Risico en verzekeren (Economie havo), les 2: Examentraining

GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN

Examentraining

Risico en verzekeren: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vragen over kans en verwacht schadebedrag, wel of niet verzekeren, eigen risico en premiekorting en asymmetrische informatie.

Items in this lesson

GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN

Examentraining

Risico en verzekeren: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Joop Elsinga / Regionaal Archief Alkmaar, Wikimedia Commons, CC0

GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over risico, verzekeren en asymmetrische informatie beantwoorden.

This item has no instructions

GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wie is de verzekerde, wat is de kans, de schade, de premie en het eigen risico?

  • 2. Kies: de formule (verwacht schadebedrag = kans x schadebedrag) of het begrip (averechtse selectie of moral hazard).

  • 3. Reken of redeneer: vul in en zet de eenheid erbij, of leg de oorzaak en het gevolg uit.

  • 4. Controleer: klopt het antwoord met de situatie en is het bedrag logisch?

This item has no instructions

GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN

Gestolen fiets: alleen het achterwiel hangt nog aan het slot, Polen

Vraagtype 1: kans en verwacht schadebedrag

  • Verwacht schadebedrag = kans x schadebedrag. Reken het percentage eerst om (10% = 0,10).

  • Vergelijk risico's op het verwachte bedrag in euro, niet alleen op de kans.

  • Omgekeerd: verwacht schadebedrag gedeeld door de schade geeft de kans.

Vergelijking: A = 0,10 x 600 = 60; B = 0,01 x 8.000 = 80. Omgekeerd: 50 / 1.000 = 0,05 = 5%. Image credit: FunctioningMemberOfSociety / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Fietsendief A: kans 10%, schade 600 euro. B: kans 1%, schade 8.000 euro. Welk risico is groter?

A

A, want de kans is tien keer zo groot

B

Gelijk, want de kans maal de schade is steeds even groot

C

B: verwacht schadebedrag 80 euro tegen 60 euro

D

Niet te zeggen zonder de premie

A: 0,10 x 600 = 60. B: 0,01 x 8.000 = 80. Verwachte fout: alleen naar de kans kijken.

Schade 1.000 euro, verwacht schadebedrag 50 euro. De kans op schade is:

A

50%

B

20%

C

5%

D

0,5%

50 / 1.000 = 0,05 = 5%. Verwachte fouten: 1.000 / 50 = 20 of een komma verkeerd.

GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN

Vraagtype 2: wel of niet verzekeren

  • Weeg af: premie tegen verwacht schadebedrag, daarna risicoaversie en eigen financiële middelen.

  • Premie hoger dan het verwacht schadebedrag: verzekeren kost gemiddeld geld, maar geeft zekerheid.

  • Let op wie de persoon is: risicoavers of niet, veel of weinig spaargeld.

Jasper: verwacht schadebedrag 60, premie 90, geen risicoaversie en veel spaargeld: niet verzekeren. Sanne betaalt meer dan het verwacht schadebedrag voor zekerheid: risicoavers. Het open antwoord: kans op grote schade, geen spaargeld of risicoaversie.

Jasper (niet risicoavers, veel spaargeld): fiets 600 euro, kans 10%, premie 90 euro. Verzekeren?

A

Nee: de premie is hoger dan het verwacht schadebedrag van 60 euro

B

Ja: de premie van 90 is lager dan de schade van 600

C

Ja: dan weet hij zeker dat hij nooit schade heeft

D

Nee: want de kans op schade is nul

Verwacht schadebedrag 0,10 x 600 = 60 < 90, en hij kan de schade zelf betalen. Verwachte fout: premie met de schade vergelijken.

Noem een reden om wel te verzekeren.

Bijvoorbeeld: de schade is te groot om zelf te betalen, geen spaargeld, risicoaversie of een grote kans op schade.

GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN

Twee varianten van een autoverzekering

Vraagtype 3: eigen risico en premiekorting

  • Kosten in een jaar met schade = premie + eigen risico (als de schade groter is dan het eigen risico).

  • Kosten in een jaar zonder schade = alleen de premie.

  • Een eigen risico past bij wie weinig schade verwacht en het bedrag zelf kan betalen.

Y met schade 1.500: 440 + 200 = 640. X zou 500 kosten. Zonder schade is Y 60 goedkoper. Open vraag: weinig kans op schade, genoeg spaargeld om 200 euro te dragen. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0

Auto (zie tabel): in een jaar is er 1.500 euro schade. Wat betaalt de verzekerde bij Y?

A

200 euro

B

1.300 euro

C

440 euro

D

640 euro

440 + 200 = 640. Verwachte fouten: alleen het eigen risico (200), schade min eigen risico (1.300) of alleen de premie (440).

Voor wie is variant Y verstandig? Waarom?

Voor wie weinig schade verwacht en 200 euro zelf kan betalen: dan levert de premiekorting van 60 euro voordeel op.

GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN

Auto op zijn kop na een ongeluk, Bergerac (Frankrijk)

Vraagtype 4: asymmetrische informatie

  • Voor het afsluiten: averechtse selectie (de verzekeraar weet minder). Daarna: moral hazard (gedrag verandert).

  • Averechtse selectie beperk je met verplichte solidariteit, een verplichte verzekering of een collectieve verzekering.

  • Moral hazard beperk je met eigen risico, een bonus-malussysteem of premiedifferentiatie.

Vraag 1: gedrag na het afsluiten, dus moral hazard. Vraag 2: premiekorting na schadevrije jaren is een bonus-malussysteem en beperkt moral hazard. Image credit: Guillaume Champeau / Wikimedia Commons, CC BY 3.0

Na een volledige fietsverzekering laat Mila haar fiets onafgesloten staan. Dit is:

A

Averechtse selectie

B

Moral hazard

C

Solidariteit

D

Premiekorting

Gedrag na het afsluiten dat de kans op schade vergroot: moral hazard.

Een autoverzekeraar geeft premiekorting na schadevrije jaren. Welk probleem beperkt dat?

A

Moral hazard, via een bonus-malussysteem

B

Averechtse selectie, via een bonus-malussysteem

C

Moral hazard, via verplichte solidariteit

D

Averechtse selectie, via een collectieve verzekering

Beloning voor schadevrij rijden maakt automobilisten voorzichtiger: moral hazard.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Kans en verwacht schadebedrag

2

Wel of niet verzekeren

3

Eigen risico en premiekorting

4

Asymmetrische informatie

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.

GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN

Tips voor op het examen

  • Reken een percentage eerst om naar een decimaal getal.

  • Kijk bij een verzekering naar premie, eigen risico en schade samen.

  • Averechtse selectie komt voor het afsluiten, moral hazard erna.

  • Noem bij een middel altijd het probleem dat het beperkt.

This item has no instructions