RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Quiz
Terugblik: Risico, verzekeren en beleggen
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Quiz
Terugblik: Risico, verzekeren en beleggen
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Wil540 art / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Vul in
Een onzeker voorval geeft een risico met een aard en een omvang: de kans en de grootte van de schade.
Aard: wat er kan gebeuren. Omvang: kans en schade.
Zet de premiestappen op volgorde
Volgorde van de stappen in de uitleg.
Een verzekerde wordt minder risicoavers. Wat verwacht je?
Hij betaalt juist meer premie voor zekerheid
Zijn verwacht schadebedrag stijgt
Hij wil een lager eigen risico
Hij betaalt minder snel een premie boven verwachte schade
Minder risicoaversie: minder waarde aan zekerheid.
500 verzekerden verwachten 20 euro schade, 500 verwachten 100 euro. De premie is voor iedereen 60 euro. Wat gebeurt er?
Hoog risico stapt uit en de premie daalt naar 20
Laag risico stapt uit en de premie blijft 60
Laag risico stapt uit en de premie daalt naar 20
Laag risico stapt uit, de premie moet stijgen naar 100
(500x20 + 500x100) : 1.000 = 60. Na uitstappen blijft alleen 100 over. Dit is averechtse selectie.
Welke maatregel beperkt averechtse selectie, maar niet moral hazard?
Een eigen risico
Een collectieve verzekering voor alle werknemers
Een bonus-malussysteem
Een hogere premie voor iedereen
Collectief of verplicht beperkt selectie, eigen risico en bonus-malus beperken moral hazard.
Zara betaalt na twee schadevrije jaren 400 euro. In jaar drie meldt ze schade. Premie het jaar daarna?
450 euro
350 euro
500 euro
400 euro
Schade: terug naar de basispremie 500 (malus).
Wie betaalt bij solidariteit mee aan wie?
Laag risico betaalt mee aan de schade van hoog risico.
Een bedrijf gaat failliet. Wie wordt eerder betaald: aandeelhouders of obligatiehouders?
Obligatiehouders: zij zijn schuldeisers
Aandeelhouders: zij zijn de eigenaren
Aandeelhouders: aandelen leveren meer op
Beide gelijk: beide leggen geld in
Schuldeisers eerst, eigenaren als laatste.
Wat is wanbetaling bij een obligatie?
De uitgever betaalt rente of aflossing niet.
Waarom schommelt het rendement op aandelen meer dan op obligaties?
Aandelen hebben altijd wanbetaling
Dividend en koers zijn onzeker, rente en aflossing vast
Obligaties hebben geen looptijd
Dividend is vast, rente niet
Aandelen: dividend en koers wisselen; obligatie: vaste rente en aflossing.
Anouk kiest tussen vast loon 3.000 euro, of freelancen: 50% kans op 4.000 en 50% op 2.000 per maand. Ze is risicoavers. Wat kiest ze?
Freelancen: het verwacht inkomen is hoger
Freelancen: risicoavers zoekt hoger inkomen
Onbepaald: risicoavers is indifferent
Het vaste loon: even hoog verwacht, zonder risico
Verwacht freelance: 2.000 + 1.000 = 3.000, gelijk. Risicoavers kiest zekerheid.
60% obligaties met verwacht rendement 4% en 40% aandelen met 9%. Verwacht rendement van het geheel?
6%
6,5%
5%
13%
0,6 x 4 + 0,4 x 9 = 2,4 + 3,6 = 6. Fouten: ongewogen (6,5), 5, optellen (13).
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Goed gedaan!
Je kunt nu risico berekenen, verzekeren en beleggen analyseren. Succes met het examen!
This item has no instructions