Een bakkerij in een winkelstraat, 2020
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Het ondernemingsplan
Examenstof bedrijfseconomie havo
Een bakkerij in een winkelstraat, 2020
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Het ondernemingsplan
Examenstof bedrijfseconomie havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B2 12.3.1-12.3.3. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Wat ga je kunnen?
Ik kan uitleggen wat in elk deel van een ondernemingsplan staat en een plandeel beoordelen of invullen.
This item has no instructions
Je start een eigen koffiebar. Welke woorden horen bij het plan dat je moet schrijven?
Verwachte woorden: ondernemingsplan, kosten, lening, klanten, concurrent, prijs, kwaliteiten, motivatie, reclame. Sorteer ze later in de les bij persoonlijk plan, marketingplan en financieel plan.
Werkplaats van een fietsenmaker
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Wat is een ondernemingsplan?
Een ondernemingsplan beschrijft hoe jij als ondernemer je bedrijf wilt opzetten.
Het bestaat uit drie delen: het persoonlijk plan, het marketingplan en het financieel plan.
Een bank of investeerder leest het om te beslissen of jouw idee kans van slagen heeft.
Zo dwing je jezelf ook om na te denken voordat je geld uitgeeft.
Syllabus 12.3: in de rol van ondernemer de onderdelen van een ondernemingsplan opstellen. Deze les behandelt wat elk plandeel inhoudt. Het proces rond de oprichting (KvK, vergunningen) komt in het onderwerp over het starten van een eigen bedrijf, het uitwerken van begrotingen in het onderwerp Begrotingen. Veelgemaakte fout: denken dat het ondernemingsplan alleen een financieel plan is. Image credit: Alextredz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Het persoonlijk plan
Het persoonlijk plan gaat over jou als ondernemer: wie ben je en past jouw profiel bij het bedrijf?
Persoonlijke gegevens: je naam, adres, opleiding en werkervaring.
Persoonlijke motieven: waarom je wilt ondernemen, bijvoorbeeld zelfstandig zijn, een passie volgen of meer verdienen.
Persoonlijke kwaliteiten: wat je goed kunt, zoals vakkennis, doorzettingsvermogen of klantgericht werken.
Syllabus 12.3.1: persoonlijk plan met persoonlijke gegevens, motieven en kwaliteiten. Voorbeeld: Daan wil een fietsenzaak beginnen. Gegevens: opleiding en vijf jaar werkervaring bij een fietsenwinkel. Motief: eigen baas zijn. Kwaliteit: technisch vakmanschap. Veelgemaakte fout: motieven en kwaliteiten door elkaar halen: een motief is waarom je het wilt, een kwaliteit is wat je kunt.
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Persoonlijk plan beoordelen
Vraag je af: passen de kwaliteiten bij wat het bedrijf nodig heeft?
Is het motief geloofwaardig en houd je het vol als het even tegenzit?
Mist er een kwaliteit, bijvoorbeeld boekhouden, dan kun je dat oplossen met een cursus of een medewerker.
Een goed plan is concreet: noem opleiding en ervaring in plaats van alleen 'ik ben ambitieus'.
Syllabus 12.3.1: een persoonlijk plan opstellen en beoordelen. Laat leerlingen een eigen idee kiezen en benoemen welke kwaliteit nog ontbreekt. Veelgemaakte fout: kwaliteiten opsommen zonder bewijs of voorbeeld.
Daan wil een fietsenzaak beginnen en schrijft op waarom hij ondernemer wil worden. Welk plandeel is dit?
Het persoonlijk plan
Het marketingplan
Het financieel plan
De exploitatiebegroting
Syllabus 12.3.1: de reden om te ondernemen is een persoonlijk motief en hoort in het persoonlijk plan. Verwachte fout: marketingplan, omdat het over het bedrijf gaat.
Vul in
Een persoonlijk plan bevat persoonlijke gegevens, persoonlijke motieven en persoonlijke kwaliteiten van de ondernemer.
Syllabus 12.3.1. Verwachte fout: doelgroepen invullen, dat hoort bij het marketingplan.
Espressomachine en toonbank van een koffiebar in Rome
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Het marketingplan
Het marketingplan laat zien hoe je klanten bereikt en overtuigt om bij jou te kopen.
Het bevat de marketingmix, de marketingdoelstellingen, de doelgroepen en de concurrentie.
Marketingdoelstellingen zijn doelen zoals een groter marktaandeel of meer klantbehoud.
De doelstellingen horen te passen bij het doel van de hele onderneming.
Syllabus 12.3.2 en 22.1: marketingplan en marketingdoelstellingen in relatie tot de ondernemingsdoelstelling. Het volledige onderwerp marketing staat elders; hier gaat het om wat in het plan hoort. Veelgemaakte fout: het marketingplan zien als alleen reclame maken. Image credit: Wilfredor / Wikimedia Commons, CC0
Groentekraam op de markt in Brigg (Engeland)
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
De marketingmix
De marketingmix bestaat uit vier instrumenten die samen klanten moeten trekken.
Productbeleid: wat verkoop je, in welke kwaliteit en met welk assortiment?
Prijsbeleid: welke prijs vraag je voor je product?
Plaatsbeleid: waar kunnen klanten kopen? Promotiebeleid: hoe laat je ze weten dat je er bent?
Syllabus 22.2 en 12.3.2: de vier instrumenten van de marketingmix. Bij de foto: wat is hier het product, de plaats en de promotie van de kraam? Veelgemaakte fout: promotie gelijkstellen aan de hele marketingmix. Image credit: David Wright / Geograph via Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Doelgroep en concurrentie
Een doelgroep is de groep klanten op wie je je richt, bijvoorbeeld studenten of gezinnen.
