Hoofdstuk 11 les 4

11.4 Nieren
1 / 28
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

11.4 Nieren

Slide 1 - Slide


Welke letter is geeft de nieren aan?
A
C
B
D
C
E
D
F

Slide 2 - Quiz

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

In de nefronen van je nieren vindt filtratie, osmose en resorptie plaats.
Op welke plaats in een nefron is de filtratie?
A
kluwen van haarvaten
B
nierbekken
C
nierkanaaltje
D
verzamelbuisje

Slide 13 - Quiz

Indien onder bepaalde omstandigheden de osmotische waarde van het bloedplasma bij een mens daalt:
A
Blijft de hypofyse evenveel ADH afscheiden
B
Scheidt de hypofyse meer ADH af
C
Scheidt de hypofyse minder ADH af
D
Wordt er minder urine uitgescheiden

Slide 14 - Quiz

Een survivaltocht
Op 14 april 1994 verdwaalde de Italiaanse hardloper Mauro Prosperi tijdens een meerdaagse toch door de Sahara. Pas na negen dagen werd hij door de bedoeïenen gevonden. Medich-biologen waren er verbaasd over dat hij zonder water en voedsel zo lang had kunnen overleven. Ze ondervroegen hem over zijn gedrag. Hij bleek zeer verstandig te zijn omgegaan met zijn water- en energiehuishouding.

Slide 15 - Slide

In welk gedeelte van een neuron (niereenheid) werd ervoor gezorgd dat Prosperi zo veel mogelijk water uit de voorurine terugresorbeerde, zodat hij slechts kleine hoeveelheden urine produceerde?
A
In de Lis van Henle
B
In het kapsel van Bowman
C
In het nierbuisje
D
In de glomerulus

Slide 16 - Quiz

Hoge bloeddruk in de nieren stimuleert ook ADH productie

Slide 17 - Slide

Het linker deel van de lus is wel doorlaatbaar voor water, het rechter deel niet. 
De verzamelbuis is alleen doorlaatbaar als ADH aanwezig is.

Slide 18 - Slide

De osmotische waarde is hoger onderin de lus. Dus daar stroomt water uit de voorurine (door osmose). Als de voorurine verder stroomt (stijgende deel), gaat door diffusie Na en Cl uit de voorurine. Water komt er niet in(wat je wel zou verwachten), want dit deel van de buis is waterdicht. 

Slide 19 - Slide

 in het laatste gedeelte nauwelijks nog overdracht
tegenstroomprincipe: continu overdracht, hogere opbrengst

Slide 20 - Slide

Tegenstroomprincipe in de nieren
Bloed met lage osmotische waarde stroomt langs weefselvocht met hogere osmotische waarde (omlaag, bij stijgende deel van de lus). Resultaat is: waterafgifte en opname NaCl.
En bloed met een hoge osmotische waarde stroomt langs weefselvocht met een lagere osmotische waarde (omhoog, bij dalende deel van de lus. 
Resultaat is: wateropname en zoutafgifte maximaal.

Slide 21 - Slide

Dus... wat stroomt er dus langs elkaar heen bij de lus van Henle in het niermerg?

Slide 22 - Open question

Het linker deel van de lus is wel doorlaatbaar voor water, het rechter deel niet. 
De verzamelbuis is alleen doorlaatbaar als ADH aanwezig is.

Slide 23 - Slide

De verzamelbuis
Deze loopt ook door het niermerg heen, en heeft dus de neiging om water uit de voorurine af te staan via osmose. Dit kan alleen als de waterkanaaltjes open staan (onder invloed van ADH). 
Ook wordt bij veel ADH extra ureum aan het niermerg afgegeven, wat de osmotische waarde van het niermerg nog meer verhoogt. En dus de teruggave van water aan het weefselvloeistof (en daarna aan het bloed).

Slide 24 - Slide

Creatinine is 70x meer aanwezig in urine dan in voorurine. 
Ureum slechts 67x, door uitscheiding in verzamelbuis aan niermerg.

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Angiotensine II stimuleert de Na+ opname in de nieren. Wanneer is het nuttig voor het lichaam om angiotensine II te produceren?


Antwoord
Te weinig zout in het bloed; dat geeft een te lage osmotische waarde

Slide 27 - Slide

Renine, angiotensinogeen, angiotensine I,  aldosteron en ADH spelen ook een rol in dit geheel. Lees p. 58 van je boek 'hormonale invloed op de nieren' en vergelijk met BINAS 85D

Slide 28 - Slide