mavo 3 Hoofdstuk 1

mavo 3 Hoofdstuk 1
1 / 44
next
Slide 1: Slide
EconomieBasisschoolGroep 1

This lesson contains 44 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 1 min
Report this lesson

Items in this lesson

mavo 3 Hoofdstuk 1

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Vandaag
Kennismaken
Startklaar 
Economie in mavo 3
Rekentoets
Procenten rekenen

Slide 2 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Economie mavo 3 (en 4)
Rekenvragen --> 30 - 35% van de punten
Gesloten vragen  --> 40 - 45% van de vragen
--> zoals meerkeuze/gatenteksten/zet in de juiste volgorde
--> ken de begrippen/theorie
Open vragen --> 20 - 25% van de vragen

Slide 3 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Economie = Oikos + Nomos
Gezin: Hoofdstuk 1 t/m 4
Bedrijf: Hoofdstuk 5 en 6
Overheid: Hoofdstuk 7
Buitenland: Hoofdstuk 8

Slide 4 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Periode 1
Paragraaf:
- 1.1, 1.3 en 1.4
- 2.3
- 3.1, 3.2 en 3.3

Slide 5 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Maak
5a
9 en 10
12

Slide 6 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Economie startklaar
Neem altijd mee:
- Schrift en pen
    * Aantekeningen maken moet!
- Je boek
- Rekenmachine

Slide 7 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Procenten rekenen? --> Verhoudingstabel!
Voor het rekenen met procenten kun je ALTIJD een verhoudingstabel gebruiken.




--> Een verhoudingstabel is een heel handig hulpmiddel!

Slide 8 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Procenten rekenen? --> Verhoudingstabel!
Van de 40 werknemers bij een bedrijf werken er 31 voltijd.
Bereken hoeveel procent van de werknemers in voltijd werkt




Slide 9 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Procenten rekenen? --> Verhoudingstabel!
De overheid geeft dit jaar € 111,3 miljard uit aan zorg. De totale overheidsuitgaven bedragen € 433,6 miljard.
Bereken hoeveel procent naar de zorg gaat.





Slide 10 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Procenten rekenen? --> Verhoudingstabel!
Bij transportbedrijf Ride4U werken 2.000 mensen.
Bereken hoeveel een flexibel contract hebben. 






Slide 11 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Procenten rekenen? --> Verhoudingstabel!
Een kilo appels kostte vorig jaar € 4,50. Door de droge zomer is de prijs van een kilo appels dit jaar met 18% gestegen.
Bereken de huidige prijs van een kilo appels






Slide 12 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Procenten rekenen? --> Verhoudingstabel!
Een laptop bij Mediamarkt kost € 620. Dezelfde laptop bij Coolblue kost € 650.
Bereken hoeveel procent de laptop duurder is bij Coolblue







Slide 13 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Altijd berekening
Je hebt € 5 gespaard en krijgt € 2 zakgeld.
Hoeveel geld heb je nu?

Slide 14 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

(Afronden) geld
Altijd een € teken

Afronden:
2 cijfers achter de komma!!
--> € 1,60 (en niet € 1,6)

Slide 15 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Hoofdstuk 1 Hoe welvarend ben jij?
1.1 Kun je kopen wat je wilt?
1.3 Je inkomsten en uitgaven
1.4 Wordt alles duurder?

Slide 16 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

1.1 Kun je kopen wat je wilt?
Ik kan:
- het verschil uitleggen tussen primaire en secundaire behoeften 
- uitleggen wat het bij economie betekent als iets schaars is
- uitleggen wat welvaart is en hoe welvaart kan toenemen
- met een percentage een getal berekenen

Belangrijke begrippen: primaire en secundaire behoeften, schaars, welvaart, zelfvoorziening

Slide 17 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

1.1 Ik kan uitleggen wat het bij economie betekent als iets schaars is

Slide 18 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.1 Ik kan het verschil uitleggen tussen primaire en secundaire behoeften
Primaire behoeften (basisbehoeften): Noodzakelijke levensbehoeften, zoals voeding, kleding en woonruimte.

