Thema 2 Les 2.9

Thema 2 Les 2.9

Learning objective

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTaalSpeciaal OnderwijsLeerroute 4

This lesson contains 16 slides, with text slides.

Items in this lesson

Thema 2 Les 2.9

Learning objective

πŸ₯ž Pannenkoeken


Betekenis: Dunne, platte koekjes die je bakt in een pan.


Enkelvoud: Pannenkoek


Voorbeeld: Wij eten pannenkoeken met suiker.

πŸ“– Het recept

Betekenis: Geschreven uitleg hoe je iets moet koken of bakken.


Meervoud: De recepten


Voorbeeld: Ik lees het recept voordat ik begin.

🌾 Het meel


Betekenis: Wit poeder om brood of pannenkoeken mee te maken.



Voorbeeld: Ik koop 3 kilo meel voor de pannenkoeken.

πŸ₯£ De kom


Betekenis: Ronde schaal om iets in te mengen.


Meervoud: Kommen


Voorbeeld: We mengen het pannenkoeken beslag in een grote kom.

πŸ”„ Roeren


Betekenis: Met een lepel bewegen zodat het mengt / mixt.

Ik roer

jij roert

hij/zij/u roert

wij/hun roeren


Voorbeeld: Ik roer het beslag goed door.

🍳 Bakken


Betekenis: Eten maken/koken in de pan of oven


ik bak

jij bakt

hij/zij/u bakt

Wij/hun bakken


Voorbeeld: Ik bak de pannenkoek in een hete pan.

πŸ”„ Omdraaien


Betekenis: Iets draaien zodat de onderkant boven komt.

Draai .... om


Voorbeeld: Draai de pannenkoek om wanneer hij bruin is.

🎯 Gooien


Betekenis: Iets met je hand de lucht in laten gaan.


Ik gooi

jij gooit

hij/zij/u gooit

wij/hun gooien


Voorbeeld: Hij gooit de pannenkoek omhoog.

☁️ De lucht


Betekenis: Alles boven ons, waar lucht en wolken zijn.


Voorbeeld: Er is geen wolk in de lucht

🀲 Vangen


Betekenis: Pakken wat gegooid wordt.


ik vang

jij vangt

hij/zij/u vangt

wij/hun vangen


Voorbeeld: Hij vangt de bal.

πŸ‘‰ Zo


Betekenis: Dit woord gebruik je om te laten zien hoe je iets doet.



Voorbeeld: Kijk, zo draai je de pannenkoek om.

✌️ Beide


Betekenis: Twee dingen; allebei.


Voorbeeld: Bak beide kanten bruin.

πŸ“ Leggen

Betekenis: Iets neerzetten.


ik leg

jij legt

hij/zij/u legt

wij/hun leggen


Voorbeeld: Leg de pannenkoek op het bord.

▢️ Ga door


Betekenis: Niet stoppen; verder gaan.


Voorbeeld: Ga door met roeren.

πŸ“ De jam


Betekenis: Zoete pasta van fruit.

aardbeienjam / frambozenjam


Uitspraak: Sjem


Voorbeeld: Hij doet de jam op de pannenkoek