Livestream leerdoel 2 en 3 H7 Hv2A

H7  Procenten
Heb je vragen?
Vraag als je iets niet helemaal snapt tijdens de livestream 
of later via de chat in teams.
Wil je graag straks samenwerken in een breakout room noteer dit in de chat.
HV2
Welkom!
1 / 33
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

H7  Procenten
Heb je vragen?
Vraag als je iets niet helemaal snapt tijdens de livestream 
of later via de chat in teams.
Wil je graag straks samenwerken in een breakout room noteer dit in de chat.
HV2
Welkom!

Slide 1 - Slide

Werkwijze
Je hebt je iPad en evt. telefoon nodig tijdens deze livestream.
Af en toe krijg je een opdracht die je moet invullen en/of uploaden.

Zorg dat aan het begin van de livestream je schrift en boek open voor je liggen.




Slide 2 - Slide

Lesindeling
Start                absentie
                       TOETS leerdoel 1 en 2 (hoofdstuk 5)
Uitleg:               leerdoel 2 (HAVO)
                       leerdoel 3 (HAVO) en leerdoel 2 (VWO)
Werken:            aan de slag 
                       mogelijkheid tot vragen
Afsluiting:          klassikaal




HV1

Slide 3 - Slide

Absentiecontrole





Ben je afwezig zonder een afmelding vooraf, 
dan noteer ik je in magister als afwezig.

Slide 4 - Slide

TOETS

Slide 5 - Slide

Uitleg werkwijze toets
  • De toets bestaat uit 6 opgaven.
  • Je hebt 10 minuten de tijd om de toets te maken.
  • Maak een opgave in je schrift en upload steeds de foto met je uitwerking.
  • Let op: je kunt niet terugbladeren. 
  • De toets start automatisch om 11.10 en sluit om 11.20 uur. 
  • Lukt het je niet om een foto te uploaden, stuur deze dan gelijk via de chat van teams   privé naar mij. 

SUCCES!

Slide 6 - Slide

Aan de slag           HAVO
Moment voor vragen (breakout room) 
Heb je nog vragen over je feedback?
Heb je nog vragen over een bepaalde opgave of uitleg?
Later toch vragen, stel ze dan via de chat van teams.

Zelfstandig aan het werk.
Geen vragen, dan mag je nu verder gaan met de gedeelde lessen in LessonUp.
Zorg dat je je uitwerkingen duidelijk upload, zodat wij feedback kunnen geven op jouw werk.


Slide 7 - Slide


Zijn er nog vragen over hoofdstuk 5?

Slide 8 - Open question

Ik kan werken met percentages en factoren.
(leerdoel 2)
Succescriteria
Ik kan rekenen met procenten.
Ik weet wat een procent is.
Ik kan werken met kruislings vermenigvuldigen.
Ik kan werken met een factor.





Slide 9 - Slide

Percentage bekend (deel berekenen)
Een percentage kun je ook schrijven als een decimaal getal (factor).

Bijvoorbeeld:         80% = 0,8      
                          2% = 0,02       
                          12,5% = 0,125





factor = percentage : 100
NIEUW = factor x OUD
Deel = factor x geheel

Slide 10 - Slide

Voorbeeldopgave 

30% van de 570 leerlingen speelt een instrument.

Hoeveel leerlingen zijn dit?



Slide 11 - Slide

Voorbeeldopgave 

30% van de 570 leerlingen speelt een instrument.

Hoeveel leerlingen zijn dit?


Stap 1         Factor:    30% = 0,3         Totaal/geheel:   570 leerlingen
Stap 2        deel= 0,3 x geheel  

Slide 12 - Slide

Voorbeeldopgave 

30% van de 570 leerlingen speelt een instrument.

Hoeveel leerlingen zijn dit?


Stap 1         Factor:    30% = 0,3         Totaal/geheel:  570 leerlingen
Stap 2        deel = 0,3 x geheel 
Stap 3        deel = 0,3 x 570 = 171

Slide 13 - Slide

Voorbeeldopgave 

30% van de 570 leerlingen speelt een instrument.

Hoeveel leerlingen zijn dit?


Stap 1         Factor:    30% = 0,3         Totaal/geheel:  570 leerlingen
Stap 2        deel = 0,3 x geheel 
Stap 3        deel = 0,3 x 570 = 171
Stap 4        Dus er zijn 171 leerlingen die een instrument spelen.

Slide 14 - Slide

Voorbeeldopgave

30% van de 570 leerlingen speelt een instrument.

Hoeveel leerlingen zijn dit?


Stap 1         Factor:    30% = 0,3         Totaal/geheel:  570 leerlingen
Stap 2        deel = 0,3 x geheel 
Stap 3        deel = 0,3 x 570 = 171
Stap 4        Dus er zijn 171 leerlingen die een instrument spelen.
Stap 5        10% is ongeveer 60, 30% is ongeveer 60x3=180. 
                Antwoord is logisch en volledig!  

Slide 15 - Slide

Percentage bekend (toename/afname)
Toename van 2%

100% + 2% = 102%            factor = 1,02

DUS bij een toename is de factor altijd groter dan 1!
Afname van 2%

100% - 2% = 98%             factor = 0,98

DUS bij een afname is de factor altijd kleiner dan 1!


Slide 16 - Slide


Ik kan werken met percentages en factoren.
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll

VWO 

Vanaf nu is de uitleg ook voor jullie!

Slide 18 - Slide

Ik kan werken met exponentiële groei.


