VERANDERING · MODERNISERING
Examentraining
Traditioneel naar modern: zo pak je examenvragen aan
VERANDERING · MODERNISERING
Examentraining
Traditioneel naar modern: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein
VERANDERING · MODERNISERING
Wat ga je kunnen?
Ik kan een veranderingsproces herkennen in een casus, traditioneel en modern vergelijken en verbanden leggen tussen de processen.
This item has no instructions
VERANDERING · MODERNISERING
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: vraagt de vraag om herkennen, vergelijken, beoordelen of verklaren?
2. Zoek: de aanwijzing in de casus: meten en efficiëntie, zelf kiezen, of vaste regels en patronen.
3. Koppel: noem het proces letterlijk en geef de omschrijving in je eigen woorden.
4. Schrijf: proces, aanwijzing uit de casus, uitleg. Bij vergelijken noem je beide kanten.
This item has no instructions
VERANDERING · MODERNISERING
Vraagtype 1: een proces herkennen
Je krijgt een korte casus en noemt het proces.
Rationalisering: meten, doelmatig, wetenschappelijk.
Individualisering: zelf kiezen, minder afhankelijk.
Institutionalisering: vaste regels en patronen die vanzelf gelden.
This item has no instructions
In het schoolreglement staat dat leerlingen elkaar begroeten, en iedereen doet dat vanzelf. Welk proces?
Institutionalisering
Rationalisering
Individualisering
Doeltreffendheid
Syllabus 18.3. Aanwijzing: een regel die is vastgelegd en een gedragspatroon dat vanzelf gaat. Verwachte fout: individualisering omdat het over leerlingen gaat.
Mo kiest zelf studie en woonplaats. Welk proces?
Goed antwoord: individualisering, want Mo vergroot zijn zelfstandigheid en maakt zelf keuzes op verschillende gebieden. Verwachte fout: alleen vrijheid noemen zonder het proces te benoemen.
VERANDERING · MODERNISERING
Vraagtype 2: traditioneel en modern vergelijken
Noem steeds beide kanten van de verandering.
Rationalisering: van gewoonte en traditie naar wetenschap en doelmatigheid.
Individualisering: van toegeschreven posities en afhankelijkheid naar zelfstandigheid.
Gebruik de gegevens uit de casus.
This item has no instructions
In dorp A bepaalt het beroep van je vader het jouwe. In stad B kies je zelf een opleiding. Welk verschil?
Van zelf gekozen naar toegeschreven posities
Van efficiënt naar ingesleten werken
Van toegeschreven naar zelf gekozen posities
Van minder naar meer regels in het gezin
Syllabus 18.2. Verwachte fout: de richting omdraaien. Dorp A is de traditionele kant, stad B de moderne.
Een boer ging van gewoonte naar meten. Welk proces?
Goed antwoord: rationalisering, want gewoonte en traditie maken plaats voor meten en wetenschappelijk, doelmatig werken. Verwachte fout: alleen modernisering noemen zonder de verandering te benoemen.
VERANDERING · MODERNISERING
Vraagtype 3: een standpunt beoordelen
Je moet zeggen of een bewering individualisering positief of negatief beoordeelt.
Positief: vrijheid, emancipatie, een eigen weg.
Negatief: minder integratie, egoïsme, eenzaamheid.
Gebruik woorden uit de tekst als bewijs.
This item has no instructions
Een columnist schrijft dat mensen steeds minder optrekken met buren en verenigingen en eenzamer worden. Welk standpunt?
Individualisering als emancipatieproces
Individualisering als negatief proces
Institutionalisering als vastleggen van regels
Rationalisering als voorspelbaar maken
Syllabus 18.2. Aanwijzing: minder bindingen en eenzaamheid. Verwachte fout: positief kiezen omdat mensen vrijer zijn.
Dilara vindt individualisering bevrijdend. Waarom?
Goed antwoord: meer individuele vrijheid, een eigen weg kunnen gaan, minder afhankelijk van gezin of kerk, emancipatie. Verwachte fout: een negatief argument geven.
VERANDERING · MODERNISERING
Vraagtype 4: verbanden leggen
Een casus kan twee processen tegelijk laten zien.
Vaste regels en protocollen: institutionalisering.
Doel is efficiëntie of meten: rationalisering.
Noem beide processen en leg het verband uit.
This item has no instructions
Een ziekenhuis legt vaste protocollen vast om zorg efficiënter te maken. Welke processen?
Individualisering en rationalisering
Individualisering en institutionalisering
Alleen rationalisering
Rationalisering en institutionalisering
Syllabus 18.1 en 18.3. Vaste protocollen zijn standaardpatronen (institutionalisering), het doel efficiëntie is rationalisering.
Hoe helpen vaste regels om efficiënt te werken?
Goed antwoord: vaste regels en patronen (institutionalisering) maken gedrag voorspelbaar, mensen hoeven niet steeds opnieuw af te spreken en houden tijd over, zodat doelen met minder middelen worden bereikt (rationalisering). Verwachte fout: alleen zeggen dat regels handig zijn.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een proces herkennen
Traditioneel en modern vergelijken
Een standpunt beoordelen
Verbanden leggen
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.
VERANDERING · MODERNISERING
Tips voor op het examen
Noem het proces altijd letterlijk (rationalisering, individualisering of institutionalisering) en haal een aanwijzing uit de casus aan.
Bij vergelijken beschrijf je beide kanten: de traditionele én de moderne.
Individualisering is niet automatisch goed of slecht: noem bij beoordelen het standpunt en het bewijs.
Lees de vraag twee keer: moet je een proces noemen, een verschil beschrijven of een verband uitleggen?
This item has no instructions