Bestuursrecht: kern voor het examen

Bestuursrecht: kern voor het examen

1 / 50
next
Slide 1: Slide
New lesson editorPraktische economieMBOStudiejaar 4

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Bestuursrecht: kern voor het examen

Open met het idee dat de examenmatrijs vooral vraagt om herkennen, toepassen en onderscheiden in eenvoudige situaties. De les bouwt daarom van overheidsstructuur naar Awb, openheid en handhaving.

Lesdoel

Ik kan in eenvoudige situaties uitleggen welk bestuursorgaan, welke bestuursrechtelijke regel en welke procedure of sanctie van toepassing is.

This item has no instructions

Welke woorden koppel jij aan bestuursrecht en staatsrecht?

Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen. Vraag kort door op woorden als overheid, besluit, bezwaar, rechter, gemeente, wet en vergunning.

Trias politica op centraal niveau

Op centraal niveau zijn de drie taken verdeeld over verschillende organen.


  • Wetgeving: regering en Staten-Generaal samen

  • Bestuur / uitvoering: regering en ministers

  • Rechtspraak: onafhankelijke rechters


De scheiding van machten voorkomt dat alle macht bij één orgaan ligt.

Benadruk dat leerlingen bij examenvragen vooral moeten kunnen koppelen: wie maakt regels, wie voert uit en wie oordeelt bij geschillen.

Centraal en decentraal

Nederland kent meerdere bestuurslagen.


  • Rijk: landelijk

  • Provincie: regionaal

  • Gemeente: lokaal


Bij examenvragen moet je een orgaan aan de juiste bestuurslaag koppelen.

Voorbeelden die je mondeling kunt noemen: minister = Rijk, gedeputeerde staten = provincie, burgemeester en wethouders = gemeente.

Trias politica decentraal

Ook provincies en gemeenten hebben een verdeling van taken.


  • Gemeente: gemeenteraad stelt verordeningen vast, college van B en W bestuurt, rechter blijft landelijk georganiseerd

  • Provincie: Provinciale Staten stellen verordeningen vast, Gedeputeerde Staten besturen


De rechtspraak is dus niet decentraal georganiseerd zoals wetgeving en bestuur.

Dit is een veelgemaakte fout: studenten denken soms dat gemeenten ook een 'eigen rechter' hebben binnen de trias. Dat is niet zo.

Welke instantie doet wat?

De examenmatrijs vraagt om herkenning van uitvoerende instanties.


  • UWV: werknemersverzekeringen

  • SVB: volksverzekeringen

  • Belastingdienst/Toeslagen: toeslagen

  • DUO: studiefinanciering

Laat zien dat dit typische koppelvragen zijn: regeling of beleidsterrein verbinden aan de juiste instantie.

Instanties per beleidsterrein

Andere belangrijke koppelingen uit de matrijs:


  • Gemeente: jeugdhulp en Wmo

  • Woningbouwcorporaties: volkshuisvesting

  • KvK: ondernemersklimaat

  • IND: vreemdelingenbeleid

  • CBR: rijvaardigheid

  • Reclassering: voorkomen of verminderen van crimineel gedrag

  • Ombudsman: klachten over overheidshandelen

Noem erbij dat woningbouwcorporaties geen klassiek bestuursorgaan zijn, maar in de matrijs wel als uitvoerende instantie op dit beleidsterrein herkend moeten worden.

Welk orgaan hoort op gemeentelijk niveau bij de wetgevende taak?

A

Gemeenteraad

B

Burgemeester

C

Gedeputeerde Staten

D

Rechtbank

Toetst koppeling trias politica op decentraal niveau. Veelgemaakte fout: denken dat de burgemeester of rechter hier de wetgevende rol heeft.

Vul de kernbegrippen in

Op centraal niveau maken de regering en de samen de wet. Voor valt iemand meestal onder de gemeente. Klachten over overheidshandelen kunnen terechtkomen bij de .

