5. Indampen en destilleren

5. Indampen en destilleren
Ga rustig zitten op je plek
Pak je boekje, een pen en een potlood op tafel
De iPad blijft dicht of in de tas
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

5. Indampen en destilleren
Ga rustig zitten op je plek
Pak je boekje, een pen en een potlood op tafel
De iPad blijft dicht of in de tas

Slide 1 - Slide

Stil beginnen
Lees in je boekje, in de paragraaf 'Indampen en destilleren', de tekst onder het kopje 'Destilleren'.

Beantwoord daarna, voor jezelf, deze vraag:
Waarom zou je ervoor kunnen kiezen om een oplossing te scheiden door gebruik te maken van destilleren, in plaats van indampen?

Slide 2 - Slide

Dit gaan we leren:
Je kan uitleggen wanneer je ervoor kiest om een oplossing te destilleren.

Je kan benoemen uit welke stoffen het residu en het destillaat bestaan bij destilleren.

Je kan de onderdelen van een destillatieopstelling benoemen.

Slide 3 - Slide

We hebben eerder een oplossing ingedampt.

Het residu (dat wat overbleef in je schaaltje) was zout. Na het indampen had je succesvol water en zout van elkaar gescheiden.

Slide 4 - Slide

Het nadeel aan indampen is dat je ook een vloeistof kwijtraakt. Het water van onze oplossing was waterdamp geworden en dat kregen we niet meer terug.

Wil je die vloeistof wel bewaren, dan moet je gaan destilleren.

Slide 5 - Slide

Bij destilleren heb je een grotere opstelling nodig omdat je de damp wil opvangen en hier weer een vloeistof van wil maken.

Met deze methode kan je ook twee vloeistoffen van elkaar scheiden als ze verschillende kookpunten hebben.

Slide 6 - Slide

Dit gaan we doen
Voor in de klas laat ik zien/vertel ik hoe een destillatie werkt.
Pak in je boekje de laatste pagina (leeg) voor je. Hierop komt het volgende:
- Een tekening van de onderdelen van de opstelling, plus alle namen.
- Het antwoord op de drie vragen hieronder:
1. Welke stof verdampt uit de oplossing - die met het hoogste kookpunt, of met het laagste kookpunt?
2. Welke fase-overgang gebeurt er in de koeler?
3. Waarom is de koeler schuin naar beneden gekanteld?

Slide 7 - Slide

1. De stof met het laagste kookpunt verdampt, want die begint eerder met koken.
2. In de koeler gaat de stof van gas naar vloeibaar - dat is condenseren.
3. Je wil het destillaat opvangen in de erlenmeyer, dus kantel je de koeler zodat het erin kan druppelen.

Slide 8 - Slide

Indampen en destilleren samengevat
Bij beide maak je gebruik van verschil in kookpunt. De stof met het laagste kookpunt verdampt, de stof met het hoogste kookpunt blijft achter.

Bij indampen scheidt je meestal een vaste stof uit een oplosmiddel. De vaste stof blijft achter als residu, de vloeistof verdampt en verdwijnt.

Bij destilleren kan je ook twee vloeistoffen van elkaar scheiden. De vloeistof die verdampt, wordt gekoeld en opgevangen, dus je raakt het niet kwijt.

Slide 9 - Slide

Aan de slag!
Maak: van de paragraaf 'Indampen en destilleren', opdracht 1 t/m 10.

Hoe: gebruik de tekst uit de paragraaf als hulpmiddel.
Met wie: je mag rustig overleggen met je buur.
Hoe lang: tot 5 minuten voor einde les.
Klaar? Pak werk voor een ander vak.

Slide 10 - Slide