Secundaire behoeften (overige behoeften): Alles wat je leven beter of prettiger kan maken.

Verschillen in behoeften, onder andere door: 
budget, leeftijd, geslacht, reclame, omgeving, vrienden en familie.

Slide 19 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.1 Ik kan uitleggen wat het bij economie betekent als iets schaars is
Vrije goederen zijn goederen waar je zomaar over kunt beschikken:
frisse lucht, zonlicht, regenwater. 

Alle andere goederen noem je in de economie schaars:
- Ze zijn niet onbeperkt beschikbaar.
- Er zijn middelen nodig om ze te maken. 
- Schaarse goederen hebben een prijs: je moet ervoor betalen.


Slide 20 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.1 Ik kan uitleggen wat welvaart is en hoe welvaart kan toenemen
Welvaart is de mate waarin je in je behoeften kunt voorzien. 

Je welvaart kan groter worden door:
- meer inkomen
- prioriteiten stellen: voorrang geven aan de behoeften die voor jou het belangrijkst zijn
- zelfvoorziening: voorzien in je behoeften door iets voor eigen gebruik zelf te maken.



Slide 21 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.1 Ik kan met procenten een getal berekenen

Slide 22 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

 Vandaag
Procenten rekenen
Theorie: schaars en welvaart vergroten
4 Opgaven
Start paragraaf 1.3 begroting

Slide 23 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

1.1 Kun je kopen wat je wilt?
Ik kan:
- het verschil uitleggen tussen primaire en secundaire behoeften 
- uitleggen wat het bij economie betekent als iets schaars is
- uitleggen wat welvaart is en hoe welvaart kan toenemen
- met een percentage een getal berekenen

Belangrijke begrippen: primaire en secundaire behoeften, schaars, welvaart, zelfvoorziening

Slide 24 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

1.1 Ik kan uitleggen wat het bij economie betekent als iets schaars is

Slide 25 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

 Leerdoelen 1.3 - ik kan
- Uit een begroting conclusies trekken
- Drie soorten inkomens onderscheiden.
- De gezinsuitgaven in drie groepen indelen
- Een bedrag omrekenen van maand naar week en omgekeerd.
- Een reservering berekenen.

Slide 26 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

 Belangrijke begrippen 1.3 - ik ken
Budgetteren, begroting, ontvangsten, uitgaven, overdrachtsinkomen, loon in natura, reservering




Slide 27 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

1.3 Ik kan een begroting opstellen
Je krijgt van je ouders  € 20 zakgeld per maand. Je past 1 keer per week op op je buurjongetje. Per maand verdien je daarmee € 30. Jouw bijbaan bij een supermarkt levert € 62 aan loon per maand op
Iedere maand geef je aan eten en drinken € 35 uit en aan kleding € 45. Naar de bioscoop kost je € 40 per maand.
Vraag: zijn je inkomsten voldoende voor al je uitgaven

Slide 28 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

1.3 Ik kan uit een begroting conclusies trekken
Budgetteren: je inkomsten en uitgaven op elkaar afstemmen.
--> heb ik genoeg inkomsten voor al mijn uitgaven?
Begroting: een overzicht van je verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende periode.

Het Nibud geeft voorlichting over verstandig budgetteren



Slide 29 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.3 Ik kan drie soorten inkomens onderscheiden.
1) Inkomen uit arbeid: beloning voor werk. 
- In dienst --> salaris
- Eigen bedrijf --> Winst
2) Inkomen uit bezit: geld uit bezittingen
- bijvoorbeeld huurinkomsten uit verhuur, rente op spaargeld
3) Overdrachtsinkomen: zonder tegenprestatie
- uitkeringen zoals AOW en kinderbijslag, zakgeld

Loon in natura: betaald in goederen of diensten (niet betaald in geld)

Slide 30 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.3 Ik kan drie soorten inkomens onderscheiden.

