Traditioneel naar modern (Maatschappijwetenschappen vwo), les 3: Terugblik quiz

VERANDERING · MODERNISERING

Quiz

Terugblik: Traditioneel naar modern

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van twaalf vragen over rationalisering, individualisering en institutionalisering.

Items in this lesson

VERANDERING · MODERNISERING

Quiz

Terugblik: Traditioneel naar modern

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat bedoelt Max Weber met de onttovering van de wereld?

A

Mensen geloven dat alles berekenbaar en voorspelbaar is

B

Mensen volgen weer godsdienstige tradities

C

Gildes bepalen opnieuw wie een beroep mag uitoefenen

D

Mensen raken los van hun herkomstmilieu

Syllabus 19.1. Verwachte fout: onttovering verwarren met individualisering.

Welke omschrijving past bij individualisering?

A

Waarden en regels worden vastgelegd in gedragspatronen

B

Werkelijkheid wordt voorspelbaar en beheersbaar

C

Het gezin wordt vervangen door een organisatie

D

Individuen worden op meer gebieden zelfstandiger

Syllabus 19.2.

In een stad is iedereen afhankelijk van de specialisaties van anderen. Welke solidariteit?

A

Mechanische solidariteit

B

Organische solidariteit

C

Toegeschreven solidariteit

D

Bureaucratische solidariteit

Goed: organische solidariteit (Durkheim), gebaseerd op vergaande arbeidsdeling en onderlinge afhankelijkheid, kenmerkend voor de moderne samenleving. Mechanische solidariteit rust op gelijkvormigheid.

Vul in

Rationalisering begon ongeveer in de 17e eeuw en kwam na de industriële revolutie in een stroomversnelling.

17e
industriële revolutie
19e
Franse Revolutie

Syllabus 19.1.

Zet op volgorde, van vroeg naar laat

1

Lopende band in de auto-industrie

2

Rond de 17e eeuw zet rationalisering in

3

Premoderne tijd: gewoontes sturen het handelen

4

Industriële revolutie: stroomversnelling

Syllabus 19.1: premoderne tijd, begin rond de 17e eeuw, stroomversnelling na de industriële revolutie; de lopende band in de auto-industrie is een voorbeeld uit de moderne industrie.

Wat benadrukt het rationele actor-paradigma bij rationalisering?

A

Actoren bereiken eigen doelen door betere beheersing

B

Specialisatie maakt elke eenheid meetbaar

C

De opbrengsten zijn ongelijk verdeeld

D

Mensen voelen geen controle meer over hun werk

Syllabus 19.1. Afleiders horen bij functionalisme en conflictparadigma.

Noem een nadeel van individualisering.

Goed antwoord: minder maatschappelijke integratie, toenemend egoïsme, losraken van bindingen of meer eenzaamheid (19.2). Verwachte fout: een positief gevolg noemen zoals vrijheid.

Wat kenmerkt bureaucratisering?

A

Beslissingen volgen uit gunsten en relaties

B

Macht hangt af van de familie waarin je geboren bent

C

Regels gelden voor iedereen zonder aanzien des persoons

D

Gevoelens bepalen hoe zaken worden beoordeeld

Syllabus 19.1. De afleiders beschrijven juist een traditionele manier van besturen.

Wat zijn organisaties volgens de syllabus?

A

Standaardgedragspatronen van een groep

B

Verbanden tussen mensen met een gemeenschappelijk doel

C

Complexen van ongeschreven waarden en normen

D

Vormen van politieke macht

Syllabus 19.3: voorbeelden KPN, Philips, Greenpeace, WNF. Verwachte fout: organisaties verwarren met de patronen zelf.

Vaste vergunningprocedures maken uitkomsten voorspelbaar. Welke processen?

A

Individualisering en rationalisering

B

Individualisering en institutionalisering

C

Onttovering en vervreemding

D

Rationalisering en institutionalisering

Syllabus 19.1 en 19.3: voorspelbaarheid (rationalisering) via vastgelegde regels (institutionalisering).

Waarom gelden de drie processen als typerend voor het Westen?

A

Ze zijn overal ter wereld precies zo verlopen

B

Ze kwamen alleen voor in de premoderne tijd

C

Ze sluiten elkaar in de moderne tijd uit

D

Ze beschrijven de weg van traditioneel naar modern

Syllabus 19: beschouwd als typerend voor westerse samenlevingen. Verwachte fout: denken dat ze overal gelijk verlopen.

Wat kenmerkt rationalisering in de bedrijfsvoering volgens de syllabus?

A

Zo hoog mogelijke winst op korte termijn

B

Streven naar berekenbare en bestendige winst

C

Winst uitkeren zonder te investeren

D

Producten maken volgens de regels van gildes

Syllabus 19.1: niet winst als zodanig maar rentabiliteit is het kenmerk.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VERANDERING · MODERNISERING

Goed gedaan!

Rationalisering maakt het leven berekenbaar, individualisering geeft meer eigen keuzes en institutionalisering geeft vaste patronen. Samen typeren ze de weg van traditioneel naar modern.

This item has no instructions