Beschrijf de doelgroep concreet: bijvoorbeeld leeftijd, woonplaats en wensen.
Concurrentie zijn bedrijven die dezelfde klanten bedienen met een gelijk of vergelijkbaar product.
Zoek uit wat zij doen, welke prijzen ze vragen en waarin jij je kunt onderscheiden.
Een marketingplan beoordeel je door te kijken of de marketingmix past bij de doelgroep en de doelstelling.
Syllabus 12.3.2 en 22.3: samenhang tussen de marketinginstrumenten in relatie tot de doelstelling. Veelgemaakte fout: zeggen dat 'iedereen' de doelgroep is, of denken dat er geen concurrentie is.
Vul in
Productbeleid, prijsbeleid, plaatsbeleid en promotiebeleid vormen samen de marketingmix.
Syllabus 22.2: de vier instrumenten. Verwachte fout: personeelsbeleid, dat is geen marketinginstrument.
Femke richt haar koffiebar op studenten van 18 tot 25 jaar. Waar gaat dit over?
Haar concurrentie
Haar investeringsbegroting
Haar doelgroep
Haar persoonlijke kwaliteiten
Syllabus 12.3.2: een groep klanten op wie ze zich richt is een doelgroep. Verwachte fout: concurrentie.
Kassa's in een winkel
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Het financieel plan
Het financieel plan laat zien wat je bedrijf kost, hoe je het betaalt en of het kan lopen.
Het bestaat uit vier begrotingen: investeringen, financiering, exploitatie en liquiditeit.
Een begroting is een berekening vooraf: je schat bedragen voor de toekomst.
Hoe je begrotingen precies opstelt, oefen je in de les Begrotingen.
Syllabus 12.3.3: financieel plan met investerings-, financierings-, exploitatie- en liquiditeitsbegroting. Hier alleen wat elke begroting inhoudt; het opstellen met beginbalans en eindbalans komt in het onderwerp Begrotingen (23.4, 23.5). Veelgemaakte fout: de vier begrotingen door elkaar halen. Image credit: Marlith / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Investering en financiering
De investeringsbegroting toont wat je moet aanschaffen om te starten en wat dat kost, zoals inventaris en voorraad.
De financieringsbegroting toont waarmee je die aanschaf betaalt: eigen geld, een lening of allebei.
Eigen geld is eigen vermogen, geleend geld is vreemd vermogen.
De financiering moet de investeringen dekken, anders ontbreekt er geld om te starten.
Syllabus 12.3.3: investeringsbegroting en financieringsbegroting. Rekenvoorbeeld voor in de les: investeringen € 10.000, eigen geld € 4.000, dan is € 6.000 lening nodig. Veelgemaakte fout: de twee verwisselen: investering is waaraan je geld uitgeeft, financiering is waar het geld vandaan komt.
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Exploitatie en liquiditeit
De exploitatiebegroting toont de verwachte opbrengsten en kosten over een periode: het verwachte resultaat.
De liquiditeitsbegroting toont de verwachte ontvangsten en uitgaven: is er genoeg geld om te betalen?
Afschrijving is wel een kostenpost in de exploitatie, maar geen uitgave: er gaat geen geld weg.
Een bedrijf met een positief resultaat kan toch zonder geld komen te zitten, bijvoorbeeld door klanten die later betalen.
Syllabus 12.3.3 en 23.3: exploitatiebegroting (periodetoerekening) en liquiditeitsbegroting (kasstroom). Resultaat = opbrengsten min kosten. Veelgemaakte fout: denken dat resultaat en geld op de bank hetzelfde zijn.
Hawa wil weten wat ze moet aanschaffen om te starten, zoals een koffiemachine van € 4.500 en meubels. Welke begroting laat dat zien?
De financieringsbegroting
De exploitatiebegroting
De investeringsbegroting
De liquiditeitsbegroting
Syllabus 12.3.3: wat je moet aanschaffen staat in de investeringsbegroting. Verwachte fout: financieringsbegroting, die toont hoe het wordt betaald.
Vul in
De exploitatiebegroting toont het verwachte resultaat en de liquiditeitsbegroting toont of er genoeg geld is om te betalen.
Syllabus 12.3.3. Verwachte fout: de twee verwisselen.
Welk plandeel vond je het lastigst?
Het persoonlijk plan
Het marketingplan
Investering en financiering
Exploitatie en liquiditeit
Gebruik de uitslag om te bepalen welk blok je nog een keer doorloopt.
Welk plandeel is voor jouw bedrijfsidee het lastigst?
Een goed antwoord noemt een plandeel en een reden, bijvoorbeeld de concurrentie niet kennen of de kosten niet kunnen schatten.
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Begrippen (1/2)
persoonlijk plan: Gegevens, motieven en kwaliteiten van de ondernemer.
marketingplan: Hoe je klanten bereikt: mix, doelstellingen, doelgroepen, concurrentie.
marketingmix: Product-, prijs-, plaats- en promotiebeleid samen.
marketingdoelstellingen: Doelen voor de markt, zoals marktaandeel of klantbehoud.
doelgroepen en concurrentie: Klanten op wie je je richt en bedrijven die dezelfde klanten willen.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Begrippen (2/2)
financieel plan: De vier begrotingen van het bedrijf.
investeringsbegroting: Wat je moet aanschaffen om te starten en de kosten.
financieringsbegroting: Waarmee je de aanschaf betaalt: eigen of geleend geld.
exploitatiebegroting: Verwachte opbrengsten en kosten, dus het resultaat.
liquiditeitsbegroting: Verwachte ontvangsten en uitgaven, dus genoeg geld.
This item has no instructions