Financiering en vermogensmarkt (Bedrijfseconomie havo), les 2: Examentraining

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Examentraining

Financiering en vermogensmarkt: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met casussen: een financieringsvorm kiezen voor een eenmanszaak, vof, bv of nv, openbaar en onderhands vermogen herkennen en de juiste toezichthouder noemen, met acht vragen.

Items in this lesson

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Examentraining

Financiering en vermogensmarkt: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een situatie de passende financieringsmogelijkheid kiezen en de rol van een toezichthouder noemen.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat voor onderneming is het (eenmanszaak, vof, bv of nv) en wat is er nodig?

  • 2. Zoek: wie levert het geld: de ondernemer, een bank, veel mensen, een bekende of aandeelhouders?

  • 3. Kies: noem de financieringsmogelijkheid of het soort vermogen (openbaar of onderhands).

  • 4. Onderbouw: koppel je keuze aan een gegeven uit de casus.

This item has no instructions

Een dameskapsalon aan huis in Den Haag

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Vraagtype 1: eenmanszaak/vof

  • Je krijgt een starter en een geldprobleem.

  • Zoek in de casus wie het geld levert en benoem de mogelijkheid.

  • Let op: een eenmanszaak of vof heeft geen aandelen.

Image credit: P. van Tol / Wikimedia Commons, publiek domein

Mo start een eenmanszaak. Hij legt € 4.000 spaargeld in en krijgt van zijn bank een lening van € 6.000. Welke twee mogelijkheden gebruikt hij?

A

Eigen middelen en crowdfunding

B

Crowdfunding en lening via banken

C

Eigen middelen en lening via banken

D

Eigen middelen en aandelenkapitaal

Syllabus 18.1.1. Spaargeld is eigen middelen, de lening van de bank is lening via banken. Verwachte fout: aandelenkapitaal, maar een eenmanszaak heeft geen aandelen.

Een startende vof krijgt geen lening van de bank. De vennoten willen toch geld ophalen. Wat kunnen ze doen?

A

Aandelen uitgeven aan het publiek

B

Crowdfunding via een platform

C

Aandelenkapitaal laten inbrengen door een investeerder

D

Een lening aanvragen bij de AFM

Syllabus 18.1.1. Crowdfunding past bij een starter die via een platform veel mensen kan bereiken. Verwachte fouten: aandelen of aandelenkapitaal (een vof heeft geen aandelen) of een lening bij de AFM (de AFM is een toezichthouder, geen geldschieter).

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Vraagtype 2: bv en nv

  • Je krijgt een bv of nv die geld nodig heeft.

  • Kijk of het geld van aandeelhouders moet komen of van een lening.

  • Aandelen uitgeven geeft aandelenkapitaal; een lening moet terug.

This item has no instructions

De aandeelhouders van een bv willen € 50.000 extra kapitaal zonder te lenen. Wat doet de bv?

A

Een lening via banken afsluiten

B

Een lening van een investeerder aangaan

C

Meer lening ophalen via crowdfunding

D

Nieuwe aandelen uitgeven

Syllabus 18.2.1. Extra kapitaal zonder lening komt uit nieuwe aandelen. Verwachte fout: een lening via banken, omdat dat het bekendste alternatief is.

Een nv wil € 2 miljoen ophalen en geen nieuwe aandeelhouders erbij. Wat past?

A

Nieuwe aandelen uitgeven op de beurs

B

Aandelen verkopen aan een investeerder

C

Eigen middelen inbrengen

D

Een lening aangaan

Syllabus 18.2.1. Zonder nieuwe aandeelhouders blijft lenen over. Verwachte fout: aandelen verkopen aan een investeerder, maar die investeerder wordt dan een nieuwe aandeelhouder.

De beursvloer van de effectenbeurs in Frankfurt

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Vraagtype 3: openbaar/onderhands

  • Je krijgt een manier van geld ophalen en bepaalt het soort vermogen.

  • Via het publiek: openbaar vermogen.

  • Rechtstreeks via één of enkele verschaffers: onderhands vermogen.

Image credit: Ank Kumar / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een nv geeft nieuwe aandelen uit aan alle beleggers die ze op de beurs willen kopen. Welk vermogen is dat?

A

Onderhands vermogen

B

Openbaar vermogen

C

Eigen middelen

D

Lening via banken

Syllabus 18.2.2. Aandelen die aan het publiek worden aangeboden zijn openbaar vermogen. Verwachte fout: onderhands vermogen.

Een bv leent € 200.000 van één investeerder die de directeur persoonlijk kent. Welk vermogen is dat?

A

Openbaar vermogen

B

Aandelenkapitaal

C

Onderhands vermogen

D

Crowdfunding

Syllabus 18.2.2. Eén bekende verschaffer, geen publiek: onderhands vermogen. Verwachte fouten: aandelenkapitaal (het is een lening) of crowdfunding (dat zijn veel mensen).

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Vraagtype 4: toezichthouders

  • Je krijgt een situatie en noemt de toezichthouder die past.

  • AFM: gedrag en informatie op de financiële markten.

  • DNB: geld in kas bij financiële instellingen. ACM: concurrentie en consumenten.

This item has no instructions

Twee grote bedrijven spreken prijzen af om concurrenten buiten de markt te houden. Welke toezichthouder past?

A

ACM

B

AFM

C

DNB

D

De Kamer van Koophandel

Syllabus 18.2.3. Prijsafspraken schaden eerlijke concurrentie: ACM. Verwachte fout: AFM, omdat het om markten gaat. De AFM let op de financiële markten.

Een beursgenoteerde nv geeft beleggers misleidende informatie. Welke toezichthouder past het best?

A

DNB

B

AFM

C

ACM

D

De Kamer van Koophandel

Syllabus 18.2.3. Misleidende informatie aan beleggers gaat over gedrag op de financiële markten: AFM. Verwachte fout: DNB, omdat die ook financieel toezicht houdt, maar op de financiële gezondheid van instellingen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Eenmanszaak en vof

2

Bv en nv

3

Openbaar of onderhands

4

Toezichthouders

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Tips voor op het examen

  • Eenmanszaak en vof hebben geen aandelen: denk aan eigen middelen, bank, crowdfunding of overige verschaffers.

  • Aandelen uitgeven geeft aandelenkapitaal; een lening moet je terugbetalen.

  • Openbaar: het publiek. Onderhands: één of enkele bekende verschaffers.

  • AFM: gedrag en informatie. DNB: geld in kas bij instellingen. ACM: concurrentie en consumenten.

  • Gebruik een gegeven uit de casus om je keuze te onderbouwen.

This item has no instructions