Slide 31 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

1.3 Ik kan de gezinsuitgaven in drie groepen indelen
Dagelijkse uitgaven of huishoudelijke uitgaven: je alledaagse uitgaven. bijvoorbeeld bij de supermarkt

Vaste lasten: uitgaven met een vaste regelmaat, je moet ze bijvoorbeeld elke maand betalen. zoals abonnementen, huur, gas/water/licht

Incidentele uitgaven: grotere uitgaven die je niet zo vaak doet.
zoals een fatbike, vakantie, nieuwe keuken



Slide 32 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.3 Ik kan de gezinsuitgaven in drie groepen indelen
Om uitgaven goed met elkaar te vergelijken, reken je ze om naar eenzelfde periode.
Tussenstap: een jaarWeet: 1 jaar = 12 maanden = 52 weken

Slide 33 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.3 Ik kan een bedrag omrekenen van maand naar week en omgekeerd.
Een abonnement op de sportschool kost € 39 per maand
Bereken hoeveel dat per week is?

Slide 34 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.3 Ik kan een bedrag omrekenen van maand naar week en omgekeerd.
Een abonnement op de sportschool kost € 39 per maand
Bereken hoeveel dat per week is?
39 x 12 : 52 = 9. Een abonnement kost € 9 per week

Slide 35 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.3 Ik kan een reservering berekenen.
Reserveren = geld opzijzetten voor grotere uitgaven.
Vooral voor incidentele uitgaven moet je vaak geld reserveren.




Slide 36 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.3 Ik kan een bedrag omrekenen van maand naar week en omgekeerd.
Je wil over een jaar een nieuwe telefoon kopen van € 760. Van je ouders krijg je € 100.
Bereken hoeveel je per maand moet reserveren

Slide 37 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.3 Ik kan een bedrag omrekenen van maand naar week en omgekeerd.
Je wil over een jaar een nieuwe telefoon kopen van € 760. Van je ouders krijg je € 100.
Bereken hoeveel je per maand moet reserveren
€ 760 - € 100 = € 660 heb je nodig.   € 660 : 12 = € 55.
Je moet € 55 per maand reserveren om over een jaar een nieuwe telefoon te kunnen kopen

Slide 38 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

 Leerdoelen 1.4 - ik kan
- inflatie omschrijven
- uitleggen wat de gevolgen van inflatie zijn voor de koopkracht
- de inflatie berekenen met indexcijfers
- berekeningen maken met behulp van indexcijfers

Belangrijke begrippen: inflatie, koopkracht, indexcijfer


Slide 39 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

1.4 Ik kan inflatie omschrijven
Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) verzamelt informatie over onder andere economische onderwerpen zoals prijsveranderingen.
Inflatie = een algemene stijging van de prijzen.
Deflatie = een algemene daling van de prijzen.

Inflatie en deflatie druk je uit in een percentage.
 2,3% inflatie betekent dat de gemiddelde prijzen nu 2,3% hoger zijn dan een jaar geleden.




Slide 40 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.4 Ik kan uitleggen wat de gevolgen van inflatie zijn voor de koopkracht
Koopkracht: de hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen.

De prijzen stijgen meer dan de lonen --> de koopkracht neemt af. 
De lonen stijgen meer dan de prijzen, --> de koopkracht neemt toe. 

Meer koopkracht --> je welvaart neemt toe: je kunt in meer behoeften voorzien.

Slide 41 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.4 Ik kan uitleggen wat de gevolgen van inflatie zijn voor de koopkracht
Koopkracht neemt toe                Koopkracht neemt af



Slide 42 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.4 Ik kan berekeningen maken met indexcijfers
Een indexcijfer laat een procentuele verandering zien ten opzichte van een afgesproken periode.

De periode waarmee je vergelijkt, noem je het basisjaar.
Het indexcijfer in het basisjaar is altijd 100



Slide 43 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

1.4 Ik kan de koopkracht berekenen met indexcijfers

Slide 44 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.