VERANDERING · MODERNISERING
Examentraining
Traditioneel naar modern: zo pak je examenvragen aan
VERANDERING · MODERNISERING
Examentraining
Traditioneel naar modern: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein
VERANDERING · MODERNISERING
Wat ga je kunnen?
Ik kan de drie processen herkennen in een casus, traditioneel en modern vergelijken, een paradigma toepassen en individualisering beoordelen.
This item has no instructions
VERANDERING · MODERNISERING
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: vraagt de vraag om herkennen, vergelijken, toepassen of beoordelen?
2. Zoek: de aanwijzing in de casus: meten en efficiëntie, zelf kiezen, of vaste regels en patronen.
3. Koppel: noem het begrip letterlijk en geef de omschrijving in eigen woorden.
4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de casus, uitleg. Bij vergelijken noem je beide kanten.
This item has no instructions
VERANDERING · MODERNISERING
Vraagtype 1: een proces herkennen
Je krijgt een korte casus en noemt het proces.
Rationalisering: meten, doelmatig, wetenschappelijk, bureaucratie.
Individualisering: zelf kiezen, minder afhankelijk van instituties.
Institutionalisering: waarden en regels worden vaste patronen.
This item has no instructions
Een fabriek splitst werk in vaste stappen en meet de tijd per stap. Welk proces?
Rationalisering
Individualisering
Institutionalisering
Mechanische solidariteit
Syllabus 19.1: ordenen, meten en doelmatig organiseren. Verwachte fout: institutionalisering kiezen vanwege de vaste stappen; het kernmotief hier is meten en efficiëntie.
Gewoonten worden regels in een club. Proces?
Goed antwoord: institutionalisering, want waarden en regels worden vastgelegd in standaardgedragspatronen die gedrag en relaties reguleren (19.3). Verwachte fout: rationalisering noemen omdat er regels zijn.
VERANDERING · MODERNISERING
Vraagtype 2: traditioneel en modern
Beschrijf beide kanten van de verandering.
Rationalisering: van gewoonte en traditie naar berekening en wetenschap.
Solidariteit: van gelijkvormigheid naar afhankelijkheid.
Gebruik de gegevens uit de casus.
This item has no instructions
Van weerspreuken naar bodemmetingen en berekende opbrengst: welke verandering?
Van persoonlijke vrijheid naar gedeelde regels
Van berekenbaar naar magisch denken
Van traditionele gewoonte naar rationele berekening
Van doelrationeel naar op gewoonte gebaseerd handelen
Syllabus 19.1: gewoonte en traditie maken plaats voor wetenschappelijk denken en berekening. Verwachte fout: de richting omdraaien.
In een dorp doet bijna iedereen hetzelfde werk. Welke solidariteit past hierbij?
Organische solidariteit, gebaseerd op afhankelijkheid
Mechanische solidariteit, gebaseerd op gelijkvormigheid
Mechanische solidariteit, gebaseerd op afhankelijkheid
Organische solidariteit, gebaseerd op gelijkvormigheid
Syllabus 19.1: mechanisch bij geringe arbeidsdeling (traditioneel), organisch bij afhankelijkheid (modern). Verwachte fout: de twee begrippen omdraaien.
VERANDERING · MODERNISERING
Vraagtype 3: een paradigma toepassen
Je past een paradigma toe op rationalisering.
Functionalisme: functiedifferentiatie en solidariteit.
Conflictparadigma: ongelijke opbrengsten en vervreemding.
Rationele actor: actoren bereiken doelen beter.
This item has no instructions
Marit monteert alleen deurkrukken en voelt geen band met de auto. Welk begrip?
Onttovering van de wereld
Bureaucratisering
Organische solidariteit
Vervreemding
Syllabus 19.1: vervreemding door sterke differentiatie van arbeidsprocessen, het conflictparadigma. Verwachte fout: organische solidariteit kiezen: dat gaat over afhankelijkheid, niet over het gevoel geen controle te hebben.
Conflictparadigma over rationalisering: wat?
Goed antwoord: de welvaart steeg, maar de opbrengsten zijn ongelijk verdeeld (ongelijkheid), en sterke arbeidsdeling leidt tot vervreemding (19.1). Verwachte fout: alleen de gestegen welvaart noemen, dat is een functionalistisch of neutraal gezichtspunt.
VERANDERING · MODERNISERING
Vraagtype 4: individualisering beoordelen
Je beoordeelt een standpunt of een bron.
Positief: vrijheid, emancipatie, mobiliteit.
Negatief: minder integratie, egoïsme, eenzaamheid.
Let op: voor welke groep geldt de bron?
This item has no instructions
Opiniestuk: 'Door alle keuzevrijheid voelt niemand zich nog verantwoordelijk voor de buurt.' Standpunt?
Individualisering als emancipatieproces
Rationalisering als voorspelbaar maken
Institutionalisering als zekerheid geven
Individualisering als negatief proces
Syllabus 19.2: eenzaamheid en losraken van bindingen horen bij de negatieve beoordeling. Verwachte fout: individualisering als emancipatie kiezen.
Een enquête onder Utrechtse studenten meldt eenzaamheid. Wat volgt niet?
Dat sommige studenten zich eenzaam voelen
Dat heel Nederland hierdoor eenzamer wordt
Dat eenzaamheid in deze groep voorkomt
Dat de enquête iets zegt over studenten
Syllabus 19.2 (kanttekening): bewijs verschilt per groep en regio, dus generaliseren kan niet. Vaardigheid A3: representativiteit. Verwachte fout: de uitkomst voor alle Nederlanders laten gelden.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een proces herkennen
Traditioneel en modern vergelijken
Een paradigma toepassen
Individualisering beoordelen
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.
VERANDERING · MODERNISERING
Tips voor op het examen
Noem het proces letterlijk en haal een aanwijzing uit de casus aan.
Bij vergelijken beschrijf je beide kanten: de traditionele én de moderne.
Bij een paradigma noem je ook het gevolg dat dat paradigma ziet.
Bij een bron: voor welke groep geldt ze? Generaliseer niet te snel.
This item has no instructions