This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Report this lesson
Items in this lesson
14.3 AANDRIJVEN EN TEGENWERKEN
Slide 1 - Slide
LEERDOEL
Je kunt aandrijfkrachten en tegenwerkende krachten op een bewegend voorwerp onderscheiden.
Slide 2 - Slide
AANDRIJFKRACHTEN
Slide 3 - Slide
TEGENWERKENDE KRACHTEN
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Kracht en beweging
Voortstuwende kracht
Tegenwerkende kracht
Slide 6 - Slide
Eenparig (stilstand of even snel)
Slide 7 - Slide
Versnellen
Slide 8 - Slide
Vertragen
Slide 9 - Slide
Als je fietst heb je altijd tegenwerkende krachten, zoals de luchtwrijving en de rolwrijving.
A
WAAR
B
NIET WAAR
Slide 10 - Quiz
Als je fietst bij windstil weer heb je geen last van luchtwrijving.
A
WAAR
B
NIET WAAR
Slide 11 - Quiz
Als je meewind hebt en de wind jou net kan bijhouden, valt de luchtwrijving weg.
A
WAAR
B
NIET WAAR
Slide 12 - Quiz
Als je een fiets hebt met brede banden is de rolwrijving op alle soorten ondergrond gelijk.
A
WAAR
B
NIET WAAR
Slide 13 - Quiz
AAN DE SLAG
Waar
Werkboek bladzijde 171 (paragraaf 14.3)
Wat
Opgave 1 t/m 5, 8, 9, 12
Hulp
Docent of klasgenoot
Tijd
20 minuten
Klaar
opgave 12 op bladzijde 108
Slide 14 - Slide
LEERDOEL
Je kunt de nettokracht samenstellen van krachten die langs een lijn werken.
Slide 15 - Slide
Een vliegtuig vliegt van New York naar Londen. Tijdens de aanloop voor het opstijgen op de startbaan is de nettokracht:
A
Naar voren gericht
B
Naar achteren gericht
C
0 Newton
Slide 16 - Quiz
Een vliegtuig vliegt van New York naar Londen. Tijdens het grootste deel van de vlucht (wanneer het vliegtuig met een constante snelheid vliegt) is de nettokracht
A
0 Newont
B
Naar voren gericht
C
Naar achteren gericht
Slide 17 - Quiz
Op de auto werken wrijvingskrachten Fw en een stuwkracht Fs.
Fs = 600 N en Fw = 120 N
A
eenparige beweging
B
versnelde beweging
C
vertraagde beweging
Slide 18 - Quiz
https:
Slide 19 - Link
VERSNELLEN
Aandrijvende kracht is groter dan tegenwerkende kracht.
Het verschil tussen deze 2 krachten = resultante
Je snelheid wordt groter.
= versnelde beweging
Slide 20 - Slide
EENPARIGE BEWEGING
Je rijdt aan dezelfde snelheid vooruit. Je gaat niet sneller en niet trager. De aandrijvende kracht = tegenwerkende kracht.
Resultante = 0 Newton
Slide 21 - Slide
VERTRAGEN
Tegenwerkende kracht is groter dan de aandrijvende kracht.
Snelheid neemt af.
Slide 22 - Slide
kahoot,
ga naar kahoot en vul de code in.
niet op je telefoon!
Slide 23 - Slide
Schrijf 2 dingen op die je deze les geleerd hebt.
Slide 24 - Open question
SAMENVATTING
AANDRIJFKRACHT: bijvoorbeeld spierkracht.
TEGENWERKENDE KRACHT: bijvoorbeeld luchtwrijving, rolwrijving en wrijvingskracht.
NETTO KRACHT: alle krachten bij elkaar optellen die op een voorwerp werken
Slide 25 - Slide
SAMENVATTING
VERSNELD: de aandrijfkracht is groter dan tegenwerkende krachten.
EENPARIG: de aandrijfkracht is even groot als de tegenwerkende krachten.
VERTRAAGD: de aandrijfkracht is kleiner dan de tegenwerkende krachten.
TRAAGHEID: het verschijnsel dat een voorwerp zijn snelheid wil behouden.
Slide 26 - Slide
AAN DE SLAG
WAT
Maak in It's Learning de opdrachten van paragraaf 14.3 zoals in de planner staan.