een celkern en een eigen stofwisseling

B

Het vermenigvuldigt zich alleen in een gastheercel

C

Het wordt gedood door antibiotica

D

Het deelt zichzelf ook buiten een cel

Een virus is geen cel. Verwachte fout: denken dat antibiotica tegen virussen werken.

Een Rh- vrouw krijgt een tweede Rh+ kind. Wat is het gevaar?

A

Het kind maakt antistoffen tegen haar rode bloedcellen

B

De moeder maakt altijd antistoffen tegen de resusfactor

C

Een Rh+ kind maakt zelf geen rode bloedcellen

D

Haar antistoffen breken de rode cellen van het kind af

De moeder heeft na de eerste bevalling antistoffen en geheugencellen gemaakt. Verwachte fout: het kind laten reageren op de moeder.

Waarom krijgt een acceptor na een transplantatie afweerremmers?

A

Om antibiotica sneller te laten werken

B

Om meer geheugencellen te kweken

C

Omdat het donororgaan zelf antistoffen maakt

D

Om afstoting van het donororgaan te voorkomen

De afweer ziet het donororgaan als lichaamsvreemd. Verwachte fout: het orgaan als oorzaak van antistoffen zien.

Waarom kunnen rode bloedcellen van groep O aan veel acceptors worden gegeven?

A

Ze hebben alleen antigeen A

B

Ze hebben geen antigeen A of B

C

Ze bevatten geen antistoffen in de cel

D

Ze hebben antigeen A en antigeen B

Zonder antigenen A en B reageren de antistoffen van de acceptor er niet op. Verwachte fout: antigenen en antistoffen verwisselen.

Waarom geeft een injectie met antistoffen maar tijdelijk bescherming?

A

Het lichaam maakt zelf al te veel antistoffen

B

Antistoffen van buiten zijn geen eiwitten

C

Je lichaam maakt zelf geen geheugencellen aan

D

Geheugencellen breken de antistoffen direct af

Bij passieve immuniteit ontbreken eigen plasma- en geheugencellen. Verwachte fout: denken dat de antistoffen niet werken.

Geef een biologisch argument voor vaccinatie.

Een goed antwoord: je maakt geheugencellen, dus bij een echte besmetting reageert je afweer snel en word je niet of minder ziek. Verwachte fout: alleen zeggen dat het gezond is.

Wat gebeurt er bij een allergische reactie op pollen?

A

Mestcellen geven histamine af bij een onschadelijke stof

B

Bacteriën vermenigvuldigen zich in de neus

C

Antibiotica breken het stuifmeel af

D

Geheugencellen stoppen met werken

Het allergeen lokt een afweerreactie uit zonder dat het gevaarlijk is. Verwachte fout: denken dat een allergie een infectie is.

Hoe zeker voel je je over afweer?

1

Heel zeker

2

Vrij zeker

3

Nog onzeker

4

Ik moet het opnieuw doen

Gebruik de uitslag om te bepalen of je het schema van de verworven afweer nog eens doorloopt.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Goed gedaan!

Je weet nu hoe aangeboren en verworven afweer samenwerken en wat dat betekent bij vaccinatie, transplantatie en bloedtransfusie. Zoek de vragen die je fout had op in les 1.

This item has no instructions