Het gebouw van Euronext Amsterdam aan het Beursplein, 2023 (foto: APK, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Examentraining
Sparen en beleggen: zo pak je examenvragen aan
Het gebouw van Euronext Amsterdam aan het Beursplein, 2023 (foto: APK, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Examentraining
Sparen en beleggen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: APK / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Wat ga je kunnen?
Ik kan een spaarvorm of belegging kiezen en onderbouwen met risico, rendement en termijn.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is het doel van de klant, wanneer is het geld nodig en hoeveel verlies is acceptabel?
2. Zoek: welke spaarvormen of vermogenstitels zijn mogelijk en wat zijn hun risico en rendement?
3. Reken: bij een rendementsvraag: (opbrengst + koersresultaat) : gemiddeld belegd vermogen x 100%.
4. Onderbouw: noem een keuze, risico en rendement en koppel het aan de situatie.
This item has no instructions
Euromunten en eurobiljetten
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Type 1: spaarvormen vergelijken
Je krijgt de situatie van een spaarder.
Weeg flexibiliteit af tegen interest en kijk wanneer het geld nodig is.
Noem altijd een voordeel én een nadeel.
Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein
Kim moet over 8 maanden haar huur kunnen betalen en spaart € 4.000. Welke keuze past?
Een deposito van vijf jaar, want dat geeft meer interest
Vrij opneembaar sparen, want ze heeft flexibiliteit nodig
Een obligatie van tien jaar, want die heeft een vaste interest
Aandelen van één bedrijf, want dat levert het meeste op
Syllabus 11.2.10. Korte termijn en een vast moment van besteden past bij vrij opneembaar sparen. Verwachte fout: kiezen voor de hoogste interest zonder naar de termijn te kijken.
Noa heeft € 9.000: € 3.000 als buffer, € 6.000 voor een auto over 3 jaar. Wat past?
Alles op een deposito van 3 jaar, want dat geeft de meeste interest
Alles vrij opneembaar, want een deposito heeft koersrisico
Alles in aandelen van één bedrijf, want 3 jaar is lang genoeg
€ 6.000 op een deposito van 3 jaar, de buffer vrij opneembaar
Syllabus 11.2.10. Het geld voor de auto is pas over 3 jaar nodig, dus vastzetten levert meer interest op; de buffer moet bij een tegenvaller bereikbaar zijn. Verwachte fout: ook de buffer vastzetten voor de hogere interest.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Type 2: beleggersrendement
Gegeven: opbrengst, koersresultaat en gemiddeld belegd vermogen.
Formule: (opbrengst + koersresultaat) : gemiddeld belegd vermogen x 100%.
Een koersverlies is een negatief koersresultaat.
This item has no instructions
Belegging A: € 480 op gemiddeld € 8.000. B: € 350 op € 5.000. Wat klopt?
B, want 7% is meer dan 6% bij A
A, want € 480 is meer dan € 350
Gelijk, want beide leveren ongeveer 6% op
A, want 6% is meer dan 5% bij B
Syllabus 11.2.12 en begrippen 32 (beleggersrendement), Bijlage 4: beleggersrendement vergelijken. Uitwerking: A 480 : 8.000 x 100% = 6%; B 350 : 5.000 x 100% = 7%. B levert per belegde euro meer op. Verwachte fout: de bedragen vergelijken in plaats van het rendement.
Gemiddeld belegd € 10.000, opbrengst € 200, koersverlies € 700. Rendement?
2%
-7%
-5%
5%
Syllabus 11.2.12 en begrippen 32 (beleggersrendement), Bijlage 4. Uitwerking: (200 - 700) : 10.000 x 100% = -5%. 2% is alleen de opbrengst, -7% alleen het koersverlies, 5% is het min-teken vergeten.
De beursvloer van de effectenbeurs in Frankfurt (foto: Ank Kumar, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Type 3: risico en rendement
Vergelijk aandelen, obligaties en beleggingsfondsen op risico en rendement.
Let op wat er in een fonds zit: aandelen of obligaties.
Spreiding verkleint het risico, het verdwijnt niet.
Image credit: Ank Kumar / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Fonds A belegt alleen in aandelen, fonds B alleen in obligaties. Welke conclusie past?
A heeft minder risico, want een fonds spreidt volledig
B heeft meer verwacht rendement, want de interest is vast
A heeft meestal meer risico en meer verwacht rendement dan B
A en B hebben evenveel risico, want beide zijn een fonds
Syllabus 11.2.12. Het risico hangt af van de inhoud van het fonds. Verwachte fout: denken dat spreiding het risico wegneemt of dat alle fondsen even riskant zijn.
Een bedrijf met veel schulden geeft obligaties uit. Wat geldt voor een obligatiehouder?
De uitgever kan in problemen komen, dus er blijft risico
Een obligatie heeft nooit risico, want de interest staat vast
De obligatiehouder krijgt een deel van het resultaat als dividend
De obligatiehouder is mede-eigenaar en heeft stemrecht
Syllabus 11.2.12. Obligaties hebben doorgaans minder risico dan aandelen, maar de uitgever kan in problemen komen. Verwachte fout: vaste interest zien als risicoloos.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Type 4: een advies onderbouwen
Geef een advies met risico, rendement en de situatie van de klant.
Noem de keuze, het voordeel, het nadeel en waarom het past.
Een advies zonder onderbouwing levert geen punten op.
This item has no instructions
Yusuf belegt 10 jaar, wil weinig schommeling maar meer dan spaarrente. Advies?
Eén aandeel: het hoogste rendement op lange termijn
Een aandelenfonds: gespreid, dus geen schommeling
Vrij opneembaar sparen: meer dan obligaties
Obligaties: lager risico, wel meer dan sparen
Syllabus 11.2.12: advies onderbouwen met risico en rendement. Obligaties hebben een afgesproken vergoeding en meestal minder risico dan aandelen, en meestal meer verwacht rendement dan spaargeld. Verwachte fout: denken dat spreiding in een aandelenfonds schommelingen wegneemt.
Waarom is beleggen riskant op korte termijn?
Syllabus 11.2.12. Een goed antwoord noemt dat de koers kan zijn gedaald op het moment dat je moet verkopen, waardoor je verlies neemt. Verwachte fout: alleen noemen dat beleggen niet leuk is.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Spaarvormen vergelijken
Beleggersrendement berekenen
Risico en rendement vergelijken
Een advies onderbouwen
This item has no instructions
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Tips voor op het examen
Noem bij een advies altijd risico én rendement en koppel ze aan het doel en de termijn van de klant.
Bij een beleggersrendement tel je opbrengst en koersresultaat bij elkaar op, daarna deel je door het belegd vermogen.
Een koersverlies is een negatief koersresultaat: trek het af.
Spreiding verkleint het risico, het verdwijnt niet.
Maak een schatting: klopt het teken (plus of min) van je uitkomst?
This item has no instructions