Op centraal niveau maken de regering en de
samen de wet. Voor
valt iemand meestal onder de gemeente. Klachten over overheidshandelen kunnen terechtkomen bij de
UWV
IND
rechtbank
provincie

Correcte invulling: Staten-Generaal, jeugdhulp, ombudsman.

Legaliteitsbeginsel

De overheid mag niet zomaar optreden.


Het legaliteitsbeginsel betekent dat overheidsoptreden moet steunen op een wettelijke grondslag. Bij een eenvoudige casus moet je dus nagaan:


  • welk orgaan optreedt

  • welke bevoegdheid het gebruikt

  • op grond van welke wet dat mag

Leg het verschil uit tussen 'de overheid wil iets' en 'de overheid mag iets'. Het examen toetst vooral die tweede vraag.

Wanneer is iets bestuursrecht?

Niet elk probleem met de overheid valt automatisch onder het bestuursrecht.


Bestuursrecht gaat over:

  • bestuursorganen

  • publiekrechtelijke bevoegdheden

  • besluiten, aanvragen, bezwaar en beroep


Privaatrechtelijke afspraken van de overheid vallen hier niet vanzelf onder.

Gebruik als contrast een huur- of koopovereenkomst door de overheid: overheidshandelen, maar niet per se bestuursrechtelijk geregeld.

Welke regel gaat voor?

Bij botsende regels gebruik je vaste voorrangsregels:


  • hogere regelgeving gaat voor lagere regelgeving

  • bijzondere regelgeving gaat voor algemene regelgeving

  • nieuwe regelgeving gaat voor oude regelgeving


Met deze volgorde bepaal je welke regel in een casus van toepassing is.

Koppel dit aan voorbeelden als wet tegenover gemeentelijke verordening, of speciale regeling tegenover algemene regel in de Awb.

Behoorlijk bestuur

Bestuursorganen moeten niet alleen volgens de wet handelen, maar ook behoorlijk.


Denk aan beginselen zoals:

  • zorgvuldigheid

  • motivering

  • gelijkheid

  • verbod van willekeur

  • fair play


In examenvragen herken je welk beginsel onder druk staat.

Noem dat de matrijs geen volledige theorie vraagt, maar herkenning in eenvoudige situaties. Houd voorbeelden concreet.

Beginselen herkennen

Voorbeelden van herkenning:


  • feiten niet goed onderzocht → zorgvuldigheidsbeginsel

  • besluit zonder uitleg → motiveringsbeginsel

  • gelijke gevallen ongelijk behandeld → gelijkheidsbeginsel

  • belangen oneerlijk afgewogen → mogelijk verbod van willekeur

Benadruk dat studenten in casussen sleutelwoorden moeten leren zien: onderzoek, uitleg, gelijke behandeling, belangenafweging.

Waarom is een wettelijke grondslag nodig?

Verwachte elementen: wettelijke grondslag, bevoegdheid, wet, orgaan mag niet zomaar optreden. Bespreek dat de overheid niet alleen iets wil, maar het ook juridisch moet mogen.

Welke regel gaat voor bij strijd tussen wet en gemeentelijke verordening?

A

Lagere regel

B

Bijzondere regel

C

Hogere regel

D

Oudere regel

Toetst de voorrangsregel hogere regelgeving gaat voor lagere regelgeving.

Feiten zijn niet goed onderzocht. Welk beginsel is dan in het geding?

A

Fair play

B

Gelijkheid

C

Motivering

D

Zorgvuldigheid

Sleutelwoord is 'niet goed onderzocht'. Dat wijst op het zorgvuldigheidsbeginsel.

Centrale begrippen uit de Awb

De Awb werkt met een paar kernbegrippen:


  • bestuursorgaan: orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of een ander persoon/college met openbaar gezag

  • belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken

  • besluit: schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan met publiekrechtelijke rechtshandeling

Deze drie begrippen vormen de basis voor veel vervolgvragen over bezwaar, beroep en aanvragen.

Rechtshandeling of feitelijke handeling

Een rechtshandeling is gericht op een rechtsgevolg.


