Klimaat en landbouw (Aardrijkskunde vmbo), les 2: Examentraining

KLIMAAT · NL EN SPANJE

Examentraining

Klimaat en landbouw: zo pak je examenvragen aan

Plastic kassen bij El Ejido, Almería (Spanje), 2021

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: klimaatgrafieken lezen, de waterbalans berekenen, klimaat koppelen aan bodemgebruik en Nederland met Spanje vergelijken.

Items in this lesson

KLIMAAT · NL EN SPANJE

Examentraining

Klimaat en landbouw: zo pak je examenvragen aan

Plastic kassen bij El Ejido, Almería (Spanje), 2021

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: kallerna / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

KLIMAAT · NL EN SPANJE

Wat ga je kunnen?

Ik kan klimaatgrafieken lezen, de waterbalans berekenen en klimaat koppelen aan landbouw in examenvragen.

This item has no instructions

KLIMAAT · NL EN SPANJE

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag? Beschrijven, verklaren of berekenen?

  • 2. Bekijk: de bron. Lees titel, eenheden (°C, mm) en de legenda.

  • 3. Zoek: de gegevens die je nodig hebt en schrijf ze op.

  • 4. Schrijf: je antwoord met een oorzaak en een gevolg: daardoor, dus.

This item has no instructions

KLIMAAT · NL EN SPANJE

Vraagtype 1: klimaatgrafiek lezen

  • De lijn geeft de temperatuur per maand (°C), de staven de neerslag per maand (mm).

  • Jaartemperatuurverschil = warmste maand min koudste maand.

  • Klein verschil en neerslag het hele jaar: zeeklimaat. Groot verschil: landklimaat.

  • Droge zomer en natte winter: Middellandse Zeeklimaat.

Laat leerlingen altijd eerst de eenheden op de assen lezen. Veelgemaakte fout: de jaarneerslag aflezen van één staaf in plaats van alle maanden op te tellen.

Jan 12 °C, juli 26 °C, juli 1 mm, dec 90 mm neerslag. Welk klimaat?

A

Middellandse Zeeklimaat

B

Gematigd zeeklimaat

C

Landklimaat

D

Hooggebergteklimaat

Goed: droge, hete zomer en natte winter met een zachte januari. Verwachte fout: landklimaat, omdat het warm is. Een landklimaat heeft juist koude winters. Alleen KB en GL/TL.

Madrid: januari 6 °C, juli 26 °C. Bereken het jaartemperatuurverschil.

Goed: 26 min 6 = 20 graden. Dat is groot en past bij een landklimaat (ver van zee). Verwachte fout: 26 + 6 = 32 of het gemiddelde uitrekenen.

KLIMAAT · NL EN SPANJE

Vraagtype 2: waterbalans berekenen

  • Formule: (neerslag min verdamping) plus (aanvoer min afvoer).

  • Reken eerst de twee haakjes uit, tel ze daarna op.

  • Positief: wateroverschot, dus drainage nodig. Negatief: watertekort, dus irrigatie nodig.

  • Let op mintekens: een negatief getal plus een positief getal kan nog steeds negatief zijn.

Alleen KB en GL/TL. Laat leerlingen de formule bovenaan hun blaadje schrijven en de getallen er één voor één in zetten.

Neerslag 300, verdamping 900, aanvoer 100, afvoer 50 mm. Waterbalans?

A

+550 mm

B

-650 mm

C

-450 mm

D

-550 mm

Goed: (300 - 900) + (100 - 50) = -600 + 50 = -550 mm, een watertekort. Verwachte fouten: -650 (aanvoer en afvoer omgedraaid), -450 (aanvoer en afvoer allebei opgeteld), +550 (minteken vergeten).

Een gebied heeft een waterbalans van +300 mm. Wat moeten boeren doen?

Goed: er is een wateroverschot, dus het water moet worden afgevoerd met drainage (sloten, drains, gemalen). Verwachte fout: irrigatie noemen, omdat leerlingen 'water' en 'irrigatie' koppelen.

KLIMAAT · NL EN SPANJE

Vraagtype 3: klimaat en bodemgebruik

  • Vraag jezelf af: hoeveel neerslag valt er, en wanneer?

