Examentraining H8 H11

Examentraining NaSk1 – H8 & H11

Elektriciteit en Schakelingen
1 / 37
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Examentraining NaSk1 – H8 & H11

Elektriciteit en Schakelingen

Slide 1 - Slide

Na deze les kun je:

  • vermogen, energie en stroom berekenen
  • serie- en parallelschakelingen uitleggen
  • meten met spanningsmeter en stroommeter
  • weerstand berekenen
  • uitleggen hoe relais, LDR en NTC werken

Slide 2 - Slide

Wat is de formule voor vermogen?
A
P = U × I
B
P = U × I
C
P = I / U

Slide 3 - Quiz

Bereken het vermogen als de spanning 20 V en de stroomsterkte 5 A is.
A
5 W
B
3 W
C
0,33 W
D
100 W

Slide 4 - Quiz

Reken om:
0,3 kW = ... W
A
3
B
30
C
300
D
3000

Slide 5 - Quiz

1 KW is….?
A
10 W
B
1000 W
C
100 W
D
10.000 W

Slide 6 - Quiz

Een straalkachel heeft een vermogen van 2000 W, hij staat 2 uur aan, hoeveel energie heeft hij verbruikt?
A
4000 W
B
4kWh
C
4kW
D
4000Wh

Slide 7 - Quiz

Serie? Parallel? Gemengd?
A
parallel schakeling
B
serie schakeling
C
gemengde schakeling

Slide 8 - Quiz

Is deze stroomkring serie of parallel geschakeld?
A
Serie
B
Parallel

Slide 9 - Quiz

Serie of Parallel?
A
Serie
B
Parallel
C
gecombineerde

Slide 10 - Quiz

Staat deze schakeling in serie of parallel?
A
serie
B
parallel

Slide 11 - Quiz

Parallelschakeling: I = 5A, U = 12 V. Er zijn 2 lampjes.
Hoeveel spanning gaat er door lampje 2?
A
U = 12 V.
B
U = 6 V.
C
U = 2 V.
D
U = 1 V.

Slide 12 - Quiz

Je schakelt twee batterijen van 1,2 V in serie. Hoe groot is de totale spanning?
A
1,2 V
B
1,2 V + 1,2 V = 2,4 V
C
1,2 V x 1,2 V = 1,44 V
D
1,2 V - 1,2 V = 0 V

Slide 13 - Quiz

De spanningsmeter sluit je
A
in serie aan
B
parallel aan
C
Maakt niet uit, serie en parallel kan allebei

Slide 14 - Quiz

Wat is het juiste symbool van een spanningsmeter?
A
B

Slide 15 - Quiz

Hoeveel geeft de spanningsmeter aan?
A
18V
B
1,8V
C
9V
D
8V

Slide 16 - Quiz

De spanningsmeter is ingesteld op een meetbereik van......
A
3 V
B
15 V
C
30 V

Slide 17 - Quiz

Wat geeft de stroommeter aan?
A
2 A
B
0,2 A
C
0,02 A

Slide 18 - Quiz

Wat is de aanwijzing van de stroommeter?
A
4 A
B
0,4A
C
0,04 A

Slide 19 - Quiz

Een stroommeter sluit je aan in .... met het apparaat
A
in serie
B
parallel

Slide 20 - Quiz

Bereken de weerstand van dat lampje wat brandt op 230 V en 0,4 A.
A
de weerstand = 575 Ω
B
de weerstand = 2,5 Ω
C
de weerstand = 0,0017 Ω

Slide 21 - Quiz

U = 6V en I = 2 A.
Bereken de weerstand in
R = U / I
Ω
A
0,33
B
12
C
3
D
4

Slide 22 - Quiz

Wat is een LDR
A
een weerstand die reageert op warmte
B
een weerstand die reageert op stof
C
een weerstand die reageert op licht
D
een weerstand die reageert op water

Slide 23 - Quiz



Wat is de LDR in deze schakeling?
A
Sensor
B
Actuator
C
Schakelaar

Slide 24 - Quiz

9) Valt op een LDR veel licht, dan is de weerstand van de LDR groot
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quiz

Als er licht op een LDR valt
wordt de weerstand
A
lager
B
hoger
C
gelijk
D
gebeurd er niks

Slide 26 - Quiz

Wanneer wordt de weerstand van een NTC groter
A
als de temperatuur stijgt
B
als de temperatuur daalt
C
als er meer licht op schijnt
D
als er minder licht op schijnt

Slide 27 - Quiz

Wat gebeurt er met de weerstand als temperatuur stijgt?
A
stroom wordt kleiner
B
weerstand wordt kleiner
C
stroom wordt kleiner
D
weerstand wordt groter

Slide 28 - Quiz

Wat is een relais?
A
Een elektrische schakelaar
B
Een magnetische schakelaar
C
Een lichtschakelaar
D
Een drukschakelaar

Slide 29 - Quiz

Een aardlekschakelaar....
A
meet de uitgaande stroom ( I )
B
meet de ingaande stroom ( I )
C
vergelijkt de ingaande met de uitgaande I
D
controle van overbelas- ting van draden

Slide 30 - Quiz

Wat doet een aardlekschakelaar
A
Schakelaar die iets uit of aan zet.
B
Schakelt de stroom uit van een groep zodra er ergens stoom lekt.
C
Daarmee kan je meten hoeveel stroom er in de aarde zit.
D
Alle antwoorden zijn goed.

Slide 31 - Quiz

Waarom is water gevaarlijk bij elektriciteit?
A
water geleid stroom
B
water geleid stroom niet

Slide 32 - Quiz

In een parallelschakeling:
A
spanning wordt verdeeld
B
stroom wordt verdeeld

Slide 33 - Quiz

P = ?

A
Vermogen
B
Stroomsterkte
C
Spanning
D
Weerstand

Slide 34 - Quiz


Serie: wat blijft gelijk?
A
De spanning blijft gelijk
B
De stroom blijft gelijk
C
De weerstand blijft gelijk
D
Het vermogen blijft gelijk

Slide 35 - Quiz

LDR bij licht → wat gebeurt er met de weerstand?
A
De weerstand wordt groter
B
De weerstand blijft gelijk
C
De weerstand wordt kleiner
D
De weerstand wordt nul

Slide 36 - Quiz

einde
einde!

Slide 37 - Slide