  • publiekrechtelijke rechtshandeling: gebaseerd op een bestuursrechtelijke bevoegdheid

  • privaatrechtelijke rechtshandeling: bijvoorbeeld overeenkomst

  • feitelijke handeling: geen rechtsgevolg, wel feitelijk optreden


Vraag steeds: verandert iemands juridische positie?

Voorbeelden mondeling: vergunning verlenen = publiekrechtelijke rechtshandeling; koopcontract = privaatrechtelijke rechtshandeling; straat vegen = feitelijke handeling.

Soorten besluiten

Binnen het bestuursrecht maak je onderscheid tussen:


  • beschikking: besluit voor een concreet geval

  • beleidsregel: regel over gebruik van een bevoegdheid

  • algemeen verbindend voorschrift: algemene regel die burgers bindt

  • plan: besluit van algemene strekking met ruimere werking


Het examen vraagt vooral om het juiste type te herkennen.

Let op dat studenten beschikking niet verwarren met elk schriftelijk stuk. Het gaat om een besluit in een concreet geval.

Soorten beschikkingen

Een beschikking kan verschillende vormen hebben:


  • vergunning

  • ontheffing

  • concessie

  • subsidie

  • statusverlening


Kijk in de casus vooral naar het doel van het besluit.

Je kunt kort toelichten: vergunning = toestemming, ontheffing = uitzondering, concessie = exclusief recht of exploitatierecht, subsidie = financiële aanspraak, statusverlening = juridische status toekennen.

Aanvraag en beslistermijn

Voor een aanvraag moet duidelijk zijn wat iemand vraagt en van welk bestuursorgaan.


Daarna geldt een beslistermijn. Overschrijding daarvan kan gevolgen hebben, zoals:

  • aanspraak op een besluit

  • soms rechtsmiddelen tegen niet tijdig beslissen


In een casus bepaal je welke termijn geldt en wat overschrijding betekent.

Noem dat de Awb algemene regels geeft, maar een bijzondere wet kan afwijken. Verbind dit met de voorrangsregels van eerder.

Wat is volgens de Awb een besluit?

A

Mondeling advies

B

Schriftelijke beslissing

C

Feitelijke handeling

D

Privé-overeenkomst

Vollediger: schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan met publiekrechtelijke rechtshandeling. De andere opties missen een kernelement.

Welke beschikking gaat over financiële aanspraak?

A

Ontheffing

B

Concessie

C

Subsidie

D

Vergunning

Toetst herkenning van soorten beschikkingen.

Bezwaar, beroep en hoger beroep

De Awb kent een vaste rechtsbeschermingslijn:


  • bezwaar bij het bestuursorgaan zelf

  • beroep bij de bestuursrechter

  • soms administratief beroep bij een ander bestuursorgaan

  • hoger beroep in bestuursrechtelijke zaken kan bij de Raad van State liggen


Deze procedures controleren besluiten van bestuursorganen.

Benadruk dat administratief beroep niet de standaard is; alleen als de wet dat bepaalt.

Voorlopige voorziening

Een voorlopige voorziening is bedoeld voor spoedeisende situaties.


Kenmerken:

  • onverwijlde spoed is nodig

  • de voorziening is tijdelijk

  • de rechter beslist

  • er is een relatie met een bodemprocedure

  • de maatregel voorkomt onomkeerbare gevolgen tijdens de procedure

Leg uit dat het geen definitieve beslissing over de hele zaak is, maar een tijdelijke maatregel vooruitlopend op de uitkomst.

Eisen aan een bezwaarschrift

Een bezwaarschrift moet aan formele eisen voldoen.


Let op:

  • naam en adres

  • datum

  • omschrijving van het besluit

  • motivering van het bezwaar

  • handtekening


Ontbreekt iets wezenlijks, dan kan herstel nodig zijn of volgt niet-ontvankelijkheid.

Maak onderscheid tussen inhoudelijke kans van slagen en formele geldigheid. Het examen kan daarop sturen.

Ontvankelijkheid en termijn

Een bezwaarschrift is alleen ontvankelijk als aan voorwaarden is voldaan.