Succescriteria
Ik kan exponentiële groei herkennen.
Ik weet wat een groeifactor is.
Ik weet hoe je bij exponentiële groei de groeifactor berekent.
Ik kan uit een tabel halen of erbij een kwadratische formule 




leerdoel 3 HAVO & leerdoel 2 VWO

Slide 19 - Slide

Groeifactor berekenen
Als er sprake is van exponentiële groei is, 
dan kun je uit de tabel de groeifactor berekenen.  





groeifactor = nieuwe hoeveelheid : oude hoeveelheid




let op
Als je weet dat er sprake is van exponentiële groei, dan hoef je de berekening maar een keer uit te voeren.
Als je moet bewijzen dat er sprake is van exponentiële groei dan moet je alles berekenen.
Tijd (jaren)
0
1
2
3
4
kosten (€)
20 000
15 000
11250
8437,50
6328,13

Slide 20 - Slide

Groeifactor berekenen
Als er sprake is van exponentiële groei is, 
dan kun je uit de tabel de groeifactor berekenen.  










let op
Als je weet dat er sprake is van exponentiële groei, dan hoef je de berekening maar een keer uit te voeren.
Als je moet bewijzen dat er sprake is van exponentiële groei dan moet je alles berekenen.
Tijd (jaren)
0
1
2
3
4
kosten (€)
20 000
15 000
11250
8437,50
6328,13
groeifactor=112508437,50=0,75
groeifactor=2000015000=0,75
groeifactor=1500011250=0,75
groeifactor=8437,506328,13=0,75

Slide 21 - Slide

Groeifactor berekenen
Als er sprake is van exponentiële groei is, 
dan kun je uit de tabel de groeifactor berekenen.  










let op
Als je weet dat er sprake is van exponentiële groei, dan hoef je de berekening maar een keer uit te voeren.
Als je moet bewijzen dat er sprake is van exponentiële groei dan moet je alles berekenen.
Tijd (jaren)
0
1
2
3
4
kosten (€)
20 000
15 000
11250
8437,50
6328,13
groeifactor=112508437,50=0,75
groeifactor=2000015000=0,75
groeifactor=1500011250=0,75
groeifactor=8437,506328,13=0,75
Er is sprake van exponentiële groei.
De groeifactor is 0,75.

Slide 22 - Slide


Ik kan werken met exponentiële groei.
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll

Aan de slag           HAVO/VWO
Moment voor vragen (breakout room) 
Heb je nog vragen over je feedback?
Heb je nog vragen over een bepaalde opgave of uitleg?
Later toch vragen, stel ze dan via de chat van teams.

Zelfstandig aan het werk.
Geen vragen, dan mag je nu verder gaan met de gedeelde lessen in LessonUp.
Zorg dat je je uitwerkingen duidelijk upload, zodat wij feedback kunnen geven op jouw werk.


Slide 24 - Slide

HAVO leerlingen die vragen hebben!
hoofdstuk 5 of leerdoel 1

Slide 25 - Slide


Ik kan werken met percentages en factoren.
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

Aan de slag
Moment voor vragen (HAVO EN) VWO
Heb je nog vragen over je feedback?
Heb je nog vragen over een bepaalde opgave of uitleg?
Later toch vragen, stel ze dan via de chat van teams.

Zelfstandig aan het werk.
Geen vragen, dan mag je nu verder gaan met de gedeelde lessen in LessonUp.
Zorg dat je je uitwerkingen duidelijk upload, zodat wij feedback kunnen geven op jouw werk.


Slide 27 - Slide

Klassikale afsluiting

Slide 28 - Slide



Een powerbank kost 9 euro exclusief btw. 
Hoeveel kost deze inclusief BTW?
Neem de opgave eerst over en noteer steeds je tussenstappen.
timer
5:00

Slide 29 - Open question

Je hebt geleerd dat .. 

.. woorden vervangen kunnen worden door letters.
.. het keer-teken weggelaten kan worden
.. een getal voor de letter moet komen te staan
  • als er een 1 staat voor de letter, we de 1 weglaten
bedrag = 7 + aantal x 1

b= 7 + a x 1

b = 7 + a1

b = 7 + 1a

b = 7 + a

Slide 30 - Slide

Je hebt geleerd dat .. 

.. woorden vervangen kunnen worden door letters.
.. het keer-teken weggelaten kan worden.
.. een getal voor de letter moet komen te staan
  • als er een 1 staat voor de letter, we de 1 weglaten
bedrag = 7 + aantal x 1

b= 7 + a x 1

b = 7 + a1

b = 7 + 1a

b = 7 + a

Slide 31 - Slide

Je hebt geleerd dat .. 

.. woorden vervangen kunnen worden door letters.
.. het keer-teken weggelaten kan worden.
.. een getal altijd voor de letter moet komen te staan.
  • als er een 1 staat voor de letter, we de 1 weglaten
bedrag = 7 + aantal x 1

b= 7 + a x 1

b = 7 + a1

b = 7 + 1a

b = 7 + a

Slide 32 - Slide

Je hebt geleerd dat .. 

.. woorden vervangen kunnen worden door letters.
.. het keer-teken weggelaten kan worden.
.. een getal altijd voor de letter moet komen te staan.
.. als er een 1 staat voor de letter, we de 1 weglaten.
bedrag = 7 + aantal x 1

b= 7 + a x 1

b = 7 + a1

b = 7 + 1a

b = 7 + a

Slide 33 - Slide