Beginnende geletterdheid - Basiskennis taal

Beginnende geletterdheid

Leerdoel

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorCommunicatieHBOStudiejaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Beginnende geletterdheid

Leerdoel

Bij het tussendoel alfabetisch principe gaat het erom dat kinderen:

A

Het alfabet kunnen opzeggen

B

Klanken aan tekens kunnen koppelen

C

Weten dat bij ieder klank een teken hoort

D

Tekens op alfabetische volgorde kunnen leggen

Wat stimuleer je met de volgende activiteit: kinderen klappen hun naam in klankstukken

A

fonologisch bewustzijn

B

alfabetisch principe

C

foneem-grafeemkoppeling

D

fonemisch bewustzijn

Kinderen vervangen de beginletter van hun naam door een andere letter. Bij welke fonemische vaardigheid hoort deze activiteit?

A

isoleren van klanken

B

manipuleren van klanken

C

synthese van klanken

D

analyse van klanken

Meester Adam is met zijn oudste kleuters woordjes zoals 'sok'

in stukjes aan het hakken en hij laat ze hen weer hardop samenvoegen.

S - O - K ----> SOK!

Aan welke vaardigheid werkt hij?

A

Fonologisch bewustzijn

B

Fonemisch bewustzijn

De elementaire leeshandeling bestaat uit verschillende deelvaardigheden.

Gevraagd:

Wat zijn deze deelvaardigheden?

A

auditieve analyse – grafeem-foneemkoppeling – spatieel ordenen – visuele synthese – betekenis geven

B

auditieve analyse – grafeem-foneemkoppeling – temporeel ordenen – visuele synthese – betekenis geven

C

visuele analyse – grafeem-foneemkoppeling – spatieel ordenen – auditieve synthese – betekenis geven

D

visuele analyse – grafeem-foneemkoppeling – temporeel ordenen – auditieve synthese – betekenis geven

Mingzu vraagt aan haar moeder hoe ze 'kip’ moet schrijven. Haar moeder zegt: "Zeg het woord maar eens in stukjes."


Op welke auditieve vaardigheid is de opdracht van moeder gericht?

A

auditieve analyse

B

auditieve discriminatie

C

auditieve synthese

D

temporele ordening

Op de vraag 'welk woord is het langst: boom of paddenstoel' antwoordt de leerling 'boom'.

Voor de leerkracht kan dat een signaal zijn voor een probleem op het gebied van:

A

de kennis van begrippen

B

de auditieve discriminatie

C

het temporeel ordenen

D

de auditieve objectivatie

Bak - Mak - Zak

Een wisselrijtje op papier hanteer je om:

A

de auditieve synthese te oefenen

B

de visuele synthese te oefenen

C

de auditieve objectivatie te oefenen

D

de visuele discriminatie

Op de vraag 'Welk woord is het langst: trein of driewieler?' antwoordt de leerling 'trein'.

Welke deelvaardigheid van het lezen wordt hier geoefend?

A

temporeel ordenen

B

auditieve analyse

C

auditieve discriminatie

D

auditieve objectivatie

De leerkracht zegt: 'Luister goed. Ik zeg telkens twee klanken. Jij moet zeggen of ze verschillend zijn of hetzelfde, bijvoorbeeld /eu/ - /eu/.'

Deze oefening heeft betrekking op de deelvaardigheid:

A

auditieve analyse

B

klankpositie bepalen

C

auditieve discriminatie

D

spatieel ordenen

De leraar zegt: 'Zeg het woord /bloemengieter/ in stukjes en leg voor elk stukje een blokje op de tafel.'

Deze oefening heeft betrekking op de deelvaardigheid:

A

auditieve analyse

B

auditieve discriminatie

C

temporeel ordenen

D

auditieve objectivatie

Je wilt een auditieve syntheseoefening geven.

Welk type oefening kun je daarvoor het best gebruiken?

A

Zoek het plaatje van een woord waar je achteraan een /s/ hoort.

B

Wat hoor je vooraan bij /riem/? En bij /mier/? Enzovoort.

C

Zijn deze woorden hetzelfde: boot – poot?

D

Welk woord zeg ik:

/r/ /aa/ /m/?

Wat is de juiste volgorde van de stappen binnen de elementaire spellinghandeling?

A

auditieve analyse - koppeling foneem/grafeem - onthouden volgorde fonemen - het woord schrijven

B

onthouden volgorde fonemen - auditieve analyse - koppeling foneem/grafeem - het woord schrijven

C

auditieve analyse - onthouden volgorde fonemen - koppeling foneem/grafeem - het woord schrijven

D

Answer D