Hoe het dier leeft
• Wat doet dit dier op een dag? Hoe zoekt het eten, slaapt het, en gedraagt het zich?
• Hoe beschermt dit dier zich tegen het weer? Denk aan schuilplaatsen, vacht of andere trucjes.
• Hoe past dit dier zich aan zijn omgeving aan? Bijv. door kleur, schubben, veren of vacht.
Waar het dier slaapt en schuilt
• Hoe ziet het nest, hol of de schuilplaats van dit dier eruit? Beschrijf de vorm en grootte.
• Waarom heeft het nest of hol deze vorm? Hoe helpt dit het dier?
• Op welke plek maakt dit dier zijn nest of hol? Waarom is die plek handig?
• Van welke materialen maakt het dier zijn nest of hol? Hoe komt het aan deze materialen?