Belangrijk zijn:

  • juiste procedure

  • juiste indiener

  • tijdig ingediend

  • gericht tegen een besluit


Ook op bezwaar geldt een beslistermijn; overschrijding heeft rechtsgevolgen.

Noem dat een klacht over gedrag iets anders is dan bezwaar tegen een besluit. Dat onderscheid is examengericht belangrijk.

Klacht of bezwaarschrift?

Het verschil zit in waartegen iemand opkomt.


  • bezwaarschrift: tegen een besluit met rechtsgevolg

  • klacht: over de manier waarop een bestuursorgaan zich heeft gedragen


Niet de titel van het stuk is beslissend, maar de inhoud.

Goed moment om de brug te maken naar de ombudsman: die hoort bij klachtbehandeling, niet bij bezwaar tegen besluiten.

Waar dien je meestal eerst bezwaar in?

A

Bij de ombudsman

B

Bij de rechtbank

C

Bij het bestuursorgaan

D

Bij de politie

Rechtsbeschermingslijn: eerst bezwaar bij het bestuursorgaan zelf, daarna beroep bij de bestuursrechter.

Wanneer past een voorlopige voorziening?

A

Bij oude regelgeving

B

Bij onverwijlde spoed

C

Bij elk bezwaar

D

Bij een klacht

Kernkenmerk is spoed plus relatie met een bodemprocedure.

Wanneer is iets een klacht en geen bezwaar?

Verwachte elementen: bezwaar is tegen een besluit met rechtsgevolg; klacht gaat over gedrag of bejegening door een bestuursorgaan.

Ombudsman

De nationale ombudsman en gemeentelijke ombudsman behandelen klachten over overheidshandelen.


Hun rol:

  • onderzoeken van klachten

  • beoordelen of de overheid behoorlijk handelde

  • aanbevelingen doen


Zij vernietigen meestal geen besluiten zoals een rechter dat kan.

Benadruk verschil in functie: ombudsman toetst behoorlijkheid van gedrag, rechter toetst rechtmatigheid van besluiten.

Openheid volgens de Woo

De Woo bevordert een open overheid.


Openheid is belangrijk voor:

  • controle op overheidshandelen

  • vertrouwen van burgers

  • democratische verantwoording


Ontbrekende openheid kan leiden tot wantrouwen, fouten en minder controle.

Houd het bij kern en doel van de Woo; geen uitgebreide procedure nodig, want de matrijs vraagt vooral belang en gevolgen.

Integriteit van de overheid

Integriteit betekent dat overheid en ambtenaren eerlijk, zorgvuldig en onafhankelijk handelen.


Bij de Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) let je op situaties als:

  • belangenverstrengeling

  • misbruik van functie of informatie

  • ongepaste giften of voordelen


In een casus beoordeel je of de code juist is nageleefd.

Gebruik simpele voorbeelden zoals het aannemen van cadeaus of het bevoordelen van bekenden.

Wet Bibob

De wet Bibob helpt voorkomen dat de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert.


Kenmerken:

  • toetsing van integriteitsrisico's

  • gericht op vergunningen, subsidies, vastgoed of opdrachten

  • doel: misbruik van overheidsbesluiten voorkomen


De wet beschermt dus de integriteit van bestuursbesluiten.

Benadruk strekking en doel; diepgaande procedurele details zijn hier minder belangrijk dan herkennen waarvoor Bibob dient.

Wat doet de ombudsman meestal niet?

A

Klachten onderzoeken

B

Aanbevelingen doen

C

Behoorlijkheid beoordelen

D

Besluiten vernietigen

Belangrijk onderscheid met de rechter: de ombudsman onderzoekt en beoordeelt, maar vernietigt meestal geen besluiten.

Wat is een belangrijk doel van de Woo?

A

Openheid bevorderen

B

Boetes opleggen

C

Rechters benoemen

D

Belastingen heffen

De Woo draait om openheid, controle en democratische verantwoording.