  • Veel neerslag het hele jaar: gras, dus veeteelt. Zoals in Nederland en Noord-Spanje.

  • Droge zomers: olijven, druiven en graan, of irrigatie voor groenten en fruit.

  • Noem in je antwoord altijd het klimaatkenmerk én het gewas of dier.

Koeien in de wei in Villaverde, Cantabrië (Noord-Spanje), 2011

De foto toont koeien in Cantabrië in Noord-Spanje: daar is het groen door het zeeklimaat, net als in Nederland. Een mooi voorbeeld dat niet heel Spanje droog is. Image credit: Javier Mediavilla Ezquibela / Wikimedia Commons, CC BY 3.0

Waarom zie je in Noord-Spanje veel koeien op groene weides?

A

Het is daar in de zomer heel heet en droog

B

Er valt daar het hele jaar genoeg regen

C

De boeren irrigeren daar alle weides

D

Er is daar een steppeklimaat met veel gras

Goed: het noorden heeft een gematigd zeeklimaat door de westenwinden, en het Cantabrisch Gebergte vangt de regen op. Verwachte fout: steppeklimaat, omdat daar ook gras groeit; maar steppe is juist droog. Alleen KB en GL/TL.

Leg uit waarom olijfbomen goed groeien in Zuid-Spanje.

Goed: olijfbomen kunnen tegen droogte en hitte, en het Middellandse Zeeklimaat heeft hete, droge zomers. Verwachte fout: alleen 'omdat het warm is', zonder de droogte te noemen. Alleen KB en GL/TL.

KLIMAAT · NL EN SPANJE

Vraagtype 4: NL en Spanje vergelijken

  • Een vergelijkvraag vraagt een verschil of een overeenkomst, voor beide gebieden.

  • Schrijf het zo: in Nederland ..., terwijl in Spanje ...

  • Een verklaring noemt een klimaatfactor: ligging aan zee, breedteligging, hoogte of het windsysteem.

  • Twee gebieden, één kenmerk: dan heb je een vergelijking.

Skigebied Pradollano in de Sierra Nevada, augustus 2010

Eindterm 5.4 vraagt KB en GL/TL verschillen en overeenkomsten te beschrijven en verklaren. De foto laat het skigebied in de Sierra Nevada in de zomer zien: ook in Zuid-Spanje kun je in de winter skiën, door de hoogte. Veelgemaakte fout: alleen over één land schrijven. Image credit: Jebulon / Wikimedia Commons, publiek domein

Waarom kun je in de Sierra Nevada skiën, maar in Nederland bijna nooit?

A

De Sierra Nevada ligt veel hoger

B

Spanje ligt verder van de evenaar

C

In Spanje waaien de westenwinden sterker

D

In Nederland valt minder neerslag

Goed: de temperatuur daalt met de hoogte (hooggebergteklimaat). Verwachte fout: 'Spanje ligt verder van de evenaar', maar het ligt juist dichterbij. Alleen KB en GL/TL.

Noem een verschil in het werk van boeren in Nederland en Spanje en verklaar het.

Goed: Nederlandse boeren voeren water af (drainage) door het neerslagoverschot, Spaanse boeren voeren water aan (irrigatie) door het watertekort in de zomer. Ook goed: melkvee tegenover olijven, met het klimaat als verklaring. Verwachte fout: geen verklaring geven.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Klimaatgrafiek lezen

2

Waterbalans berekenen

3

Klimaat en bodemgebruik

4

Nederland en Spanje vergelijken

This item has no instructions

KLIMAAT · NL EN SPANJE

Tips voor op het examen

  • Lees bij een klimaatgrafiek eerst de eenheden: °C bij de lijn, mm bij de staven.

  • Schrijf bij de waterbalans de formule op en zet de haakjes eromheen.

  • Beschrijven is wat je ziet, verklaren is waarom: gebruik daardoor of omdat.

  • Vergelijken is altijd twee gebieden noemen, niet één.

  • Drainage voert water af, irrigatie voert water aan.

This item has no instructions