Bestuurlijke sancties

De Awb kent verschillende bestuurlijke sancties:


  • bestuurlijke boete: bestraffend

  • last onder bestuursdwang: overheid grijpt zelf in

  • last onder dwangsom: geldbedrag als prikkel om overtreding te stoppen

  • intrekken vergunning: toestemming vervalt


Elke sanctie heeft een eigen functie.

Leg vooral het onderscheid uit tussen herstelsancties en bestraffende sancties; dat helpt bij toepassingsvragen.

Welke sanctie past?

Kies de sanctie die past bij het doel.


  • overtreding beëindigen door optreden overheid → last onder bestuursdwang

  • overtreder zelf laten herstellen onder geldprikkel → last onder dwangsom

  • straffen van een overtreding → bestuurlijke boete

  • ongeschikt om door te gaan → intrekken vergunning

Laat studenten steeds vragen: gaat het om herstellen, prikkelen, straffen of beëindigen van toestemming?

Van casus naar antwoord

Bij examenvragen in bestuursrecht helpt een vaste aanpak:


  1. bepaal welk orgaan betrokken is

  2. kijk of er een wettelijke grondslag is

  3. herken het soort besluit of handeling

  4. bepaal de juiste procedure of sanctie

  5. controleer of beginselen van behoorlijk bestuur een rol spelen

Deze samenvattende slide verbindt alle examendomeinen zonder nieuwe inhoud toe te voegen.

Welke sanctie is vooral bestraffend?

A

Intrekken vergunning

B

Bestuurlijke boete

C

Last onder dwangsom

D

Bestuursdwang

De bestuurlijke boete is de bestraffende sanctie; de andere zijn vooral gericht op herstel of beëindiging.

Welke sanctie past als de overheid zelf ingrijpt om te herstellen?

A

Bestuurlijke boete

B

Bestuursdwang

C

Dwangsom

D

Statusverlening

Bij last onder bestuursdwang treedt de overheid zelf feitelijk op om de overtreding te beëindigen.

Welke stap uit de vaste aanpak helpt jou het meest?

Verwachte elementen: bepaal orgaan, zoek wettelijke grondslag, herken besluit of handeling, kies procedure of sanctie, let op beginselen van behoorlijk bestuur.

Wat is één inzicht dat je uit deze les meeneemt?

Laat studenten kort terugblikken op hun leerwinst. Mogelijke opbrengsten: onderscheid klacht/bezwaar, sancties herkennen, Awb-begrippen toepassen.

Welk onderdeel van deze les vond je het lastigst?

Gebruik antwoorden om te bepalen welke examendomeinen extra oefening vragen, zoals Awb, behoorlijk bestuur of handhaving.

Begrippenlijst

trias politica - verdeling van wetgeving, bestuur en rechtspraak

legaliteitsbeginsel - overheidshandelen moet berusten op een wettelijke grondslag

bestuursorgaan - orgaan dat bestuursbevoegdheden uitoefent

belanghebbende - degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken

besluit - schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan met publiekrechtelijk rechtsgevolg

beschikking - besluit voor een concreet geval

beleidsregel - regel over de manier waarop een bestuursorgaan een bevoegdheid gebruikt

This item has no instructions

Begrippenlijst

algemeen verbindend voorschrift - algemene, bindende regel voor burgers

aanvraag - verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen

bezwaarschrift - formeel middel tegen een besluit bij het bestuursorgaan zelf

beroep - procedure bij de bestuursrechter tegen een besluit

voorlopige voorziening - tijdelijke rechterlijke maatregel bij spoed

Woo - wet die openheid van de overheid bevordert

Bibob - wet die misbruik van overheidsbesluiten voor criminele doelen helpt voorkomen

This item has no instructions

Begrippenlijst

ombudsman - onafhankelijke instantie die klachten over overheidshandelen onderzoekt

bestuurlijke boete - bestraffende bestuurlijke sanctie

last onder bestuursdwang - sanctie waarbij de overheid zelf herstelmaatregelen uitvoert

last onder dwangsom - sanctie met geldprikkel om een overtreding te beëindigen

intrekken vergunning - ongedaan maken van verleende toestemming

This item has no instructions